1. Clubs op defensieterreinen

Bijna de helft van de Nederlandse zweefvliegers beoefent z'n sport vanaf een militair terrein. Deze clubs verschillen van de overige clubs want ze hebben te maken met regelingen te maken die alleen van toepassing zijn op een militair terrein. In dit stuk van de Wegwijzer worden de regelingen voor de clubs op defensieterreinen beschreven en wordt uitgelegd waarom deze clubs één keer per jaar een landelijke vergadering houden. Op de militaire terreinen tref je burgerclubs en militaire clubs aan. Die clubs werken overal intensief samen. Op sommige terreinen zijn de Klu-clubs en de burgerclubs gefuseerd. Het gaat om de volgende clubs:

    1. AC Valkenburg
    2. Amsterdamse club voor zweefvliegen
    3. Eindhovense Aeroclub
    4. Friese Aeroclub
    5. Gilzer Luchtvaartclub Illustrious
    6. Twentsche Zweefvliegclub
    7. West Brabantse Aeroclub
    8. Zuidhollandse Vliegclub
    9. Zweefvliegclub Deelen
    10. Zweefvliegclub Den Helder
    11. Zweefvliegclub Eindhovense Studenten
    12. Zweefvliegclub Rotterdam
    13. Zweefvliegclub Volkel

En de Klu-clubs:

      1. ZC Deelen
      2. ZC Eindhoven
      3. ZC Gilze Rijen
      4. ZC Nieuw Milligen
      5. ZC De Peel
      6. ZC Soesterberg
      7. ZC Twenthe
      8. ZC Volkel
      9. ZC Woensdrecht

2. Recreatief medegebruik van defensieterreinen

In de staatscourant van 21 december 2005 staat omschreven welk beleid de overheid momenteel voert ten aanzien van het recreatief medegebruik van defensieterreinen. Zie: Recreatief medegebruik defensieterreinen.

Een paar belangrijke zaken voor zweefvliegers uit dit stuk zijn:

        1. De hoofdtaak van een defensieterreinen is militair gebruik. Daarnaast mag het terrein ook  gebruikt worden voor natuur en recreatie.

        2. Defensie ziet het als haar taak om deze nevenfuncties zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen.

        3. Voor het gebruik van het terrein voor zweefvliegen wordt een privaatrechtelijke vergunning verleend door tussenkomst van de Dienst van Domeinen.

        4. De toegang tot de basis kan zonder nadere aankondiging worden ingetrokken als de veiligheid daarom vraagt. 

        5. Schade aan staatseigendommen wordt op de veroorzaker verhaalt.

        6. Op alle militaire vliegvelden staat defensie recreatief medegebruik door bij de KNVvL aangesloten zweefvliegclubs toe.

        7. Defensie creëert met behulp van een aangepast maaibeheer strips met korter gras ten behoeve van de zweefvliegers.

        8. In verband met de vliegveiligheid (vogels) en lagere natuurwaarden zal per vliegveld maximaal 1 zweefvliegstrip worden gerealiseerd en zal deze strip geen grotere afmetingen krijgen dan minimaal vereist vanuit de veiligheidseisen voor zweefvliegtuigen. 

3. Defensiesteun

De KNVvL-zweefvliegclubs onderhouden al meer dan vijftig jaar een uitstekende relatie met defensie. Naast het toestaan van medegebruik van de defensieterreinen gaf de luchtmacht en de marine belangrijke steun in geld en in natura aan het zweefvliegen. Er zijn een paar belangrijke redenen waarom het ministerie van Defensie de zweefvliegclubs op militaire terreinen steunde. Ik noem er hier de volgende twee:

Jongeren die piloot willen worden, kunnen via het zweefvliegen hun eerste vliegervaring op doen. Wanneer bij het zweefvliegen blijkt dat het vliegen hen inderdaad ligt, komen sommigen van hen, na zware selectiekeuringen, later bij de luchtvaart, de marine of de burgerluchtvaart te recht. Het zweefvliegen fungeert hierbij als oriëntatie-, opleiding- en selectiemiddel. Deze werking geldt niet alleen voor de aanstaande piloten maar net zo goed voor de zweefvliegers die in een andere functie bij defensie terecht komen. Via het vliegen op een militair terrein krijgen ze een beeld van het werken bij defensie. Elke zweefvliegclub in Nederland kan vele namen noemen van personen die zo in een militair beroep terecht zijn gekomen.

