1. De opleiding voor het LAPL(S) en het SPL

De theorieopleiding voor het LAPL(S) Light Aircraft Pilot Licence Sailplane, bestaat uit 4 vakken met de basiskennis voor het LAPL:

1 Luchtvaartwetgeving
2 Menselijke prestaties en beperkingen
3 Meteorologie
4 Communicatie

en uit vijf vakken met de theoriekennis voor het zweefvliegen.

5 Beginselen van het zweefvliegen
6 Operationele procedures voor het zweefvliegen
7 Vliegprestaties en vluchtplanning
8 Algemene kennis van het vliegtuig
9 Navigatie voor het zweefvliegen

In 2002 heeft de EU besloten om de luchtvaart voortaan op Europees niveau te regelen en daarom is EASA opgericht. EASA betekent: European Aviation Safety Agency (Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart). EASA is een agentschap van de Europese Unie met regelgevende en uitvoerende taken op het gebied van de luchtvaartveiligheid. EASA zit in Keulen en zorgt voor de regelgeving van de luchtvaart in de EU-landen. EASA valt rechtstreeks onder de EU. De besluiten van EASA hoeven niet meer door de parlementen van de EU-landen goedgekeurd te worden. De nationale luchtvaartautoriteiten moeten de EASA-regelingen in hun land invoeren. Zie website EASA

De theorie- en praktijkopleiding voor het LAPL moeten vanaf 8 april 2012 voldoen aan de eisen van EASA. De lidstaten van de EU hebben maximaal zes jaar de tijd gekregen om dit in te voeren. Vanaf 8 april 2018 gaan in Europa de zweefvliegopleiding, de brevettering en de medicals overal volgens de EASA-regelgeving. In de periode tot aan 8 april 2018 kunnen alle zweefvliegbewijzen worden omgezet naar een EU-FCL brevet.

Opmerking: Officieel geldt de datum 8 april 2018 als uiterste datum voor het invoeren van het LAPL(S) en SPL, maar dit wordt misschien uitgesteld naar 8 april 2020.

De ILT geeft de brevetten (LAPL(S) LAPL(B) en SPL) voor het zweefvliegen en balonvaren uit. Hoe dat moet en waar je aan moet voldoen, kun je lezen op de site van de Europese Unie .  Zie ook part FCL van juni 2016. Het formulier voor het aanvragen van een LAPL(S) of SPL vind je hier: https://www.ilent.nl/onderwerpen/luchtsporters-general-aviation/documenten/formulieren/2015/07/22/formulier-aanvraag-zweefvliegbrevet-lapls-spl-en-uitbreiding-bevoegdverklaringen---ilt.233.03

Vanaf 8 april 2015 tot aan 8 april 2018, zijn zowel het GPL (een KNVvL brevet) als het FCL brevet geldig om te zweefvliegen of om te balonvaren. Tot 8 april 2018 kan de KNVvL de brevetten nog afgeven. Vanaf 8 april 2015 geeft ILT de FCL-brevetten af. Na 8 april 2018 moet je in het bezit zijn van een Europees brevet en is het GPL niet mee geldig.

Voor het zweefvliegen heeft dit voordelen en nadelen. We krijgen in alle EU-lidstaten een officieel door de overheid erkend vliegbewijs en de motorzwever komt weer als aantekening op het zweefvliegbrevet. Het LAPL-vliegbrevet is onbeperkt geldig. Het is je eigen verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat je aan de recente eraringseis voldoet en dat je de periodiek checkvlucht maakt. Voldoe je niet aan de recente vliegervaringseis dan mag je alleen onder toezicht vliegen totdat je weer aan de eisen voldoet, of je legt een profcheck af. Je moet je vliegervaring bijhouden in een logboek dat aan de FCL-eisen voldoet. Het nieuwe KNVvL-logboek voldoet daar aan.

In de periode tot 8 april 2018 kunnen de zweefvliegclubs een ATO (Approved Training Organisation) of een DTO (Declared Training Organisation) worden. Aangezien de eisen voor een DTO eenvoudiger en lichter zijn zullen de zweefvliegclubs hier wel voor kiezen. Het aantal examenvakken gaat van 5 naar 9. De meeste leerstof blijft gelukkig gelijk maar wordt nu over meerdere vakken verdeeld. Het vak communicatie is nieuw.

Voor het zweefvliegen komen er twee EASA-brevetten. Het LAPL(S) en het SPL. Het LAPL(S) is een Europees Recreational Pilot Licence. Het LAPL(S) geeft toestemming om binnen Europa te zweefvliegen en het SPL-brevet is een ICAO-brevet voor alle werelddelen. De opleiding voor het LAPL(S) en het SPL, (Sailplane Pilot Licence), is gelijk. Het verschil in beide opleidingen zit alleen in de medische keuring. Voor het SPL is een zwaardere keuring vereist, de ICAO-klasse 2 keuring. Deze klasse 2 keuring is 60 maanden geldig tot het 40e jaar, 24 maanden tot het 50e levensjaar en boven de 50 jaar is de medische keuring 12 maanden geldig. Voor het LAPL(S) geldt een lichtere medische keuring. Tot 40 jaar is die keuring 60 maanden geldig en ben je 40 jaar of ouder dan is de keuring 24 maanden geldig.

