3.4 CHANDELLE
 
De aangedoken snelheid wordt omgezet in zo veel mogelijk hoogte met een tegengestelde koers. Je maakt een klimmende bocht van 180° waarbij de neus gecoördineerd langs een rechte lijn klimt en uitkomt op een tegengestelde koers met lage vliegsnelheid. 
  1. Uitkijkprocedure  
  2. Neem een lijnkenmerk op de grond  
  3. Duik snelheid aan tot 2½ keer de snelheid van het beste glijgetal.  
  4. Vanuit horizontale vlucht 60° dwarshelling aanrollen en de neus in klimstand brengen.  
  5. Na 90° draaiing (tweede vliegtuigje op de afbeelding) klimstand vasthouden en dwarshelling afrollen.  
  6. Na 180° behoren de vleugels weer horizontaal te zijn en de snelheid is dan nog zo'n 70 km/h.  
Tijdens de hele oefening stijgt het zweefvliegtuig. Probeer de neus niet te hoog boven de horizon te houden, want dan neemt de snelheid te snel af en kom je niet in de juiste positie uit. Neem voldoende dwarshelling, anders haal je de 180° draai niet. Na het punt van 90° draaiing moet je niet te snel horizontaal rollen, want ook dan lukt de 180° draaiing niet.