4.21 KABELBREUK
 
Doel van de oefening: checken of er goed gereageerd wordt op een onverwachte kabelbreuk. De instructeur trekt het zweefvliegtuig onder
150 m van de kabel en verwacht de volgende reactie: 
  1. Direct de neus onder de horizon brengen, duidelijk wat meer dan in de normale vliegstand en zo vlug mogelijk gaan vliegen met landingssnelheid;
  2. BOKS volledig afmaken (vooral ‘kleppen in de lock’ checken) en de trim op landingssnelheid;
  3. Bij kabelbreuk op lage hoogte: rechtuit landen. Bij kabelbreuk op grotere hoogte: de hoogte checken en boven de 80 m of 100 m altijd een verkort circuit vliegen (80 m of 100 m is afhankelijk van de plaatselijke situatie, dit wordt bij de briefing vermeld).
 
Elke solovlieger maakt wel eens een breukstukbreuk of een kabelbreuk mee. Daarom beoefenen we deze oefening altijd voor de eerste solovlucht. Bij kabelbreuk onder de 100 m (of onder de 80 m) land je rechtuit (bijv. in het lierpad) en daarboven vlieg je een verkort circuit (zie tekening). Meestal land je op de startplaats. Mocht blijken dat je niet hoog genoeg zit om via een verkort circuit op de startplaats te landen, dan draai je eerder in en land je tussen de startplaats en de lier. Voor elke vlucht, zeker op een onbekend vliegveld, moet je even kijken waar je, voor het geval dat je een kabelbreuk krijgt, ruimte hebt om te landen. Zeg bij elke vlucht: 
‘Honderd meter of tachtig meter verkort circuit’ (waardoor je beslist hebt om nu bij kabelbreuk een verkort circuit te vliegen). Vergeet bij een kabelbreuk niet om te ontkoppelen, want anders is het mogelijk dat je met een stuk kabel rondvliegt. 
  1. Kabelbreuk op ± 50 m: Knuppel naar voren, BOKS afmaken en landen in of naast het lierpad.
  2. Kabelbreuk op ± 90 m: Knuppel naar voren, BOKS afmaken en een aangepast circuit maken.
  3. Kabelbreuk op ±140 m: Knuppel naar voren, BOKS afmaken en een verkort circuit maken.
 
 
KAPINSTALLATIE
 
Op de lier zit een kapinstallatie. Als de kabel bij het ontkoppelen niet los van de haak komt, kapt de lierman de kabel. Je vliegt dan ruime cirkels boven een open gedeelte van het veld en landt met een stuk kabel
aan het toestel. Door het gewicht van de kabel moet je zo’n 20 km/u sneller vliegen. Zo’n kapinstallatie is een veiligheidsmaatregel voor iets dat gelukkig bijna nooit voorkomt.