Volgens EASA kun je net zoals nu met 14 jaar solo vliegen en met 16 jaar examen voor het LAPL(S) doen. Het LAPL(S) geeft je het recht om als gezagvoerder met een zweefvliegtuig en een zweefvliegtuig met uitklapbare motor te vliegen. Op het LAPL(S)-brevet kun je uitbreidingen halen, bijvoorbeeld voor de TMG (motorzwever), voor kunstvliegen, voor instructie en voor slepen.

Brevet LAPL(S) en SPL FCL
afgifte LAPL(S) en SPL ILT (bevoegde autoriteit)  
geldigheidsduur incl. aantekeningen onbeperkt*  
recente ervaring eis via vlieger’s eigen verantwoordelijkheid FCL.140.S FCL.140.B
aanvullende aantekeningen; kunst-, nacht-, wolken-, bergvliegen ja** FCL.800 – FCL.830
aantekening TMG ja FCL.135.S
Instructiebevoegdheid aparte specifieke (FI(S) bevoegdheid FCL.900
instructie aan instructeuropleiding aparte specifieke (FI.FI(S) of FI.FI(B)) bevoegdheid FCL.905.FI (i)
geldigheid instructiebevoegdheid 3 jaar FCL.940
examinatorbevoegdheid apart ILT-certificaat FCL .1000

 

* de geldigheid van het brevet verloopt niet, om te mogen vliegen moet de vlieger aan de recente ervaringseis voldoen.

** een bergvlieg of wolkenvlieg aantekening kan in NL niet worden gehaald, ze kunnen wel (op basis van een buitenlands certificaat) op het brevet vermeld worden.

Opmerking: Deze bevoegdheden bergvliegen en wolkenvliegen werden in Nederland ook nooit verstrekt. De aantekening bergvliegen geldt voor het landen op bepaalde steile berghellingen. Wie in de bergen wil vliegen en gewoon vanaf Aosta of bijvoorbeeld Sisteron wil gaan vliegen kan dat gewoon blijven doen.

De opleiding van het LAPL valt onder verantwoordelijkheid van de nationale overheid.

In deze publicatie van de Europese Unie staan alle besluiten die van toepassing zijn op het zweefvliegen.

De minimumeisen voor afgifte van het LAPL(S) en SPL

  1. Minimaal 16 jaar.
  2. Minimaal 15 vlieguren (10 uur op de tweezitter en 2 uur solo) en minimaal 45 starts.
  3. Een solo overlandvlucht van 50 km of van 100 km in een tweezitter met een instructeur.
  4. Maximaal 7 uren training op de motorzwever.
  5. Minimaal 10 uur vliegervaring voor het behalen van de passagiersbevoegdheid.
  6. Heb je al een ander type vliegbrevet dan mag je 10% van de gevlogen uren meetellen tot een maximum van 6 uur.
  7. Kandidaten volgen een theorie- en praktijkopleiding bij een DTO (declared training organisation). De DTO bepaalt of de kandidaat examen kan doen voor de onderdelen van het LAPL(S).
  8. De theoretische kennis moet op ICAO-niveau zijn (geslaagd zijn voor de 9 examenvakken). De theorie-examenvakken moeten binnen 18 maanden gehaald worden. Wie voor een onderdeel vier keer zakt moet alle vakken opnieuw doen.
  9. Een theorie- en praktijkexamen moet binnen 24 maanden na het laatste theorie-examen worden afgerond. Er wordt nog onderhandetd om die termijn van 24 maanden langer te maken.
  10. De KNVvL organiseert het theorie-examen en neemt het examen af, de uitslag wordt bepaald door de ILT en die verstrekt het brevet.
  11. De toegestane manier van starten (rubberkabelstart, autostart, lierstart, sleepstart of zelfstart) geldt alleen voor de startmethoden die bij het praktijkexamen zijn uitgevoerd.
Vlieger eis  LAPL(S) en SPL   FCL
minimum leeftijd LAPL(S) 16 jaar FCL 100
minimum leeftijd solo 14 jaar FCL.020
Opleiding DTO FCL.115
theorie-examen KNVvL organiseert en ILT bepaalt uitslag FCL.025
dbo/solo ervaring   FCL.110.S
overland ervaring vereist FCL.110.S
praktische examen   FCL.125
aanvullende startmethoden ervaring onder toezicht instrukteur FCL.130.S

 

Verplichte documenten

Een zweefvlieger moet tijdens het vliegen de volgende documenten bij zich hebben:

  1. Een geldig bewijs van bevoegheid en een geldige medische verklaring
  2. Een identificatiedocument met foto.
  3. Een logboekje met de vliegtijdengegevens
  4. Een solist moet op alle solo-overlandvluchten een bewijs hebben dat hij vliegt als leerling-zweefvlieger onder toezicht van een vlieginstructeur.

