1. Uitkijkprocedure  
  2. Tegen de wind in starten en een lijnkenmerk nemen  
  3. Aanduiken, met de vleugels horizontaal, tot 2 maal de snelheid van het beste glijgetal (zie vlieghandboek).  
  4. Niet te hard (maar ook niet te voorzichtig) optrekken uit de duikvlucht. Houd de vleugels horizontaal. Naarmate de snelheid afneemt moet harder getrokken worden.  
  5. Doe bovenin het hoofd achterover en kijk naar de horizon die nu in zicht komt.  
  6. Bovenin de knuppel iets laten vieren om een ronde cirkel te krijgen  
  7. Beheerst uit de duikvlucht optrekken.  
Het maken van een looping lijkt spectaculair maar is een vrij eenvoudige kunstvlucht. Na een paar keer leer je hoe hard je aan de stuurknuppel moet trekken om met normale vliegsnelheid bovenin te komen. Trek je te voorzichtig dan kom je met te weinig snelheid boven in de baan van de looping. Je voelt dan dat je even in de riemen hangt, de neus van het zweefvliegtuig zakt en kort daarna vlieg je weer in duikvlucht. Het zal je duidelijk zijn dat, vanaf de grond gezien, dit meer heeft van een komma dan van een mooie cirkel. Bij te hard trekken bij het optrekken uit de duikvlucht overschrijd je de toegestane krachten op het zweefvliegtuig. Dus beheerst de stuurknuppel aantrekken en verder trekken bij het afnemen van de vliegsnelheid. Bovenin even de stuurknuppel iets vieren om de looping rond te maken. Aan de stand van de horizon kun je zien of je de vleugels nog steeds horizontaal houdt. Het lijnkenmerk vertelt je of je goed uit de looping komt of dat je enigszins moet corrigeren.