Een deel van het personeel bij de marine en de luchtmacht is zo geboeid geraakt door het vliegen, dat ze een deel van hun vrije tijd aan het zweefvliegen willen besteden. Vroeger gold zweefvliegen als een dienstsport, maar die tijd is helaas voorbij.

Waaruit bestaat (bestond) de steun van defensie?

Clubbestuurders die al jaren meedraaien denken nog wel eens terug aan de omvangrijke steun die de zweefvliegclubs in het verleden kregen. Toen bestond die steun uit: sleepvliegtuigen, lieren, lierkabels , chutes, brandstof, rijdend materieel en een behoorlijk aantal uren onderhoud per jaar aan auto's en lieren, militairen die kabels uit reden, hangaarruimte, enz.

Hier is de laatste jaren een wijziging in opgetreden. Met de levering van de uitstekende Busio Van Gelder lieren, kwam er een eind aan het tijdperk van de automatische vervanging van rijdend materieel, lieren e.d.. Dit zijn niet meer zaken waar de clubs na een bepaalde afschrijvingsperiode als een recht aanspraak op kunnen maken. Per veld en per gelegenheid kan een club nog wel proberen om via de MT steun in de vorm van andere combi's te krijgen, maar dit valt nu meer onder de plaatselijke goede verstandhouding met de militaire leiding op het terrein.

Het ministerie van defensie verstrekte aan de zweefvliegclubs per jaar:

          1. 55.250,00 euro in de vorm van brandstoftoelage

          2. 14.5209 euro  was beschikbaar in de vorm van uren die door defensie op het militaire terrein aan het onderhoud/reparaties van de vliegtuigen van de vliegclub besteed konden worden.

          3. Verder gaf defensie per jaar 74.873 euro via de Divisie Luchtvaart aan het hoofdbestuur van de KNVvL.

          4. Defensie stelde maximaal 71.470 euro per jaar beschikbaar voor de jeugdluchtvaartopleidingen. (zie 8.7)

Als tegenprestatie voor al deze vormen van ondersteuning is er een afspraak met defensie gemaakt, dat de contributie voor actieve militaire leden van de luchtmacht en de marine een stuk lager is dan die voor de andere leden. Het maximum voor deze contributie werd vastgesteld op de vergadering van clubs op militaire terreinen. 

Door de bezuinigingen van de regering is er in 2004 een eind gekomen aan de steun voor het zweefvliegen. De KNVvL-Afdeling Zweefvliegen slaagt er tot op heden niet voldoende in om duidelijk te maken dat de zweefvliegsport een grote vormende waarde heeft. Dat het een kweekvijver voor de militaire en burgerluchtvaart is. Het zweefvliegen ontvangt nu vrijwel geen overheidssteun meer. Dit is niet bewust door defensie gedaan, maar opgelegd door de overheid in de bezuinigingsronde die plaats gevonden heeft. De Afdeling Zweefvliegen betreurt dit. Gemeentelijke sportclubs ontvangen subsidie maar een niet-gemeentelijke sportclub, zoals een zweefvliegclub, valt overal buiten. Op de vergadering van clubs op militaire terreinen van 2005 is besloten om voortaan de contributie voor militaire leden over te laten aan de lokale club. 

4. De toegangsregeling voor de militaire basis

Clubs op militaire velden kunnen niet ongecontroleerd kennissen en vrienden mee naar de vliegclub nemen. Om veiligheidsredenen hanteert de militaire basis een toegangsregeling. Clubleden en hun familie beschikken over pasjes om op vliegdagen op de basis te kunnen komen. Andere belangstellenden moeten vooraf bij de wachtcommandant gemeld worden. Dit betekent dat deze clubs op het terras en in hun kantine niet geïnteresseerde voorbijgangers kunnen ontvangen en dus op een andere manier contact moeten zoeken met nieuwe aspirant leden.