Voor uitbreiding van de startmethode gelden de volgende eisen:

  1. Voor lierstart en sleepstart minimaal 10 starts met instructeur in de tweezitter en 5 solostarts onder toezicht van een instructeur.
  2. Voor de zelfstart, minimaal 5 starts met instructeur in de tweezitter en 5 solo onder toezicht. Bij zelfstart mogen de DBO-lessen in de TMG worden gedaan.
  3. Voor de rubberkabelstart minimaal 3 starts in de tweezitter of solo onder toezicht van de instructeur.

Voor het verlengen van startmethode geldt:

  1. Minimaal 5 starts in de afgelopen 24 maanden per startmethode.
  2. Voor de rubberkabelstart minimaal 2 start in de laatste 24 maanden.
  3. Heb je te weinig starts in een bepaalde startmethode dan kun je met of onder toezicht van een instructeur de ontbrekende starts maken.

Voor verlengen van het LAPL(S)-brevet geldt:

  1. Minimaal 5 vlieguren en 15 starts als gezagvoerder in de afgelopen 24 maanden
  2. Twee trainingsvluchten met een instructeur.
  3. Bij te weinig vluchten kun je de ontbrekende vluchten met een instructeur maken, of je maakt een checkvlucht.

De instructiebevoegdheid is drie jaar geldig. Voor het verlengen moet je voldoen aan twee van de volgende drie eisen:

  1. 30 vlieguren of 60 starts in de laatste drie jaar. Waarvan 10 uur en 20 starts in de laatste 12 maanden.
  2. Het volgen van een opfriscursus.
  3. Een profcheck in de laatste 12 maanden.

Elke 9 jaar minimaal één profcheck en wanneer de bevoegdheid vervallen is, moet je een opfriscursus volgen en een profcheck maken.

Voor uitbreiding met de TMG-aantekening geldt:

  1. Minimaal 6 vlieguren les op de TMG (waarvan minimaal 4 uren met instructeur)
  2. Eén solo-overland met de TMG van minimaal 150 km, met een landing op een ander vliegveld.
  3. Een examenvlucht met een mondeling examen over de beginselen van het vliegen, de operationele procedures, de vluchtprestaties en -planning, de algemene kennis van het luchtvaartuig en over de navigatie.

Voor verlengen van de TMG-bevoegdheid geldt: Gedurende de afgelopen 24 maanden:

  1. Minimaal 12 vlieguren waarbij minimaal 12 starts en landingen gemaakt zijn als gezagvoerder.
  2. Ontbrekende vluchten kunnen worden aangevuld met lesvluchten of door een profcheck.
  3. Een trainingsvlucht van tenminste 1 uur met een instructeur

Voor de bevoegdheid om met een TMG-sleepvliegtuig te slepen geldt:

  1. Minimaal 30 vlieguren en 60 starts als gezagvoerder op een TMG of een SEP
  2. Bij een DTO een cursus volgen voor de theoretische kennis van het slepen met een sleepvliegtuig
  3. 5 vluchten in de tweezitter voor het geval de zweefvlieger zelf geen sleepervaring heeft
  4. 10 sleepvlieglesvluchten in een tweezitter sleepvliegtuig
  5. Voor het verlengen van de bevoegdheid moet je minimaal 5 sleepvluchten in de afgelopen 24 maanden gemaakt hebben.

Voor het verkrijgen van de bevoegdverklaring kunstvliegen geldt:

  1. Minimaal 40 vlieguren of 120 starts als gezagvoerder van een zweefvliegtuig
  2. Een opleidingscursus bij een DTO voor de theoretische kennis van het kunstvliegen
  3. Tenminste 5 uur of 20 kunstvlieglesvluchten in de tweezitter.

Voor nachtvliegen onder VFR-omstandigheden geldt:

  1. Een theoriecursus bij een DTO
  2. Minimaal 5 uren nachtvliegles in de tweezitter waarvan 1 uur overlandnavigatieles van tenminste 50 km.
  3. Een basiscursus instrumentvliegen die vereis is voor het PPL.

Wolkenvliegen is niet toegestaan.

Geldigheidsduur van de brevetten:

  1. Levenslang zolang je een medische verklaring hebt en aan de vlieguren voldoet.
  2. Volgens NPA 2008/22 moet elke vijf jaar je brevet vernieuwd worden.

