Inhoud 1 Examencommissie voor het zweefvliegen
  2 Regeling en organisatie GPL-examens
  3 Regeling en organisatie van motorzweefexamens
  4 Regelingen en organisatie instructeursexamens
  5 De examencommissie  en de examinatoren
  6. Regeling en organisatie technici-examens
  7 Radiotelefonie
  8 Opleiding kunstvliegen

 

Zweefvliegen is net als autorijden niet 100% risicovrij. Hoe veilig zweefvliegen is, hangt voor een groot deel van de zweefvlieger zelf af. Wie verstandig omgaat met het zweefvliegtuig, goed uitkijkt en zich aan de regels houdt, loopt een heel gering risico. Bij het zweefvliegen komt er, berekend over de laatste tien jaar, gemiddeld één zweefvlieger om op 130.000 starts. Nederland is binnen Europa het land met verhoudingsgewijs een laag aantal zweefvliegongelukken. Het ontbreken van bergen en veel aandacht voor veilig zweefvliegen hebben daar ongetwijfeld toe bijgedragen. Toch is elk slachtoffer er één te veel en daarom wordt er gestreefd naar een zo'n hoog mogelijk niveau van veiligheid. Zweefvliegen is een sport die veilig beoefend kan worden. Voorwaarden daartoe zijn:

    1. Vakkundig onderhoud aan vliegtuigen en startmiddelen.

    2. Vakbekwame leiding van het vliegbedrijf.

    3. Degelijk opgeleide vliegers.

    4. In acht nemen van adequate veiligheidsregels.

Een goede opleiding voor de vele taken en vaardigheden is een essentieel element in de zweefvliegsport. Dit geldt vooral voor de theoretische en praktische opleiding voor het zweefvliegbewijs en de bevoegdheden voor vliegonderricht.  Tot 1 oktober 2004 viel de opleiding zweefvliegen rechtstreeks onder de overheid. De Divisie Luchtvaart verstrekte het RPL(G). De uitvoering van de praktijkopleiding,- , de theorie-opleiding en de examens werd volledig uitgevoerd door de Afdeling Zweefvliegen. Na 1 oktober 2004 is het vliegen met een zweefvliegbrevet niet meer wettelijk verplicht. Wel moet de zweefvlieger kunnen aantonen dat hij over voldoende praktische en theoretische vaardigheden voor het besturen van een zweefvliegtuig beschikt, dat hij voldoende kennis heeft van het luchtverkeersreglement en dat hij WA-verzekerd is. Voor het vliegen in het buitenland is een zweefvliegbewijs nodig waarvan de staat verklaart dat het voldoet aan de eisen van ICAO.  Met het GPL van de KNVvL en de WA-verzekering van de Afdeling Zweefvliegen, voldoe je aan al deze eisen.

De opleiding zweefvliegen wordt sinds 1 oktober 2004 geregeld door de KNVvL. De werkzaamheden die de Divisie Luchtvaart Cluster Brevetten en Examens uitvoerde, wordt nu verricht door het Algemeen Secretariaat van de KNVvL. Het adres is:

KEI, Houttuinlaan 16-A 3447 GM Woerden

De opleiding en de examens die door de Afdeling Zweefvliegen werden gedaan, worden op dezelfde manier door de Afdeling voortgezet. Wie slaagt voor het theoretische- en praktische gedeelte van het zweefvliegbewijs, ontvangt van de KNVvL zijn GPL (Glider Pilot's Licence). Op het GPL staat een verklaring van het ministerie van Verkeer & Waterstaat dat de opleiding van de KNVvL voldoet aan  de eisen van ICAO. Met die verklaring is het bewijs geldig voor zweefvliegen in het buitenland.  De opleiding voor zweefvliegtechnici is ook landelijk geregeld en staat (nog) onder toezicht van de Divisie Luchtvaart.