5 Pacht aan domeinen

Voor het medegebruik van militaire terreinen berekent Domeinen (een onderdeel van het ministerie van financiën) aan de hand van het aantal vliegtuigen (club vliegtuigen en privé vliegtuigen) per militair terrein de pachtsom. Het totaalbedrag dat door de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen aan Domeinen betaald moet worden is de laatste jaren fors gestegen. Hieronder staan de bedragen vanaf 1985.

Pachtsom medegebruik Militaire Terreinen  
           
01-01-85 tot 01-01-86 € 13.238,62    
01-01-86 tot 01-01-87 € 15.337,28    
01-01-87 tot 01-07-87 € 15.337,28 (op jaarbasis)  
01-07-87 tot 01-07-88 € 17.923,75    
01-07-88 tot 01-07-89 € 19.761,50    
01-07-89 tot 01-07-90 € 20.544,25    
01-07-90 tot 01-07-91 € 24.473,86    
01-07-91 tot 01-07-92 € 26.341,10    
01-07-92 tot 01-07-93 € 26.961,40    
01-07-93 tot 01-07-94 € 32.603,53    
01-07-94 tot 01-07-95 € 38.297,38    
01-07-95 tot 01-07-96 € 32.769,15 (excl.Ypenburg)
01-07-96 tot 01-07-97 € 35.411,88    
01-07-97 tot 01-07-98 € 39.135,94    
01-07-98 tot 01-07-99 € 43.744,84    
01-07-99 tot 01-07-00 € 49.854,34    
01-07-00 tot 01-07-01 € 47.392,24    
01-07-01 tot 01-07-02 € 52.082,19    
01-07-02 tot 01-07-03 € 56.483,03    
01-07-03 tot 01-07-04 € 60.071,11    
01-07-04 tot 01-07-05

 € 63.999,78

   

Waardoor is de pachtsom de laatste jaren zo gestegen?

            1. Het aantal vliegtuigen is in de loop der jaren meer dan verdubbeld en dat verklaart vooral de sterke stijging van het bedrag.

            2. Voor de marine terreinen is er een reductie van 50 %. 

Het ABZ heeft in 2005 over de hoogte van het bedrag en de totstandkoming daarvan een onderhoud met Domeinen gehad. Het ABZ hoopte dat dit zou leiden tot een lager bedrag en een andere berekeningswijze. Daar voelde Domeinen helaas niets voor.

Tijdens een onderhoud met de Dienst Domeinen op 22 aug. 1995 is door Domeinen meegedeeld dat de KNVvL vrij is om welke sleutel dan ook te hanteren in de doorberekening van dit bedrag aan de clubs. De clubs op militaire terreinen hebben in 2005 besloten om voortaan de nota die de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen ontvangt rechtstreeks door te berekenen aan de clubs. 

Bij de berekening gaat domeinen uit van de bedragen zoals die beschreven staan in de regeling van 1-08-2005. Je vindt ze onder de volgende link:bedragen medegebruik militaire vliegbasis

 

6. De overeenkomst met Domeinen

Hieronder volgt een kopie van de laatste overeenkomst tussen Domeinen en de Afdeling Zweefvliegen. De Afdeling Zweefvliegen in momenteel nog met Domeinen in overleg over het ontbreken van Ypenburg in de overeenkomst.

Regionale Directie Domeinen West

Dossiernummer 81/1902/1678 Bestemmingscode 800 Materieel beheerder: 10 Objectnummer: 04-0999/0034

Gebruiksovereenkomst

De ondergetekenden:

1. mr. D.L. van der Pijl, hoofd van de regio Holland-Midden van de regionale directie Domeinen West te Leiden, handelend namens de Staat der Nederlanden, hierna ook te noemen

de Staat;

2. , voorzitter afdeling zweefvliegen en algemeen secretaris, handelend namens de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart, Postbus 484 te 6816 SM ARNHEM, hierna ook te noemen de gebruiker, gelet op de ontheffing van de verbodsbepalingen van artikel 34, eerste lid, onder letter a van de Luchtvaartwet, verleend aan de gezagvoerders van (motor) zweefvliegtuigen er van het voor het slepen van zweefvliegtuigen te benutten vliegtuigen van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (K.N.V. v. L.) en van de bij deze vereniging aangesloten verenigingen, alsmede aan de leden van de K.N.V.v.L., die optreden. als gezagvoerders van zweefvliegtuigen, tot wederopzegging door de Staat (Minister van Defensie jen de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat), bij beschikking van 21 december 1981, nr. CWL 81/028, dir. jur. zaken, afdeling wetgeving een publiekrecht, resp. van 11 januari 1982, nr. LT/L 20093, Rijksluchtvaartdienst