Bevoegdheid zweefvlieginstructie LAPL FI(S)

Om instructeur te worden moet je:

  1. Tenminste 18 jaar zijn
  2. Minimaal 100 vlieguren en 200 starts als gezagvoerder op zweefvliegtuigen en 30 uur als PIC voor de bevoegdheid vlieginstructie op een TMG.
  3. Binnen zes maanden voor de opleiding tot instructeur slagen voor een toelatingsvliegtest waar beoordeeld wordt of de kandidadaat geschikt is voor instructeur
  4. Een theorieopleiding van tenminste 30 uur voor instructeur aan een DTO hebben gevolgd en voor het theorie-examen zijn geslaagd.
  5. Een praktijkopleiding doen van minimaal 25 uur instructietechniek en voor de TMG bovendien 6 uur dubbelbesturingsonderricht op TMG's.
  6. Slagen voor een praktijkexamen bij een DTO.

Verlenging en herafgifte instructiebevoegdheid Lapl FI(S)

De instructiebevoegdheid is 3 jaar geldig. Voor de verlenging van je instructiebevoegdheid moet je aan 2 van de volgende 3 eisen voldoen:

  1. Tenminste 30 uur of 60 starts vlieginstructie gegeven hebben in zweefvliegtuigen of TMG's.
  2. Deel genomen hebben aan een opfriscursus.
  3. Slagen voor een bekwaamheidscheck.

2. Het examen

Het LAPL(S)-examen bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte.

Het theorie-examen

  1. Je moet al de 9 examenonderdelen in één land afleggen.
  2. De examens zijn schriftelijk en je moet per onderdeel minimaal 75% scoren.
  3. Je volgt een theorie-opleiding bij een DTO en je mag examen doen als de DTO jou voordraagt. Die voordracht blijft 12 maanden geldig.
  4. Je moet alle theorie onderdelen halen binnen 18 maanden na het eerste behaalde examenonderdeel.
  5. Wanneeer je voor één onderdeel vier keer examen gedaan hebt en je bent daar niet voor geslaagd dan doe je alle onderdelen opnieuw.
  6. Wanneer je geslaagd bent voor het theorie-examen dan blijft het theorie-examen 24 maanden geldig. Je hebt dan 24 maanden om het praktijkexamen te halen.

Als voorbereiding op het theorie-examen worden door de DTO theoriecursussen georganiseerd. Daarbij wordt door de instructeurs de leerstof behandeld. De clubcoördinator organiseert het examen (namens de voorzitter van de examencommissie) en treedt op als contactpersoon naar het examensecretariaat. Op verzoek ontvangt hij van het examensecretariaat de benodigde blanco certificaten. Hij ziet er op toe dat de opgaven voor het schriftelijk examen een redelijke afspiegeling zijn van de voor het betreffende vak geldende leerstof en dat deze opgaven niet zijn opgesteld door dezelfde persoon die ook als docent voor dat vak heeft gefungeerd. Evenmin mag een vak worden geëxamineerd door degene die voor dat vak als docent is opgetreden.

Het theorie-examen bestaat uit de volgende onderdelen:

 Aanvang     examenvak  aantal vragen Duur
10.15 uur      1 Luchtvaartwetgeving 20 35 min.
11.00 uur      2 Menselijke prestaties 16 25 min.
11.35 uur      3 Meteorologie 20 35 min.
12.30 uur      4 Navigatie en Communicatie 20 35 min.
13.25 uur      5 Beginselen, Operationele procedures en Vliegprestaties en Vluchtplanning 24 45 minuten
14.20 uur      6 Algemene kennis van het zweefvliegtuig 20 35 min.

 

Alle vakken worden uitsluitend schriftelijk afgenomen met meerkeuze vragen. Bij een waardering van het schriftelijk werk met 75% of meer is de kandidaat voor dat vak geslaagd. Bij een waardering van minder dan 75% moet voor dat vak opnieuw een schriftelijk examen afgelegd worden. Er worden minimaal 3 theorie-examens per jaar georganiseerd. Indien op meerdere plaatsen examens worden afgenomen met dezelfde vragen dan dienen die examens op hetzelfde tijdstip te worden afgenomen.

Kandidaten die geslaagd zijn voor een onderdeel (vak), krijgen daarvoor een certificaat uitgereikt. De examencoördinator stelt het examensecretariaat in kennis van de examenresultaten en de uitgereikte certificaten. Certificaten worden landelijk erkend. Dat betekent dat examens op verschillende plaatsen en op verschillende tijdstippen kunnen worden afgelegd.

De plaatselijk optredende coördinator is verantwoordelijk voor de correcte afhandeling van een (deel)examen en de doormelding van de resultaten naar het landelijk examensecretariaat. Na het behalen van certificaten voor alle 9 vakken is de kandidaat geslaagd voor het LAPL(S)-theorie-examen. Het examensecretariaat verzorgt de doormelding daarvan naar IL&T.

