3.3 WING-OVER
 
Je vliegt een bocht van 180° maar met wisselende snelheden. 
  1. Uitkijkprocedure  
  2. Vlieg langs een lijnkenmerk en neem een oriëntatiepunt in het verlengde van de vleugel.  
  3. Snelheid aanduiken tot twee keer de snelheid van het beste glijgetal.  
  4. Vanuit de horizontale vlucht de neus optrekken tot 60° boven de horizon en een bocht met 30° dwarshelling aanrollen en die aanhouden.  
  5. Bovenin vlieg je als je het goed gedaan hebt nog ongeveer 70 km/h en je hebt dan 90° dwarshelling.  
  6. Nu rol je weer horizontaal, zodat je uitkomt in een tegengestelde duikvlucht.  
  7. Uit de duik optrekken of een wing-over via de andere vleugel maken (een zgn. lazy-eight).  
Een goed uitgevoerde wing-over gebeurt met het draadje recht en bovenin 90° dwarshelling en nog zo'n 70 km/h op de klok. Het moeilijke van een wing-over is het bepalen van het moment van inzetten van de rol. Zet je de rol te snel in dan haal je de 90° dwarshelling niet en zet je de rol te laat in dan is je snelheid op het hoogste punt te laag . Neem je meer dan 30° dwarshelling dan krijg je bovenin meer dan 90° dwarshelling.