Op 2 januari 2010 kreeg Ben Schenk de onderscheiding voor 50 jaar brevethouder. Op verzoek van de voorzitter mocht ik voor het overhandigen van dit ere-insigne een verhaaltje houden. Het verhaaltje volgt hieronder. Als titel heb ik dit melodietje gekozen.

B.B. Schenk is 52 jaar lid van de FAC en 50 jaar zweefvliegbrevethouder. ZVB-nummer 59-52 zo staat op veel bladzijden in mijn logboekje. Van die 50 jaar ken ik hem bijna 25 jaar en ik ervaar Ben als een zeer origineel mens. Ben is uniek. Net zo uniek als het geluid van de grootste klok ter wereld die in Londen hangt. Een man met een uitgesproken mening. Zijn mening is origineel en over veel zaken afwijkend van de doorsnee Nederlander. Als het moet dan gaat Ben dwars tegen de stroom in. Sinds dit jaar staat ons burgerservicenummer op het PPL en op het technicuspapier. Met dat lange nummer moet je voortaan aftekenen. Ben vindt dat onhandig en aantasting van de privacy. Dus tekent hij bezwaar aan en krijgt van de rechter gelijk om voortaan zijn oude nummer te gebruiken. Ik heb bij het zweefvliegen veel bijzondere  mensen ontmoet. Zowel landelijk als bij mijn eigen club. Van die bijzondere zweefvliegers heb ik veel geleerd en Ben Schenk staat hoog in mijn rijtje van leermeesters. Ben is dan wel vijftig jaar brevethouder en bijna tweeënzeventig jaar oud, maar hij is nog net zo actief en enthousiast als jaren geleden.

Toen ik in 1987 lid van de club werd, had Ben dit boek geschreven: Zweefvliegen boven Friesland. Een boek over de eerste 25 jaar van onze club. Nog steeds een mooi boek.

In 2006 heeft Ben meegewerkt aan een jubileumboek voor het vijftigjarig bestaan van de club. Op foto’s in die boeken zie je hoe de militair Ben Schenk naast onderhoudstechnicus van gevechtsvliegtuigen, technicus en instructeur bij de FAC wordt. Als militair moest Ben na de oorlog naar Nieuw Guinea. Tegenwoordig gaan militairen voor een missie van zes maanden naar Uruzgan. Via de telefoon en skype onderhouden ze contact met het thuisfront. Ben moest 2 jaar naar Nieuw Guinea. Twee jaar weg van zijn Jelly. In Nieuw Guinea hielp hij mee aan een nieuwsbrief voor de soldaten en voor het thuisfront. En, hoe kan het ook anders, hij deed ook in Nieuw Guinea aan zweefvliegen. Ben heeft daar nog veel materiaal van thuis liggen en ik  hoop dat hij daarover nog een keer een boek gaat schrijven

De foto hierboven is 50 jaar oud. Ben (rechts) staat naast de Grunaubaby waar hij net mee geland is. Je eerste liefde vergeet je nooit weer. Nu vijftig jaar later heeft Ben een Babyboek geschreven; onderhoudt hij een website over de Grunaubaby’s (www.grunaubaby.nl) en bezit hij zelf een Grunau Baby, de PH-214. Op de neus staat Tempo Doeloe,  dat is Maleis voor goede oude tijd.

Daarnaast is Ben mede-eigenaar van een Bergfalke en een SF-27 en op dit moment zijn er zelfs plannen voor een SF-27 zelfstarter. Naast al het werk bij de FAC heeft Ben ook ‘even’ de Ka-7 van de Groninger studenten vereniging gerestaureerd. In het begin waren er een paar studenten die hem daarbij hielpen. Ben heeft het werk verder alleen, met zijn Jelly, afgemaakt. “Ach”, zei Ben, die jongens zijn goede denkers, maar ik heb doeners nodig.” Ik vroeg waarom doe je dat nou voor een andere club? Toen antwoordde Ben: “Omdat ik het zulk leuk werk vind.” Ben heeft heel wat ‘oud hout oud goud’ onder handen gehad. Van Doppelraap tot Kranich. Naast technicus werd hij ook EZT-er. Als voorzitter van de Friese Aero Club heb ik tien jaar Ben als EZT-er meegemaakt. Elke voorzitter van een zweefvliegclub weet dat de EZT-er de echte baas van een zweefvliegclub is. In de werkplaats van Schinveld hing vroeger een gedicht over de EZT-er. Het ging ongeveer zo: Wie bepaalt welke kist wel of niet vliegt? De EZT-er. Wie zegt dat je met een schroevendraaier in de buurt van een kist mag komen? De EZT-er. Het bestuur wikt, maar wie beschikt? De EZT-er. Wie is God? De EZT-er. 