Ontheffingen van het theorie-examen:

Kandidaten die zweefvliegtechnicus zijn of over een hieronder genoemd vliegbrevet beschikken, kunnen (waarschijnlijk) voor de volgende onderdelen ontheffing van het theorie-examen krijgen.

   LAPL(S)   VO
Zweefvliegtechnicus

Algemene kennis van het vliegtuig

Beginselen van het zweefvliegen

Algemene kennis van het vliegtuig

ATPL of CPL
Groot militair brevet,
Marine brevet 

Luchtvaartwetgeving

Menselijke prestaties

Meteorologie

Communicatie

Luchtvaartwetgeving

Menselijke prestaties

Meteorologie

Communicatie

Navigatie

PPL, RPL, LAPL(A)

 

Luchtvaartwetgeving

Menselijke prestaties

Meteorologie

Communicatie

 

 

De bevoegdheid, op basis waarvan een ontheffing verleend kan worden, dient op het moment van aanvraag geldig te zijn.

Het praktijkexamen

De leerlingen die het solovliegen aardig beheersen kunnen met de voortgezette vliegopleiding (VVO) beginnen. Deze praktische oefeningen staan achter in het logboekje vermeld en zijn beschreven in het boek: "Voortgezette Vlieg Opleiding-1".

De vliegoefeningen worden met instructeur in de tweezitter uitgevoerd en zodra ze naar het oordeel van die instructeur voldoende worden beheerst tekent deze ze af in het logboek.

Om zijn landingsvaardigheid aan te tonen moet de leerling een ononderbroken serie van 5 zgn. doellandingen uitvoeren. Daarbij wordt door een instructeur het gevlogen circuit, de eindnadering, de landing in een vooraf uitgezet vak van 30 X 30 meter en de correcte uitloop beoordeeld. De doellandingen moeten over tenminste twee vliegdagen verdeeld, worden uitgevoerd.

Nadat een leerling:

  1. is geslaagd voor het theoretisch examen (9 certificaten)
  2. de VVO-oefeningen beheerst
  3. een ononderbroken serie van 5 goedgekeurde doellandingen heeft uitgevoerd
  4. een vliegervaring heeft van minimaal 15 vlieguren (12 uur op de tweezitter en 3 uur solo) en minimaal 45 starts.
  5. een solo overlandvlucht van 50 km of van 100 km in een tweezitter met een instructeur.

Kan hij bij de lokale examencoördinator het praktijkexamen voor het LAPL(S) aanvragen.

Hierbij moet onderscheid gemaakt worden naar de startmethode waarvoor het LAPL(S) verwacht wordt te worden behaald. Voor de aantekening "lieren" zal de kandidaat een lierstartervaring van ten minste 10 solo-lierstarts moeten hebben. Wordt de aantekening "sleepstart" beoogt, dan is een ervaring van tenminste 5 solo-sleepstarts met een gezamenlijke sleeptijd van 30 minuten vereist.

De examencoördinator wijst zo mogelijk twee leden van de examencommissie aan voor het afnemen van het praktijkexamen. Doorgaans zijn dit clubinstructeurs die lid zijn van de examencommissie.

Het praktijkexamen bestaat uit drie examenvluchten in de tweezitter waarbij de examinator zich aan boord bevindt. Bij deze vluchten beoordeelt de examinator de volgende punten:

  1. De voorbereiding vlucht.
  2. De start en stijgvlucht.
  3. Vrije vlucht waarbij naast algemene beoordelingspunten van vliegerschap minimaal de volgende oefeningen worden uitgevoerd en beoordeeld:
  4. Steile bochten >30°
  5. Wisselbochten (minimaal >30°)
  6. Slipvlucht
  7. Asymmetrische overtrek **
  8. Zijwindlanding**
  9. Zo mogelijk het veilig invoegen bij thermiekvliegen*
  10. Circuit en eindnadering
  11. Noodprocedures* (Lieren / slepen)

* Voor deze punten kan ook gebruik gemaakt worden van recent afgetekende VVO- oefeningen.

** Indien een van deze oefeningen bij geen van de vluchten mogelijk is, kan deze worden afgetekend, indien de kandidaat de oefening tijdens de opleiding in voldoende mate heeft beoefend.

Naast het uitvoeren van de drie examenvluchten zal de kandidaat ook nog een 10 tot 20 minuten durend mondeling examen af moeten leggen met betrekking tot zijn kennis over start (handboek) en startmiddelen.

Indien men al in het bezit is van een der bevoegdheden lieren of slepen, dan kan voor het behalen van de andere bevoegdheid worden volstaan met één examenvlucht.

