1. LUCHTVAARTWETGEVING EN AIR TRAFFIC CONTROL PROCEDURES

 

INLEIDING LUCHTVAARTWETGEVING

Wanneer je zoals Robinson Crusoe alleen op een eiland woont, dan heb je geen afspraken, voorschriften of wetten nodig. Zodra er iemand aanspoelt, wordt het anders. Je moet rekening met elkaar houden en regels afspreken. Een zweefvliegvereniging kent zoveel afspraken zodat het verstandig is om die in een clubreglement op te schrijven. Een klein land met 17 miljoen inwoners kent een enorme hoeveelheid wetten. Wetten zijn geschreven rechtsregels. Elk land heeft zijn eigen wetten. In de wereld zijn 193 onafhankelijke landen. Elk land is autonoom. Autonoom houdt in, dat het zelf (auto) zijn wetten (nomos) bepaalt. Elk land bepaalt ook de wetten voor het gebruik van het luchtruim boven het land. 

Nederland is niet een eilandje in een grote oceaan. Wij hebben te maken met duizenden personen, voertuigen, goederen en vliegtuigen die dagelijks ons land en ons luchtruim binnenkomen en weer verlaten. Daarvoor zijn internationale afspraken nodig. 

Nederland is lid van de Europese Unie (EU). De EU is een groep van 28 landen die gezamenlijke afspraken maken voor onder andere het gebruik van het luchtruim boven die landen. De Europese Unie (EU) heeft besloten om de luchtvaart niet per land maar op Europees niveau te regelen. Daarvoor is EASA opgericht. EASA betekent: European Aviation Safety Agency (Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart). EASA is een agentschap (orgaan) van de Europese Unie met regelgevende en uitvoerende taken op het gebied van de luchtvaartveiligheid. EASA zit in Keulen en zorgt voor de regelgeving van de luchtvaart in 32 Europese landen. Dat zijn de 28 EU-landen en nog vier niet EU-landen die zich wel houden aan de EASA-regelgeving. EASA valt rechtstreeks onder de EU. De besluiten van EASA hoeven niet meer door de parlementen van de EU-landen goedgekeurd te worden.  Zie website EASA

Elke Nederlander wordt geacht de wet te kennen. Niemand kent al die wetten, maar een zweefvlieger moet wel de belangrijkste regels voor het zweefvliegen en voor het veilig gebruik van het luchtruim kennen. Ook dat is bijna onbegonnen werk. Een zweefvlieger moet daarom de belangrijkste regels, die hij direct voor de veiligheid bij het vliegen nodig heeft, paraat hebben en de details kunnen opzoeken. Ook moet hij in staat zijn om aan de hand van een ICAO-kaart en de ais-netherlands de voorschriften voor een bepaald gedeelte van het luchtruim of van bijvoorbeeld een bepaald vliegveld uit te kunnen zoeken.

De lesstof en de indeling in hoofdstukken die je hier aantreft is volgens de indeling van EASA. EASA schrijft voor dat een zweefvlieger kennis moet hebben van de volgende onderwerpen:

1. AIR   LAW AND ATC PROCEDURES 1. LUCHTVAARTWETGEVING EN ATC PROCEDURES
1.1. INTERNATIONAL LAW:   CONVENTIONS, AGREEMENTS AND ORGANISATIONS  1.1 Internationale regelgeving en organisaties
1.2. AIRWORTHINESS OF   AIRCRAFT  1.2 Luchtwaardigheid van vliegtuigen
1.3. AIRCRAFT NATIONALITY AND   REGISTRATION MARKS  1.3 Vliegtuig nationaliteit en registratie kenmerken
1.4. PERSONNEL LICENSING  1.4 Vliegbrevetten
1.5. RULES OF THE AIR  1.5 Luchtvaartregels
1.6. PROCEDURES FOR AIR   NAVIGATION – AIRCRAFT OPERATIONS  1.6 Luchtvaartnavigatie en vliegtuigoperatie
1.7. AIR TRAFFIC REGULATIONS   – AIRSPACE STRUCTURE  1.7 Regelgeving en luchtruim structuur
1.8. AIR TRAFFIC SERVICES AND   AIR TRAFFIC MANAGEMENT  1.8 Luchtverkeersdiensten
1.9. AERONAUTICAL INFORMATION   SERVICE  1.9 Luchtvaart informatie diensten (FIS)
1.10. AERODROMES, EXTERNAL   TAKE OFF SITES  1.10 Vliegvelden en luchtvaartterreinen
1.11. SEARCH AND RESCUE  1.11 Hulpverlening en SAR
1.12. SECURITY  1.12 Veiligheid
1.13. ACCIDENT REPORTING  1.13 Het rapporteren van ongevallen
1.14. NATIONAL LAW 1.14 Nationale wetgeving

 

De theorie- en praktijkopleiding voor het LAPL moeten voldoen aan de eisen van EASA. Dit houdt in dat de zweefvliegopleiding, de brevettering en de medicals in 32 Europese landen aan de EASA-regelgeving voldoen. 

De nationale luchtvaartautoriteiten moeten de EASA-regelingen in hun land uitvoeren. In Nederland gebeurt dat door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). ILT geeft de brevetten (LAPL(S), LAPL(B) en SPL voor het zweefvliegen en ballonvaren uit. 

Opmerking: Dit hoofdstuk luchtvaartwetgeving vervangt niet de officiële luchtvaartwetten. Een zweefvlieger dient zich te houden aan de officiële luchtvaartwetten. Dit hoofdstuk Luchtvaartwetgeving is geschreven aan de hand van de luchtvaartwetten van de Nederlandse overheid en de EU. De stukken die voor zweefvliegers relevant zijn, zijn daar uit gehaald en samengevat. Het is geschreven met het doel om te helpen bij de bestudering van de Luchtvaartwetgeving. Veel succes daarbij. 

© Dirk Corporaal, Stiens (versie 2018-01)