8.9 BIJLAGEN

Grootheden, eenheden en andere termen

Opmerking
Alle genoemde grootheden en eenheden worden uitgedrukt in het internationaal afgesproken SI- stelsel van eenheden (Système International: SI).

Kracht (F)
Heel algemeen kan een kracht (F) worden omschreven als datgene dat beweging wil veroorzaken. De kracht wordt uitgedrukt met de hoofdletter F (van force). Kracht wordt uitgedrukt in de eenheid Newton (N). Een kracht kan een beweging in een rechte lijn (translatie) en/of een beweging om een as (rotatie) veroorzaken.

Druk (p)
Druk is de (uitwendig) uitgeoefende kracht per eenheid van oppervlak (p = F/A) en wordt uitgedrukt in de eenheid Pascal (Pa). 1 Pa is 1 kg/cm2, oftewel 100000 N/m2. Een andere veel gebruikte eenheid is de bar waarbij 100000 Pa gelijk is aan 1 bar, oftewel 100 hPa = 1 mbar.

Moment (M)
Een moment ontstaat wanneer een kracht loodrecht op een arm met een lengte (l) wordt aangewend. In formule M = F.l. De eenheid is de Nm. De loodrecht aangebrachte kracht wil een rotatie veroorzaken.

Belasting
Belasting is het effect van een uitgeoefende kracht of van een uitgeoefend moment. Effecten zijn onder andere (materiaal) spanning en druk.

Gewicht(G)
Gewicht is de kracht die de zwaartekracht- of gravitatieversnelling (g) uitoefent op een bepaalde massa (m) oftewel G = m.g. Gewicht wordt net als kracht uitgedrukt in Newton (N). In de luchtvaart wordt veel gewerkt met Engelse termen. Vandaar dat gewicht meestal wordt afgekort met de W van weight.

Gravitatieversnelling (g)
De gravitatie- of zwaartekrachtversnelling (g) hangt af van de afstand tot het middelpunt van de aarde maar wordt voor het gemak gesteld op 9,81 m/s2 en desgewenst afgerond op 10 m/s2.

Spanning (σ = sigma)
Spanning is de (inwendig) uitgeoefende kracht op een bepaald oppervlak en wordt uitgedrukt in Newton per vierkante meter (N/m2). In tegenstelling tot druk wordt spanning geassocieerd met inwendige materiaalkrachten.

Massa (m)
De eenheid van massa (m) is de gram (g). Een veel gebruikte eenheid is de kilogram (kg) waarbij het voorvoegsel kilo staat voor de factor 1000 (1 kg is 1000 g).

Lengte (l)
De eenheid van lengte (l) is de meter (m).

Oppervlakte (A)
Oppervlakte A van ‘surface area’ is het product van lengte en breedte van een object en wordt uitgedrukt in vierkante meter (m2). Er wordt opgemerkt dat in de liftformule gebruik wordt gemaakt van de hoofdletter S voor vleugeloppervlak.

Volume (V)
Volume of inhoud is het product van lengte, breedte en hoogte van een object en wordt uitgedrukt in kubieke meter (m3) of in liter (l).

Dichtheid (ρ)
Dichtheid is de massa (m) per eenheid van volume (ρ = m/V) en wordt uitgedrukt in kg/m3.

Torsie (koppel of wringing)
Torsie kan het best worden omschreven als een krachtloos moment, dus ook uitgedrukt in Nm. Indien twee even grote, doch tegengesteld gerichte, krachten met verschillende werklijn ten opzichte van elkaar werken is de som van de krachten nul maar de som van de momenten niet. Het object wil torderen. Een mooi voorbeeld is de motor die een koppel afgeeft op de propelleraandrijfas waardoor de propeller gaat draaien.

Zwaartekrachtversnelling Zie gravitatieversnelling.

Dagelijkse inspectie

De dagelijkse inspectie van een zweefvliegtuig staat beschreven in het vlieghandboek. Bij deze inspectie dient men aan een aantal voorgeschreven punten aandacht geven. Men kan dit het beste doen door bij de cockpit te beginnen en vervolgens een inspectieronde om het vliegtuig te lopen. Als voorbeeld wordt de dagelijkse inspectie van de ASK-21 – summier – beschreven.