Voor de aantekening 'slepen' geldt: een examenvlucht met de sleepstartmethode, met daarin een gesleepte daalvlucht vanaf tenminste 150m AGL tot vlak boven de grond en een aansluitende voortzetting van de sleepvlucht tot tenminste 500 m AGL worden uitgevoerd

Indien het examen bedoeld is voor de aantekening 'lieren' zal de examenvlucht met de lierstartmethode moeten beginnen. Hierbij wordt een gesimuleerde kabelbreuk oefening gedaan. Indien men beide bevoegdheden in een keer wil behalen dienen er dus minimaal 4 examenvluchten plaats te vinden, namelijk 3 lierstarts + 1 daalsleep of 3 sleepstarts +1 lierstart met een gesimuleerde kabelbreuk.

Indien een kandidaat zich tijdens een examenvlucht onvoldoende bedreven toont in een van de geëxamineerde onderdelen, moet het gehele examen over worden gedaan.

Na het afleggen van het theoretische en praktische examen maakt de kandidaat minimaal één overland in de tweezitter of in de motorzwever met een instructeur. Na een voldoende vlucht kan het LAPL(S) worden aangevraagd.

Op het moment van uitreiken van het LAPL(S) dient de kandidaat tenminste 16 jaar oud te zijn.

De kandidaat stuurt het ingevulde aanvraagformulier en het uitslag praktijkexamenformulier naar de KNVvL. Door de KNVvL wordt vervolgens het LAPL(S) aan de kandidaat toegestuurd.

Passagiersvliegen

Met een LAPL(S) mag je passagiers vliegen als je na het behalen van je LAPL(S):

  1. Minimaal 10 vlieguren of 30 starts als gezagvoerder hebt gemaakt.
  2. Je in de 3 maanden daarvoor 3 vluchten hebt gemaakt op een zweefvliegtuig.

3. Examenreglement

Het examenreglement voor het LAPL(S) vind je onder de knop examenreglement KNVvL-KEI. 

4. Stofomschrijving

Hieronder zie je de stofomschrijving voor het theorie-examen zweefvliegen volgens EASA.

1. AIR   LAW AND ATC PROCEDURES 1. LUCHTVAARTWETGEVING
1.1. INTERNATIONAL LAW:   CONVENTIONS, AGREEMENTS AND ORGANISATIONS  1.1 Internationale regelgeving en organisties
1.2. AIRWORTHINESS OF   AIRCRAFT  1.2 Luchtwaardigheid van vliegtuigen
1.3. AIRCRAFT NATIONALITY AND   REGISTRATION MARKS  1.3 Vliegtuig nationaliteit en registratie kenmerken
1.4. PERSONNEL LICENSING  1.4 Vliegbrevetten
1.5. RULES OF THE AIR  1.5 Luchtvaartregels
1.6. PROCEDURES FOR AIR   NAVIGATION – AIRCRAFT OPERATIONS  1.6 Luchtvaartnavigatie en vliegtuigoperatie
1.7. AIR TRAFFIC REGULATIONS   – AIRSPACE STRUCTURE  1.7 Regelgeving en luchtruim structuur
1.8. AIR TRAFFIC SERVICES AND   AIR TRAFFIC MANAGEMENT  1.8 Luchtverkeersdiensten
1.9. AERONAUTICAL INFORMATION   SERVICE  1.9 Luchtvaart informatie diensten (FIS)
1.10. AERODROMES, EXTERNAL   TAKE OFF SITES  1.10 Vliegvelden en luchtvaarttereinen
1.11. SEARCH AND RESCUE  1.11 Hulpverlening en SAR
1.12. SECURITY  1.12 Veiligheid
1.13. ACCIDENT REPORTING  1.13 Het rapporteren van ongelukken
1.14. NATIONAL LAW 1.14 Nationale wetgeving
   
2. HUMAN PERFORMANCE 2. Menselijke prestaties en beperkingen 
2.1. HUMAN FACTORS: BASIC   CONCEPTS 2.1 Menselijke factoren
2.2. BASIC AVIATION   PHYSIOLOGY AND HEALTH MAINTENANCE 2.2 Elementaire luchtvaart fysiologie
  2.2.1 De atmosfeer
  2.2.2  Zien en illusie
  2.2.3 Gehoor en evenwicht
  2.2.4 Luchtziekte en ruimtelijke desoriëntatie
  2.2.5 Vliegen en gezondheid
2.3. BASIC AVIATION   PSYCHOLOGY 2.3. Elementaire luchtvaart psychologie 
  2.3.1 Het menselijk informatieproces
  2.3.2 Het centrale besluitvormingskanaal
  2.3.3 Spanning en stress 
  2.3.4 Inzicht en besluitvorming 
   
