4.19B STEILERE BOCHTEN VLIEGEN
 
MEER HELLING: DAN OOK MEER SNELHEID
 
De overtreksnelheid in een bocht is hoger dan bij gewoon rechtuitvliegen. Dit komt doordat bij het maken van een bocht de richting van de lift veranderd is. Bij rechtuitvliegen staat de lift recht tegenover het gewicht van het vliegtuig. Bij het vliegen van een bocht staat de lift nog steeds loodrecht op de vleugels, maar door de helling niet meer recht tegenover het gewicht. De lift is te ontbinden in een horizontale en verticale component. Hoe steiler we de bocht maken, hoe meer de horizontale component toeneemt. Bij het maken van een bocht neemt de overtreksnelheid toe met de helling.
 
 
Stellen we de beschikbare lift om het gewicht te dragen bij rechtuit vliegen op 100% dan is er bij een helling van 45° nog maar 70% voor beschikbaar. Vooral bij steilere bochten moeten we daar terdege rekening mee houden. De draagkracht (lift) neemt in het kwadraat toe met de snelheid (2 x zoveel snelheid is 4 x zoveel lift). Bij het maken van bochten moeten we er rekening mee houden dat de overtreksnelheid met de toenemende dwars- helling ook toeneemt. In het tabelletje wordt de toename van de overtrek- snelheid voor verschillende hellingen gegeven.
Dwarshelling Toename overtreksnelheid
 
20° ± 3%
30° ± 7%
45° ± 20%
60° ± 41%
 
Bij bochten van 30° hoef je de vliegsnelheid maar een beetje te verhogen. Bij steilere bochten verhoog je duidelijk de snelheid. Je doet dat door de snelheid vanuit de normale bocht te laten toenemen