De EZT-er is de doorslaggevende factor. De voorzitter is schipper naast God. Ben was EZT-er 007. Dat handelsmerk is later overgenomen door de filmindustrie, maar het komt oorspronkelijk bij Ben vandaan. Hij is net zo doortastend als 007 en net zo vindingrijk als mister Q. Het is onze man uit Dronrijp. Direct moet ik daarbij zeggen: “Ben was EZT-er, want dat begrip bestaat niet meer. Ben is nu onze ARI en onze AMPI, nieuwe woorden voor  ARC-inspecteur en AMP-inspecteur. Nu nog onwennige woorden maar later maakt iemand een gedicht over ARI en dan weet ik al hoe de laatste regel luidt.

De halve Friese Aero Club is solo gelaten door Ben Schenk. Hij is er trots op dat hij de instructeur is die de meeste FACCERS solo heeft gelaten. Hij noteert ze in een apart boekje. Denken andere instructeurs dat een leerling bijna rijp voor solo is, dan zijn ze al te laat. Ben weet als geen ander zelfvertrouwen op te bouwen. Instructie geven zit hem in het bloed. Hij heeft een scherp oog voor wat iemand nodig heeft. Aan wie nog geschaafd moet worden. Ook geeft hij extra aandacht aan clubleden die door anderen wel eens worden gemeden. Naast het werk voor de eigen club is Ben sinds mensenheugenis LCO-er. Neemt jaarlijks nog steeds praktijk- en de theorie-examens af voor instructeurs in opleiding.

Ben is al meer dan 25 jaar erelid van de FAC. Jaren geleden kreeg hij het zilveren KNVvL-insigne uitgereikt door zijn vriend Neelco Osinga, die toen ABZ-lid was. Tijdens het 50 jarige jubileum van de FAC mocht ik hem het gouden KNVvL-insigne overhandigen . In 2009 kreeg hij een Koninklijke onderscheiding en vandaag de onderscheiding voor 50 jaar brevethouder. Een kwartet aan onderscheidingen voor het zweefvliegen. Ik denk dat ik wel een beetje weet hoe Ben over onderscheidingen denkt. Eigenlijk wordt zo'n onderscheiding op de Nieuwjaarsrecepte van de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen uitgereikt. Maar Ben heeft een briefje gestuurd dat hij niet kan komen. Als Mohammed niet bij de berg komt dan moet de berg maar bij Mohammed komen. Daarom is hier vandaag speciaal uit Arnhem Robert Jungblut de voorzitter van de Afdeling Zweefvliegen en die zal zo dadelijk de onderscheiding aan Ben uitreiken.

Iemand die ook vier onderscheidingen verdient is Jelly. Een onderscheiding voor al haar werk op vijftig zweefvliegkampen. Dan één voor eerstelijns psychologie.  Als Ben een heel enkele keer heel kwaad wordt, dan telt hij tot tien, legt het gereedschap neer en zegt: “Ik ga naar huis”. Dan vangt Jelly hem op en de volgende dag werkt Ben weer verder aan de kist en de dag daarop ook weer. Wanneer het er echt op aan komt, dan stuurt Ben alle helpers weg en dan moet Jelly komen. In de oorlog was er een versje: We are the Janes who make the planes.  Zo’n Janny is Jelly. Als een kist bekleed moet worden dan komt Jelly. Ze knipt als een coupeuse het doek. Vervolgens leggen ze dat op de ribben van de kale vleugels en samen kleden ze de Baby aan.

Dirk Corporaal, 2 januari 2010