3. METEOROLOGY 3. Meteorologie
3.1. THE ATMOSPHERE  3.1 De atmosfeer
3.2. WIND  3.2 Luchtdruk en wind 
3.3. THERMODYNAMICS  3.3 Thermodynamica / warmteleer
3.4. CLOUDS AND FOG  3.4. Wolken en mist 
3.5. PRECIPITATION  3.5 Neerslag 
3.6. AIR MASSES AND   FRONT  3.6. Luchtmassa's en fronten
3.7. PRESSURE SYSTEMS  3.7. Druksystemen
3.8. CLIMATOLOGY  3.8. Klimatologie 
3.9. FLIGHT HAZARDS  3.9. Gevaarlijke weersituaties voor de luchtvaart
3.10. METEOROLOGICAL   INFORMATION  3.10 Meteo informatie 
   
4. COMMUNICATIONS 4. Communicatie
4.1. VFR COMMUNICATIONS 4.1. VFR-communicatie 
4.2. DEFINITIONS 4.2. Begrippen+ Transponder
4.3. GENERAL OPERATING   PROCEDURES 4.3. Algemene procedures
4.4. RELEVANT WEATHER   INFORMATION TERMS (VFR) 4.4. Relevante weersinformatie voorwaarden (VFR)
4.5. ACTION REQUIRED TO BE   TAKEN IN CASE OF COMMUNICATION FAILURE 4.5 Maatregelen bij communicatiestoring
4.6. DISTRESS AND URGENCY   PROCEDURES 4.6. Nood -en spoedprocedures
4.7. GENERAL PRINCIPLES OF  VHF PROPAGATION AND ALLOCATION OF FREQUENCIES SAILPLANES 4.7. De indeling van de VHF-luchtvaartband en het toewijzen van zweefvliegfrequenties
   
5. PRINCIPLES OF FLIGHT   SAILPLANE 5. Beginselen van het zweefvliegen
5.1. AERODYNAMICS (AIRFLOW) 5.1. Aerodynamica
5.2. FLIGHT MECHANICS 5.2. Vliegmechanica
5.3. STABILITY 5.3. Stabiliteit
5.4. CONTROL 5.4. Besturingssysteem
5.5. LIMITATIONS (LOAD FACTOR   AND MANOEUVRES) 5.5.Beperkingen    (Belastingfactor en manoeuvreerdiagram)
5.6. STALLING AND SPINNING 5.6. Overtrek en vrille
   
6. OPERATIONAL PROCEDURES   SAILPLANE 6.  OPERATIONELE   PROCEDURESvoor het zweefvliegen 
6.1. GENERAL   REQUIREMENTS  6.1 Algemene voorschriften
6.2. LAUNCH METHODS  6.2 Startmethoden
6.3. SOARING TECHNIQUES  6.3 Thermiekvliegen
6.4. CIRCUITS AND   LANDING  6.4 Circuit en landing
6.5. OUTLANDING  6.5 Buitenlanding
6.6. SPECIAL OPERATIONAL   PROCEDURES AND HAZARDS )  6.6 Speciale operationele procedures en gevaren
6.7. EMERGENCY   PROCEDURES  6.7 Noodprocedures
   
7. FLIGHT PERFORMANCE AND   PLANNING SAILPLANE  7. Vliegprestaties en vluchtplanning 
7.1. VERIFYING MASS AND   BALANCE  7.1 Het controleren van het gewicht en het zwaartepunt
7.2. SPEED POLAR OF   SAILPLANES / CRUISING SPEED  7.2 Snelheidspolaires van zweefvliegtuigen en kruissnelheid
7.3. FLIGHT PLANNING AND TASK   SETTING  7.3 Vluchtplanning en taakstelling
7.4. ICAO FLIGHT PLAN (ATS   Flight Plan)  7.4  ICAO-vluchtplan
7.5. FLIGHT MONITORING AND   INFLIGHT REPLANNING  7.5 Vluchttoezicht en bijstellen vliegplan tijdens de vlucht
   
8. AIRCRAFT GENERAL KNOWLEDGE   – AIRFRAME AND SYSTEMS, EMERGENCY EQUIPMENT 8 Algemene kennis van het vliegtuig
8.1.   AIRFRAME 8.1 De constructie  van   het zweefvliegtuig
8.2.   SYSTEM DESIGN, LOADS, STRESSES 8.2 Belastingen op een zweefvliegtuig
8.3.   LANDING GEAR, WHEELS, TYRES, BRAKES 8.3 Landingsgestel, wielen, banden en remmen
8.4.   MASS AND BALANCE 8.4 Massa en zwaartepunt
8.5.   FLIGHT CONTROLS 8.5 Besturingssysteem
8.6.   INSTRUMENTS 8.6 Instrumenten
8.7   Manuals and documents 8.7 Handboeken en documenten
8.8   Airworhtness and maintenance 8.8 Luchtwaardigheid en onderhoud
   