De opleiding zweefvliegen wordt onbetaald verricht. Onbetaald is niet hetzelfde als amateuristisch. De opleiding staat op hoog niveau en honderden instructeurs zijn bereid om zich te verdiepen in de theorie en de praktijk van het zweefvliegen en dat vervolgens enthousiast over te brengen op de zweefvliegers. Hetzelfde verhaal is van toepassing op het tot stand komen van de lesboeken, het afnemen van de theorie- en praktijkexamens. Dit is de kracht van de zweefvliegsport en dit maakt betaalbaar zweefvliegen voor jong en oud mogelijk. 

1 Examencommissie voor het zweefvliegen

In 1994 is er met de Directeur-Generaal van de RLD een examenreglement zweefvliegen vastgesteld. Dit reglement vermeldt de samenstelling van een examencommissie zweefvliegen. De voorzitter en de leden van deze commissie werden telkens voor twee jaar door de Divisie Luchtvaart aangesteld op voordracht van het afdelingsbestuur zweefvliegen (ABZ), dat zich daartoe laat adviseren door de Commissie Instructie en Veiligheid (CIV). Vanaf 1 oktober 2004 verzorgt de KNVvL de opleiding en examinering van de niet-gemotoriseerde luchtvaart. Daarom wordt vanaf die datum de examencommissie aangesteld door de KNVvL op voordracht van het afdelingsbestuur zweefvliegen.

In het examenreglement zijn door de KNVvL normen aangegeven, welke bij het voordragen van commissieleden in acht genomen moeten worden. Bij de aanstelling wordt onderscheid gemaakt naar de soort examens waarvoor de verschillende leden van de commissie zijn aangesteld. Voor het afnemen van examens kunnen de volgende bevoegdheden zijn toegekend: GPL-theorie (T), GPL-praktijk lieren (L), GPL-praktijk slepen (S), GPL-praktijk zelfstart (Z)

En voor de examinatoren voor het instructeursexamen kennen we examinatoren voor het theorie-examen en examinatoren voor het praktijkexamen lieren en slepen.

De commissieleden die de bevoegdheid hebben om het praktijkexamen voor instructeurs af te nemen, zijn tevens aangewezen om toe te zien op de standaardisatie van de opleidingsnormen in zweefvliegend Nederland. Deze groep commissieleden wordt daarom aangeduid als "Landelijke Coaches Opleidingen" (LCO's)

De commissie-voorzitter is de contactpersoon naar de KNVvL. Namens de voorzitter is in elke club een lid van de commissie aangewezen als examencoördinator voor de GPL-examens bij die club.

Voor het organiseren van de landelijke theorie-examens voor instructeurs is een lid van de commissie aangewezen als "theorie-examencoördinator".

Een daartoe aangesteld secretariaat verzorgt de administratieve werkzaamheden welke verband houden met de diverse examens. Dit secretariaat regelt ook de bezoeken van examinatoren (LCO's) aan clubs voor het afnemen van praktijkexamens voor instructeurs.

2 Regeling en organisatie GPL-examens

De clubcoördinator organiseert het examen (namens de voorzitter van de examencommissie) en treedt op als contactpersoon naar het examensecretariaat. Op verzoek ontvangt hij van het examensecretariaat de benodigde blanco certificaten. Hij ziet er op toe dat de opgaven voor het schriftelijk examen een redelijke afspiegeling zijn van de voor het betreffende vak geldende leerstof en dat deze opgaven niet zijn opgesteld door dezelfde persoon die ook als docent voor dat vak heeft gefungeerd. Evenmin mag een vak worden geëxamineerd door degene die voor dat vak als docent is opgetreden. De leerstof staat beschreven in: De kenniseisen voor het GPL-examen en de kenniseisen voor het GPL-VO-examen

De plaatselijk optredende coördinator is verantwoordelijk voor de correcte afhandeling van een (deel)examen en de doormelding van de resultaten naar het landelijk examensecretariaat. Na het behalen van certificaten voor alle 5 de vakken is de kandidaat geslaagd voor het GPL-theorie-examen. Het examensecretariaat verzorgt de doormelding daarvan naar de KNVvL.

