Al eens gedraaid onder het oog van de wolk? Nee..? Er nog nooit onder gedraaid...? Wel eens iets over gehoord..? Nee...? Ken je dat gevoel niet? Lees dan verder.

'Zweefvliegers zijn aardige vogels,' staat er op een sticker in de Thermiekbel. Volgens mij is dit onzin. Zweefvliegers zijn stiekeme vogels, want hun vlieggeheimen houden ze het liefst voor zichzelf.

Onder al die Nederlandse zweefvliegers met jarenlange ervaring barst het natuurlijk van kennis, tips en bruikbare ideeën, maar veel van die uitvindingen en die kennis wordt nooit doorgegeven. Als je met zweefvliegen begint, dan merk je hier eerst nog niets van. Je treft enthousiaste zweefvliegers en instructeurs die je met veel genoegen deze fijne sport willen leren. Tenminste zo lijkt het. Ben je eenmaal solo dan werk je jezelf (voornamelijk solo) door de mooie boeken: 'Praktijk van het zweefvliegen' en 'Theorie van het zweefvliegen' en heb je eindelijk het ZVB dan houdt de overdracht van vliegvaardigheid op. Het wordt stil. Er verandert iets. Je begint een potentiële thermiekconcurrent binnen de club te worden. Je moet het dan verder zelf uitzoeken.

Waarom eigenlijk. Op thermische dagen hebben ze het liefst dat je de kist niet te lang bezet houdt. Ze lachen als je er op zo'n dag onderuit zakt. Kijken je meewarig aan als je op 30 km van het thuisveld buiten staat en genieten zichtbaar wanneer een 300 km retourpoging eindigt met 's nachts om 2 uur op het veld terugkomen. Wat valt er na bijna 7 jaar zweefvliegen nog veel te leren.

Ik probeer de kunst af te zien, anderen geheimen te ontfutselen, kennis die niet in onze Nederlandse zweefvliegboeken staat, op te doen, maar het gaat zo traag.

Op een dag zit ik naast Menno Sappé, aan de bar. Ik vraag hem: "Menno, hoe vlieg jij nu bij die wedstrijden? Hoe bepaal je welke bel je laat schieten en onder welke je gaat draaien? Zie je direct waar je onder de wolk moet draaien? Zet je de MacCreadyring op het verwachte stijgen of lager? Lees je hier boeken over?

Vragen genoeg en welk antwoord geeft hij...?

"Dat weet ik niet," zegt hij, "ik vlieg op mijn gevoel."

Na lang aandringen en de nodige pilsjes wordt hij iets toeschietelijker. Hij buigt zich naar mij toe en zegt:

"Vooruit ik zal je iets vertellen, waar je op moet letten. Als de bellen redelijk betrouwbaar zijn moet je niet onder elke bel draaien. Je vliegt door de bel en als de vario niet naar verwachting uitslaat steek je door. Wanneer je onder een wolk doorvliegt en je ziet een oog onder de wolk dan vlieg je daar ogenblikkelijk heen en dan gooi je hem op z'n kant. Dan is het gegarandeerd raak. Sterk stijgen, kassa dus."

Ik luister geboeid en wil meer tips horen, maar Menno vindt dat hij al te ver gegaan is. Hij buigt weer terug, gaat haastig staan en zegt: "Niet verder vertellen hè. Meer zeg ik je niet. Ik moet hier nodig weg."

Bij de deur kijkt hij nog even om en knipoogt.

Wat heb ik daarna een wolken bekeken. Had ik iets geproefd van de geheimen van wedstrijdvliegers, of ben ik er weer eens grandioos tussen genomen? Wat betekent dat knipogen?

Een aantal thermische dagen later was het raak. Tijdens een overland in het voorjaar van '93 met de wolkenbasis op 1500 m. en mooie cumuli glij ik onder verscheidene wolken door tot 900 m., op zoek naar een sterke bel. Toen ontdekte ik 'het oog'. Vaag zie ik een dunne waas. Het is ellipsvormig en inderdaad je kunt er een oog in zien. Een oog midden onder de wolk. De vario slaat ver uit; de bel is direct gecentreerd en de kist gaat met 4 m. rond vlot omhoog. Een heerlijk gevoel. Dit bedoelde Menno dus.

Als jij iets hebt aan deze tip, laat het dan even merken. Een knipoog is voldoende.

(29-12-'93)