9. NAVIGATION SAILPLANE 9. Navigatie voor zweefvliegen
9.1.BASICS OF NAVIGATION 9.1 Basisinformatie voor navigatie
9.2.MAGNETISM AND COMPASSES 9.2 Magnetisme en kompassen
9.3.CHARTS 9.3 Vliegkaarten
9.4.DEAD RECKONING NAVIGATION   (DR) 9.4 Deadreckoning
9.5.INFLIGHT NAVIGATION 9.5 Navigatie tijdens de vlucht
9.6.GLOBAL NAVIGATION   SATELLITE SYSTEMS 9.6 GPS

 

Onder de link: kenniseisen voor het LAPL(S) - en de link kenniseisen voor het VO-examen staat precies beschreven wat je moet bestuderen voor het theorie- en het praktijkexamen.

6. ICAO-eisen voor het LAPL(S)

De luchtvaart wordt in grote mate internationaal geregeld. ICAO (International Civil Aviation Organisation) is een onderdeel van de VN. Ook op het gebied van zweefvliegen bepaalt ICAO aan welke eisen een opleiding zweefvliegen moet voldoen. De officiële ICAO-eisen tref je aan onder de volgende link: ICAO-eisen

De KNVvL-opleiding is volgens de eisen van ICAO en de eisen van EASA.. De KNVvL verzorgt de opleiding, de examinering en de brevetten en rapporteert hierover aan het ministerie van ILT.

7. Medische eisen

Voor het zweefvliegen is een medische keuring verplicht. Daarom moet elke solo-vliegende zweefvlieger en elke zweefvliegbewijshouder medisch goedgekeurd zijn. EASA bepaalt de minimum regels voor de medische keuring, de nationale overheid mag zwaardere eisen stellen. De KNVvL heeft met de FSMI een overeenkomst over de wijze van keuren en de afgifte van de medische verklaring. Zie: convenant

Hieronder staat hoe vaak je voor het LAPL(S) gekeurd moet worden.

  • tot 40 jaar om de vijf jaar
  • ouder dan 40 jaar om de twee jaar

De keuring mag 45 dagen voor het verlopen van de medical worden gedaan.

De keuring wordt verricht door een SMA-arts. SMA betekent: sport medisch adviescentrum. Op de volgende link tref je een lijst aan van SMA-adressen.

Wanneer je bij een SMA-arts een afspraak gemaakt hebt, dan vul je het volgende formulier in: keuringsformulier Wanneer je goedgekeurd bent dan ontvang je van de keuringsarts je medical. Je LAPL(S) is alleen geldig in combinatie met een geldige medical.

De medische keuringen voor zweefvliegers zijn vastgelegd in de medische bijlage. Volgens die medische normen worden zweefvliegers gekeurd. Je treft deze medische bijlage aan onder de volgende link. Eisen medische keuring voor zweefvliegers.

De taken van de medische commissie zijn:

  1. de uitvoering van de zelfregulering wat betreft medische keuringen voor zweefvliegers.
  2. het bewaken van de kwaliteit van de uitvoering van de zweefvliegkeuringen.
  3. advisering aan keuringsartsen, individuele zweefvliegers, clubbesturen.
  4. het onderhouden van nationale en internationale contacten over aeromedische vraagstukken en keuringen

Leden van de CMZ hebben zitting in de Commissie van Beroep. Indien een zweefvlieger het niet eens is met de uitslag van de zweefvliegkeuring kan hij een bezwaarschrift indienen bij de Commissie van Beroep. Deze bestaat uit een lid van de CMZ, een Aero Medical Examiner, een sportarts en een jurist. Het bezwaarschrift kan ingediend worden bij de secretaris van de CMZ.

De commissie bestaat uit de volgende leden:

  • Marja Osinga (arts) (vzt) Prof. Eijkmanstraat 17 7415 EK Deventer 0570-623139 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Paul Michel de Grood (arts) (secr.) Vlaemsche Hoeve 138 5251 TE Vlijmen 0621858366 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Fer Helmers (arts AME) Cloosterstraat 72 4587CE Kloosterzande 0114-683120 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Rob Driessen (arts) 2e van der Helstraat 25 1073 HG Amsterdam 020-6645763 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Eddo van Odijk (arts) Echteldsesingel 34 4054 NX Echteld 0344-604824 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

8. LAPL(S)-formulieren

Het LAPL(S) wordt door ILenT uitgereikt. De formulieren en de eisen waar je aan moet voldoen, kun je lezen op deze website van ILenT.

9. Examinatoren

Het LAPL(S) wordt door ILT uitgereikt en de examinatoren worden door ILT aangewezen. Op het LAPL(S) kun je de aantekening instructie zweefvliegen halen FI(S). Wie instructeur is en examinator wil worden die kan door ILT als examinator (FE) worden benoemd.