KOMEN OVEREEN:

dat de Staat aan de gebruiker in gebruik geeft: de militaire vliegvelden Leeuwarden, Twenthe, Deelen, Soesterberg, De Kooy, Valkenburg, Woensdrecht, Gilze Rijen, Volkel en De Peel; hierna te noemen de zaak,

voor onbepaalde tijd en tot wederopzegging, ingegaan 1 juli 1995 uitsluitend om met (motor)zweefvliegtuigen en vliegtuigen te benutten voor het slepen van zweefvliegtuigen van de gebruiker en van de bij hem aangesloten verenigingen gebruik te maken of te doen maken van de hierboven vermelde ontheffing, zulks tegen betaling van een jaarlijkse vergoeding, welke is berekend overeenkomstig het gestelde in artikel 2, vervallende 15 januari, te voldoen, zonder enige korting, door storting of overschrijving op postrekening 36 77 37 ten name van de regionale directie Domeinen West te Leiden.

De vergoeding over het tijdvak van 1 juli 1995 tot 1 juli 1996, bedragende f 72.215,92, dient te worden betaald voor of uiterlijk op 15 januari 1996.

Op deze overeenkomst zijn -voor zover daarvan hierna niet wordt afgeweken van toepassing de Algemene voorwaarden gebruiksovereenkomst Domeinen 1993. Een exemplaar van de algemene voorwaarden is gehecht aan deze akte en worden geacht woordelijk te zijn opgenomen in deze overeenkomst en ervan deel uit te maken.

Tevens zijn van toepassing de punten nrs. 1 tot en met 20 en 26 tot en met 34 van de Algemene en Bijzondere voorwaarden betreffende het gebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld door de Minister van Defensie op 8 mei 1967, nummer 202.620/11 K en laatstelijk gewijzigd op 26 november 1980, nummer CWL 80/028 (dir. jur. zaken, afd. w. en pr.), van welke voorwaarden een exemplaar aan deze overeenkomst is gehecht, welke voorwaarden geacht worden woordelijk in deze overeenkomst te zijn opgenomen en daarvan deel uit te maken. De gebruiker verklaart een exemplaar van de voorwaarden te hebben ontvangen en met de inhoud daarvan bekend te zijn.

Tevens zijn van toepassing de volgende

BIJZONDERE VOORWAARDEN

ARTIKEL 1

1. Per luchtvaartterrein mag niet meer dan één motorzweefvliegtuig worden gestationeerd.

2. In geval van een dergelijke stationering, wordt het maximaal ingevolge de Algemene en Bijzondere Voorwaarden op dat terrein toegestane aantal van twee sleepvliegtuigen tot één teruggebracht, behoudens het in punt 27 van die voorwaarden bepaalde.

ARTIKEL 2.

1. De gebruiker zal uiterlijk op 15 oktober 1996 en vervolgens op 15 oktober van ieder jaar een opgave verstrekken van de op de militaire vliegbases gestalde/geparkeerde zweefvliegtuigen en het aantal (motor-) sleepvliegtuigen, per 1 oktober van het lopend jaar.

2. De vergoeding zal over de periode 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 worden berekend naar de opgave van 15 oktober 1996. In volgende jaren zal de vergoeding eveneens telkens worden berekend naar de opgave in de maand oktober van dat jaar (zie lid 1 van dit artikel), volgens de dan geldende tarieven'.

3. Indien de opgave niet op 15 oktober is ontvangen zal de vergoeding worden berekend aan de hand van de opgave van de voorafgaande periode, verhoogd met 10%. Na ontvangst van de opgave zal alsdan verrekening kunnen plaatsvinden.

ARTIKEL 3 .