3 Regeling en organisatie van motorzweefexamens

Momenteel kan een zweefvliegclub aanvragen om een motorzweefvliegschool te worden. De praktijkopleiding kan dan door de eigen motorzweefinstructeurs worden gedaan. Het theorie-examen moet bij een motorvliegschool worden gevolgd en het theorie-examen bedraagt ongeveer 65,- euro per vak. Wie het praktijkexamen doet bij de eigen vliegclub ontvangt na het slagen een RPL(A). Bij een motorvliegschool kun je examen doen voor een PPL(A).

4 Regelingen en organisatie instructeursexamens

Het instructeurexamen bestaat uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte. Met het slagen voor beide delen verwerft de kandidaat één of meer aantekeningen op zijn zweefvliegbewijs

      1. VO(G) : grondinstructie.

      2. VO(L) : DBO-instructie voor de lierstartmethode.

      3. VO(S) : DBO-instructie voor de sleepstartmethode

4.1 Het theorie-examen

Ter voorbereiding op het theorie-examen kan de kandidaat deelnemen aan cursussen welke jaarlijks in de winterperiode in de regio zuid en de regio noord/oost georganiseerd worden.

De leerstof is te vinden in: De kenniseisen voor het GPL-examen en de kenniseisen voor het GPL-VO-examen

Deze boekwerken zijn dezelfde welke ook gebruikt worden bij de opleiding voor het zweefvliegbewijs. Echter voor kandidaat-instructeurs geldt de gehele leerstof en worden de verschillende onderwerpen verder uitgediept.

Kandidaat-instructeurs kunnen zich bij het examensecretariaat inschrijven voor deelname aan het theorie-examen dat twee maal per jaar wordt gehouden. Inschrijving kan plaats vinden voor een of meer vakken.

In het vierde kwartaal van het voorafgaande jaar worden de examendata en inschrijvingslimieten in 'Thermiek' en op de website www.zweefportaal.nl gepubliceerd. Kandidaten die zich hebben ingeschreven, ontvangen van het examensecretariaat de relevante informatie met betrekking tot het examen (plaats, rooster, datum mondeling enz.).

De theorie-examens voor instructeurs worden georganiseerd door de theorie-examen coördinator. Deze verzoekt per examenvak 2 LCO's om op te treden als examinator. Deze examinatoren mogen niet als docent hebben gefungeerd voor het vak dat ze examineren.

De aangezochte examinatoren stellen de examenopdracht op en beoordelen het door de kandidaten gemaakte werk.

Na het behalen van certificaten voor alle 5 de vakken is de kandidaat geslaagd voor het theorie-examen. Door het examensecretariaat wordt hiervan een opgave verstrekt aan de KNVvL.

4.2 Het praktijkexamen

Nadat de kandidaat is geslaagd voor het theorie-examen ( 5 certificaten) wordt door het examensecretariaat aan hem toegestuurd:

  1. een werkboek voor de praktijkopleiding tot zweefvlieginstructeur
  2. het instructeurhandboek en het aanmeldingsformulier voor de praktijkopleiding.

Bij de club waar de kandidaat zijn praktijkopleiding wil gaan volgen zal door het college van instructeurs worden beoordeeld in hoeverre deze geschikt geacht wordt als toekomstig instructeur. Bij acceptatie zal de kandidaat op de benodigde steun vanuit het instructeurcollege moeten kunnen rekenen. Daartoe worden voor hem minstens één, maar liefst twee, mentoren aangewezen die hem op zijn weg naar het praktijkexamen zullen begeleiden.

Als mentor komen in aanmerking instructeurs met geldige bevoegdheid VO(L) of VO(S) en die tenminste 3 jaar daadwerkelijk actief zijn geweest als instructeur.

