1. Honderd meter en BOKS hardop;
  2. In het oefengebied de hoogte eraf vliegen.
Hoever ben je op het pad van de zweefvliegerij?
 
Het doel van de zweefvliegopleiding is dat jij opgeleid wordt om een zweefvliegtuig veilig te kunnen besturen. De hele elementaire vliegopleiding kun je eigenlijk in drie delen weergeven:
  1. Het vlieggevoel ontwikkelen;
  2. De theorie beheersen;
  3. Automatismen aanleren.
VLIEGGEVOEL
 
Wat bedoelen we met vlieggevoel? Dit is moeilijk te omschrijven. Iemand die het zweefvliegen in de vingers heeft, voelt met zijn hele lichaam wat een vliegtuig in bepaalde omstandigheden wil gaan doen. Hij vliegt met zijn voeten losjes op het voetenstuur en zijn duim en vingertoppen gevoelig om de stuurknuppel. In de start voelt hij wanneer de vleugels gaan dragen of in de landing wanneer het vliegtuig begint door te zakken. In de bocht voelt hij op zijn zitvlak of hij de bocht zuiver vliegt en hoe steil de bocht is. Om de vliegsnelheid constant te houden kijkt hij naar de hoogte van de horizon in zijn kap en houdt hij zijn vliegtuig op koers door een richtpunt in de verte te nemen. Dit vlieggevoel ontwikkel je in belangrijke mate door naar wat je ziet en voelt te handelen. Natuurlijk is het belangrijk dat je de theorie van het vliegen goed beheerst, maar de instructeur achter jou
voelt vrij snel of jouw vlieggevoel er al voldoende is. Hij constateert of je voldoende naar buiten kijkt om te zien welke bewegingen het vliegtuig maakt ten opzichte van de horizon en hoe jij daar op reageert.
 
Naar buiten kijken en met je hele lichaam voelen, geven de impulsen voor je stuurbewegingen. Naar buiten kijken is ook belangrijk om botsings- gevaar te voorkomen. Per slot van rekening ben je niet de enige die in het luchtruim vliegt.
 
Je wordt pas solo gelaten als je een aantal goede vluchten achter elkaar aan de instructeurs hebt laten zien. Wanneer zij het vertrouwen hebben dat je de vluchten van start tot landing veilig zult uitvoeren, mag je, als de weers- omstandigheden het toelaten, je eerste solovlucht maken. Dit doe je vaak op hetzelfde type als waar je op gelest hebt. Daar ben je volledig mee vertrouwd.
 
De aandachtspunten, waar de instructeurs zoal op letten voor ze iemand solo laten, zijn:
  1. Het vlieggevoel;
  2. Een goede start en landing;
  3. De reactie bij de oefening kabelbreuk;
  4. Het oriëntatievermogen en een goede circuitplanning;
  5. Besluitvaardigheid en goed uitkijken;
  6. Kennis van de voorrangsregels in de lucht.
 
De instructeur zorgt er voor dat de riemen op de instructeursplaats goed zitten. Hij vergrendelt de achterste kap en neemt de rol van de aanhaker en tiploper bij deze vlucht over. Als je je duim opsteekt, blijft er nog maar één ding over: gáán!
 
 
 
De laatste briefing voor je solo gaat - zenuwen, zenuwen - en dan de eerste...
 
 
 
... lierstart zonder commentaar van achteren en met het zweet op je rug.
 
 
Je eerste solovlucht is een ervaring die je nooit zult vergeten. Helemaal alleen, zonder hulp van de instructeur in dat grote witte vliegtuig...
 
 
De eerste landing in je eentje. Concentratie... Nog even en je hebt het geflikt! Solo!
 
 
 
Solo worden is de grootste prestatie in je hele zweefvliegcarrière. Jij kunt nu waar mensen al eeuwen van dromen: zelf echt vliegen!
 
STAP ÉÉN ZIT EROP!
 
Met het maken van de eerste solovlucht zit de elementaire vliegopleiding (EVO) erop en begin je aan het tweede deel van de zweefvliegopleiding. Dit heet de voortgezette vliegopleiding-1 (VVO-1). Dat is de opleiding voor het zweefvliegbewijs.

Veel succes daarbij toegewenst!