1. Eerst uitkijken in de richting waarheen je de bocht gaat maken;
  2. De neus op de horizon houden;
  3. Goede coördinatie van stuurknuppel en voetenstuur.
WISSELBOCHTEN
 
Voor het maken van wisselbochten rol je vloeiend door van de ene bocht naar de bocht aan de andere kant. Ook bij het maken van wisselbochten kijk je altijd eerst in de richting waarheen bocht wilt maken.
 
HOOGTEROER
 
Bij normale bochten is beschreven dat je bij het maken van de bocht de stuurknuppel naar achteren trekt en bij terugrollen weer stuurknuppel naar voren geeft. Bij het maken van wisselbochten natuurlijk net zo. Let er dus op dat de neus niet te hoog komt bij uitrollen uit de ene bocht en het overgaan in de andere bocht.
 

Bij het maken van een wisselbocht houd je de neus op dezelfde hoogte onder de horizon.