De toegewezen mentoren worden vermeld op het eerder genoemd aanmeldingsformulier dat wordt teruggezonden naar het examensecretariaat.

Onder leiding en verantwoordelijkheid van de mentoren worden de oefeningen gedaan welke in het uitgereikte werkboek zijn vermeld. Het af te werken programma is verdeeld in drie fasen:

  1. Grondleiding. Hierin wordt gedurende 15 vliegdagen het daadwerkelijk leiden van het clubvliegbedrijf beoefend.
  2. Grondinstructie. De standaard vliegoefeningen van EVO en VVO-1 worden op de grond geïnstrueerd.
  3. DBO-instructie. De standaard vliegoefeningen van EVO en VVO-1 worden vliegend in de tweezitter geïnstrueerd.

De oefeningen van de drie fasen kunnen in volgorde achter elkaar worden gedaan of elkaar overlappen. De minimale opleidingsperiode duurt dus 15 volledige vliegdagen.

Aan de duur van de opleidingsperiode is geen maximum gesteld.

Tijdens de opleidingsfasen 2 en 3 zal de mentor in veel gevallen de rol van leerling op zich nemen. Nadat de kandidaat-instructeur zich op deze manier voldoende heeft bekwaamd, zal vervolgens onder toezicht en verantwoordelijkheid van de mentor en voor zover dit in overeenstemming is met de vorderingen in zijn opleidingsprogramma, ook met echte leerlingen gewerkt en gevlogen worden .

De zgn. stagestarts met echte leerlingen mogen echter pas dan worden uitgevoerd als de betrokken oefeningen met de mentor zijn gedaan en door hem als voldoende zijn beoordeeld. Andere oefeningen met echte leerlingen moeten achterwege blijven om ongewenste afwijkingen van de opleidingsstandaarden te vermijden.

Van zijn activiteiten in het kader van de opleiding maakt de kandidaat aantekening in het werkboek. De mentor ziet er op toe dat de gewenste opmerkingen en aanwijzingen worden vermeld opdat het werkboek een goed beeld geeft over het verloop van de praktijkoefeningen en de vorderingen van de kandidaat.

Nadat het opleidingsprogramma naar het oordeel van de mentor(en) door de kandidaat-instructeur naar behoren en met goed resultaat is afgewerkt, kan de mentor bij het examensecretariaat het praktijkexamen aanvragen.

De kandidaat moet op dat moment minimaal 20 jaar oud zijn en een vliegervaring hebben van tenminste 500 starts of 75 uur.

Er worden dan twee LCO-leden van de examencommissie verzocht de kandidaat te beoordelen op zijn functioneren als instructeur en het aanhouden van de juiste opleidingsstandaarden. Daartoe volgen zij tijdens een vliegdag het optreden van de kandidaat als zweefvlieginstructeur. Bij deze beoordeling zal als regel betrokken worden het verloop van de opleiding zoals dat blijkt uit de aantekeningen in het werkboek en de opvatting van de mentoren die de kandidaat-instructeur begeleid hebben.

Nadat het afrondend oordeel door de LCO's met "Voldoende" is gewaardeerd zullen deze het examensecretariaat daarvan in kennis stellen. Dit secretariaat stuurt de gegevens door naar het KEI  alwaar de bijhorend aantekening(en) op het GPL van de betrokken kandidaat worden toegevoegd.

De VO(G)-bevoegdheid wordt verkregen als het examen betrekking had op de opleidingsfasen 1 en 2. Voor de bevoegdheid VO(L) is geëxamineerd over de opleidingsfasen 1,2 en 3 met uitsluitend de lierstartmethode. Voor de bevoegdheid VO(S) is geëxamineerd over de opleidingsfasen 1,2 en 3 met uitsluitend de sleepstartmethode. Uiteraard is het ook mogelijk de drie bevoegdheden gecombineerd te beoordelen. Veelal wordt de VO(G) bevoegdheid (grondinstructie) niet apart aangevraagd maar tegelijk met VO(L) of VO(S).

