2.10 VLIEGEN MET AFGEPLAKTE INSTRUMENTEN

  • De snelheid schatten door de horizon op de juiste plaats in de kap te houden 
  • De hoogte schatten aan de hand van hoeken en afstanden t.o.v. het landingsveld 
Na een lange vlucht - vooral na een overlandvlucht - kun je niet meer op de aangewezen hoogte door je hoogtemeter vertrouwen. Gedurende de uren dat je gevlogen hebt kan de luchtdruk veranderd zijn en je weet ook niet altijd de terreinhoogte van de plaats waar je gaat landen. Het doel van deze oefening is om je te leren dat je een zweefvliegtuig ook veilig en goed kunt landen als de hoogtemeter niet de juiste hoogte aanwijst of de snelheidsmeter, door wat voor oorzaak, niet meer werkt. Deze oefening doe je natuurlijk in de tweezitter met een instructeur. De instrumenten in het voorste gedeelte worden bedekt en de instructeur vraagt je tijdens de vlucht een paar keer hoe snel je denkt dat je vliegt en hoe hoog je zit. Na de vlucht geeft hij aan hoever je er naast zat. Het gaat er niet om tijdens zo'n oefening precies kruissnelheid te vliegen en op 200 m op circuit te gaan. De oefening is geslaagd als je laat zien dat je alles ruim binnen veilige marges kunt uitvoeren. 
 
Snelheid en hoogte schatten 
Het constant houden van de snelheid bepaal je door de stand van de neus onder de horizon. Door naar het geluid van het vliegtuig te luisteren kun je horen of je de snelheid niet terug laat lopen. Tijdens de landing zul je met extra snelheid binnen moeten komen, omdat je rekening moet houden met de windgradiënt. 
Eigenlijk komt zo'n oefening het best tot z'n recht als het een thermische vlucht is. Houd er dan rekening mee dat, wanneer je lang op grote hoogte gevlogen hebt en je daarna lager komt, je het idee hebt dat je erg laag zit. Het circuit vlieg je op de voorgeschreven wijze. Houd altijd goed de hoeken in de gaten waaronder je het veld moet zien. Op het checkpunt moet je het veld onder de juiste hoek naast je zien. Zit je te ver af kruip dan dichter naar je veld.