Ingevolge artikel 23 van de akte van privaatrechtelijke vergunning van 7 maart 1953 (inv. dom. letter C, nummer 2508) terzake van het aan vergunninghouder verleende medegebruik van militaire vliegvelden, werd door de vergunninghouder bij de inspecteur der Domeinen te Amsterdam destijds een bedrag van f1.000,-- (éénduizend gulden) gestort. Uit dit bedrag zullen van rijkswege alle ten laste van de vergunninghouder komende kosten wegens herstel van schade, vermissing en dergelijke, thans voortvloeiende uit het gebruikmaken van de onderhavige vergunning, kunnen worden voldaan.

Deze waarborgsom kan mede dienen voor betaling als voren, voortvloeiende uit aan vergunninghouder verleende soortgelijke vergunningen tot het medegebruik van andere militaire vliegvelden.

Indien uit de waarborgsom betalingen zijn gedaan, dan zullen deze ter kennis van vergunninghouder worden gebracht en is de vergunninghouder verplicht het bedrag weer tot f1.000,-- aan te vullen.

Bedragen de betalingen eventueel meer dan f1.000,-- dan zal de vergunninghouder dat meerdere op eerste aanmaning van de genoemde inspecteur der Domeinen voldoen.

Aldus in tweevoud opgemaakt en getekend ter respectieve woonplaatsen, de

Voor de staat: De gebruiker,

mr. D.L. van der Pijl

7 De overeenkomst tussen defensie en de clubs op militaire terreinen (VDRL)

De VDRL (Verzameling Defensie-Regelingen Recreatieve Luchtvaartbeoefening vanaf Militaire Luchtvaartterreinen) is een boekwerkje  waarin precies omschreven staat welke afspraken er gemaakt zijn tussen de KNVvL en het Ministerie van Defensie voor wat betreft het recreatief vliegen op de militaire luchtvaartterreinen.

In de inleiding van de VDRL wordt dit voor wat het zweefvliegen betreft als volgt aangegeven:

'Het Ministerie van Defensie is betrokken bij de beoefening van de recreatieve, luchtvaart zijnde het zweefvliegen en motorsportvliegen en de modelsport, hetgeen hieruit blijkt dat de Minister van Defensie:

              1. medegebruik van militaire luchtvaartterreinen heeft verleend aan de KNVvL ten behoeve van het zweefvliegen;

              2. aan de KNVvL ten behoeve van het zweefvliegen steun in natura verleent in de vorm van terbeschikkingstelling van materieel en van verlening van diensten'.

Zie VDRL 2005

8. Regeling Jeugdluchtvaartopleidingen

Defensie en de KNVvL hebben in 1998 een overeenkomst getekend over een cursus zweefvliegen voor 150 jongeren. In overleg met de KNVvL in Den Haag, het NZC Terlet en de voorzitters van de zweefvliegclubs heeft het ABZ deze opleiding in een vrij korte tijd georganiseerd. Het ABZ is daarbij uitgegaan van de volgende gegevens:

Gegevens: (uit de brief van de Staf bevelhebber nr. B9705620)1

De bevelhebber der luchtstrijdkrachten Luitenant-generaal B.A.C. Droste geeft aan op welke wijze een en ander zijn beslag kan krijgen:

De KNVvL selecteert 150 jongeren tot 20 jaar voor een zweefvliegopleiding.  Op de homepage van de afdeling zweefvliegen stond elk jaar een aanmeldingsformulier voor deze jeugdluchtvaartopleiding.

uitgaande van 150 x 40 lesvluchten x ƒ32,50= ƒ195.000,- eigen bijdrage 150 x ƒ250,- = ƒ 37,500,- verlaging steun in uren KLu: ƒ 57.500,- kosten voor defensie: ƒ100.000,-

                • de Defensie Accountantsdienst moest achteraf kunnen toetsen of de bijdrage aan de doelgroep besteed is.
                • het ging om een regeling voor tenminste 3 jaar en het bedrag werd jaarlijks aan de prijsstijging aangepast

Helaas eindigde door bezuinigingen bij de overheid deze waardevolle regeling na het jaar 2004. 

Hieronder kunt je aan de datum en het e-mail adres zien wanneer de laatste update aan dit hoofdstuk verricht heeft.

Datum laatste update 10-06-07

 startpagina