5 De examencommissie en de examinatoren 

Voorzitter: D. Timmerman, S.v.Linschotenstraat 33, 1943KA, Beverwijk, tel. 0251- 211819 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Examensecretariaat:
Mw. P. Dijkstra-Adriaansen
Melis Blecklaan 61
4634 VX Woensdrecht
Tel: 0164-613529
Fax:0164-615887 email :Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Examinatoren voor de instructeursexamens

Ervaringseisen voor een Examinator / LCO

  1. Op het moment dat er behoefte is aan een nieuwe LCO zal de CIV alle LCO's benaderen met de vraag om een kandidaat voor de desbetreffende regio voor te stellen. Het is op dat moment zeker nog niet de bedoeling om mogelijke kandidaten hiervoor aan te spreken,ook niet door een LCO! 
  2. De CIV benadert de kandidaten zonder daarbij enige toezegging te doen. De kandidaat LCO vult  een  standaard formulier in waarin hij onder andere aangeeft wat zijn ervaring is, wie hij als mentor heeft opgeleid. Ook kan hij aangeven welke tijdsinvestering hij zou kunnen doen en of hij bereid is om als "inspecteur" op te treden. 
  3. Op basis van die gegevens kan indien nodig door de CIV een  eerste selectie worden gedaan.
  4. De voordrachten worden dan weer per mail naar alle LCO's gestuurd met de vraag om als men bezwaar maakt tegen een kandidaat dat binnen twee weken bij de CIV kenbaar te maken.
  5.  De definitieve beëdiging als LCO wordt uiteindelijk door de vergadering van LCO's gedaan. 

Beëindiging LCO schap:

Voorwaarde is dat LCO's  altijd actief instructeur  zijn. Ieder jaar( voor de LCO vergadering zal aan de LCO's worden gevraagd of zij bereid zijn om weer een seizoen als LCO op te treden. Niet reageren betekent dan dat men niet meer als LCO operationeel wil zijn. LCO's die bij herhaling niet inzetbaar blijken te zijn zullen daarop worden aangesproken.

 

5.1 De clubcoördinatoren en de landelijke theorie-coördinator

Theorie-examencoördinator:

Dirk Corporaal; Griene Leane 44; 9051LV; Stiens Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Werkwijze theorie-examen zweefvliegbewijs

Wanneer een coördinator een examen wil houden voor de theorie van het zweefvliegbewijs meldt hij dit 3 à 4 weken tevoren aan bij het examensecretariaat. Hierbij vermeldt hij:

  1. datum waarop het examen plaats vindt zowel schriftelijk als mondeling.
  2. waar het examen plaats vindt.
  3. hoeveel kandidaten hij heeft.

Het examensecretariaat zendt tijdig de benodigde certificaten vergezeld van uitslaglijsten.

Binnen 3 weken na het mondeling examen zorgt hij dat het secretariaat in het bezit is van:

  1. de ingevulde uitslagformulieren
  2. de opgaven
  3. het schriftelijk werk van de kandidaten
  4. eventueel niet gebruikte certificaten

Werkwijze praktijkexamen zweefvliegbewijs

De formulieren voor het examen staan op internet.

Als een kandidaat zo ver is dat hij toe is aan de examenvluchten, stelt hij zich in verbinding met de coördinator. Deze verstrekt hem een praktijkformulier en wijst twee examinatoren aan. De kandidaat regelt met deze examinatoren wanneer de examenvluchten kunnen worden afgenomen. Bij voorkeur worden deze vluchten op één dag gemaakt.

Als de vluchten met goed gevolg zijn gemaakt tekenen de beide examinatoren het examenformulier. Met dit ingevulde formulier meldt de kandidaat zich bij de coördinator. Deze tekent als laatste het formulier en maakt met de kandidaat samen de formulieren in orde voor aanvraag van het zweefvliegbewijs.