Opmerking
Het wordt ten zeerste aangeraden de inspectieronde niet te onderbreken. Ook wordt aangeraden de dagelijkse inspectie te laten uitvoeren door iemand die niet betrokken is geweest bij montage van het vliegtuig.

Romp voor
o Uiterlijk op beschadigingen.
o Neuswiel niet beschadigd en op spanning. o Pitotbuis vrij van obstructies.
o Neushaak juiste werking.

Cockpit
o Kappen: schoon, sluitmechanisme, beschadigingen, raammechanisme.
o Vreemde, losse voorwerpen
o Riemen aanwezig, schoon en niet beschadigd
o Stuurorganen: volledige uitslag van de roeren controleren. Zowel de roeren als de remkleppen laten vasthouden en controleren op juist functioneren onder belasting.
o Instrumenten: Controle drukmeetinstrumenten zoals snelheidsmeter, hoogtemeter en variometer. Controle kompas en slipmeter. Batterijen installeren en aansluiten. Hoofdschakelaar aan en test van elektrische gebruikers zoals variometer, radio (denk aan radiocheck), navigatie, FLARM en Transponder (standby).

Romp midden
o Hoofdbouten op borging controleren.
o Aansluitingen van de rolroeren en de remkleppen in de romp controleren.
o Achterste vleugelbouten op juiste montage controleren.
o Hoofdwiel niet beschadigd en op spanning.
o Wielrem controleren. Bij het trekken aan de remklephandel dient op het laatste gedeelte een elastische weerstand voelbaar te zijn.
o Zwaartepunthaak inclusief steunring dienen soepel open en dicht te gaan, inclusief daadwerkelijke controle door voorloopstuk aan te haken.

Linker vleugel

  • Linker vleugeloppervlak zowel boven als onder controleren op beschadigingen of vervormingen.
  • Linker rolroer controleren op uiterlijk, vrije loop en speling.
  • Stootstangaansluiting controleren.
  • Remkleppen controleren op uiterlijk, functioneren en vergrendeling.

Romp achter inclusief staart

  • Controleren op beschadigingen of vervormingen, vooral aan de onderkant;
  • Stabilo met hoogteroer controleren op uiterlijk, juiste montage en borging.
  • Aansluitingen hoogteroer en richtingsroer controleren op vrije loop en speling.
  • Staartslof en TE buis controleren op (juiste) bevestiging.
  • Statische poorten controleren op verstopping

Rechter vleugel

  • Zie linker vleugel.

Algemene adviezen voor montage- en demontage van zweefvliegtuigen

Los van de aanwijzingen uit het vlieghandboek, zijn bij het monteren van een zweefvliegtuig de volgende algemene regels van belang:

  • Zorg voor voldoende mensen of maak gebruik van een zogenaamde ‘tilhulp’ en/of vleugelsteunen.
  • Het kost maar weinig moeite bouten, pennen en boutgaten vóór de montage van een weinig vet te voorzien. Men ziet dan meteen of deze vitale delen nog schoon, gaaf en spelingvrij zijn.
  • Na montage van vleugels en stabilo verdient het aanbeveling om meteen de roeren aan te sluiten. Hoewel bij moderne zweefvliegtuigtypen de vleugels, staartvlakken en roeren steeds vaker ‘automatisch’ dan wel met behulp van snelsluitingen worden aangesloten, wordt toch nog hier en daar gebruik gemaakt van losse bouten met moeren en splitpennen en/of Fokkerspelden. In die gevallen geldt de volgende gouden regel uit de luchtvaart: bouten altijd van boven af of van voren insteken, zodat de boutknop (of handgreep) zich aan de bovenzijde respectievelijk voorzijde bevindt. Als in een enkel geval om constructieve redenen van deze regel moet worden afgeweken, behoort dit duidelijk in het montagevoorschrift te zijn vermeld.
  • Gebruik bij voorkeur steeds nieuwe afplakband op een schoon oppervlak bij het afdichten vande naden tussen romp en vleugels/stabilo.
  • In de aanhanger rust de romp meestal op een karretje welke via rails naar buiten getrokkenkan worden. Het rompkarretje biedt stabiliteit tijdens wegtransport maar ook tijdens (de)montage. Tijdens wegtransport is het intrekbare hoofdwiel ingeklapt maar voordat de romp weer van het karretje wordt gehaald dient het wiel te worden uitgeklapt en vergrendeld.