Het praktijkformulier en de aanvraag voor de KNVvL worden bij voorkeur gelijktijdig verstuurd.

Deze zelfde procedure wordt gevolgd als het een uitbreiding van bevoegdheden in het zweefvliegbewijs betreft, zoals Lieren of Slepen.

6. Regeling en organisatie technici-examens

Hoe word je zweefvliegtechnicus? Dat gaat ongeveer net zo als bij instructeur. Het bestuur van de zweefvliegclub zoekt in overleg met de technische commissie geschikte kandidaten voor de opleiding tot technicus. Deze kandidaten volgen een theorieopleiding bij hun regio. In de regio-zuid wordt jaarlijks in het winterseizoen een opleiding verzorgd ter voorbereiding op het theorie-examen voor technici. 

Voor deelname aan het theorie-examen voor technicus, dient men zich op te geven bij de Divisie Luchtvaart. Het luchtvaartcollege verzorgt 2 maal per jaar het examen.

Degene die voor dit examen slaagt, doet z'n praktijkopleiding bij een zweefvliegtechnicus van z'n club. Deze fungeert als mentor. Wanneer hij gedurende twee jaren onder toezicht van z'n mentor voldoende werkzaamheden als kandidaat-zweefvliegtechnicus verricht heeft, stuurt hij z'n logboekje voor zweefvliegtechnicus op naar de Divisie Luchtvaart. De Divisie Luchtvaart verleent aan de hand van dit logboekje, steeds voor een periode van twee jaar, de bevoegdheid om als technicus bepaalde werkzaamheden aan zweefvliegtuigen te mogen verrichten.

Overzicht eisen technicus A zie link: eisen technicus A

7 Radiotelefonie

Voor de zweefvliegers zijn een aantal frequenties beschikbaar gesteld:

122.475 / 122.500 / 123.350 / 123.375 / 123.500 / 129.975 / 130.125 Mhz

Zweefvliegers zonder RT-bevoegdheid mogen alleen deze frequenties gebruiken. Wie al de mogelijkheden van de radio wil benutten moet een RT-bevoegdheid halen. Veel zweefvliegers hebben via een RT-examen de aantekening RT in hun ZVB gehaald. Deze RT-bevoegdheid kan via een theoretisch- en een praktisch examen gehaald worden.  RT-opleidingen worden o.a. in Eelde  gegeven, op het NZC Terlet en op Schiphol.

Het volgen van zo'n cursus en het hebben van de RT-bevoegdheid heeft o.a. de volgende voordelen:

  1. Je krijgt een beter inzicht hoe het luchtruim ingedeeld is.
  2. Het is mogelijk om een crossing clearance voor een CTR te vragen.
  3. In sommige gebieden mag boven een bepaalde hoogte alleen gevlogen worden met RT en radiocontact met de betreffende verkeersleiding.
  4. Je kunt via Dutch MIL of Amsterdam Information tijdens het vliegen luchtverkeersinformatie krijgen.
  5. Je kunt met de MZV en RT op alle nationale en internationale luchthavens landen. Het is gewenst voor al deze zaken de AIP goed te bestuderen (zie: http://www.ais-netherlands.nl/):.

 

8 Opleiding kunstvliegen

Er bestaan diverse opleidingen bij de clubs, die gebruik maken van de Syllabus opleiding kunstvliegen. Samengesteld door een door de CIV ingestelde ad hoc subcommissie voor het kunstvliegen.

In samenwerking met "Team Eppo" organiseert het NZC een opleiding kunstvliegen. De minimale ervaringseis voor deelname is 300 starts of 100 vlieguren. Voor vragen en aanmeldingen kunt u terecht bij:

Sape Miedema Boterbloem 32 6721 RC Bennekom 0318-418823 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.