De opleiding voor zweefvlieginstructeur bestaat uit een theorieopleiding en een praktijkopleiding. Wie door de club gevraagd wordt om instructeur te worden, doet eerst de theorieopleiding en als hij of zij voor alle examenonderdelen geslaagd is, de praktijkopleiding.

In dit deel van de website wordt ervan uitgegaan dat je geslaagd bent voor de theorieopleiding en dat de club jouw gevraagd heeft om aan de praktijkopleiding te beginnen. 

Beste instructeur i.o. (in opleiding), 

Het instructeurscollege heeft besloten om jou op te leiden tot instructeur. Jij hebt de theoriecertificaten voor instructeur gehaald en het college vindt dat jij geschikt bent om instructeur te worden.  Twee instructeurs zijn aangewezen als jouw mentoren. Op de site van de CIV vind je het Handboek Zweefvlieginstructeur en je krijgt eenWerkboek Zweefvlieginstructeur toegestuurd. Neem dat werkboekje elke oefendag mee naar het veld. Aan het eind van elke dag noteer jij wat je geleerd hebt en jouw mentor plaatst daaronder zijn/haar opmerkingen en tips. Zorg ervoor dat je elke oefendag dat even invult.  

De praktijkopleiding voor instructeur kan in een jaar worden afgerond. Voorwaarde is wel dat jij bereid bent en tijd vrij kunt maken om een jaar lang intensief aan de instructeursopleiding te besteden. Wij (jouw mentoren) leiden jou op voor VO(G), het leiden van het grondbedrijf, VO(L) het leiden van een lierbedrijf en VO((S), het leiden van een sleepbedrijf. De opleiding bestaat uit minimaal 15 hele vliegdagen. Op die 15 vliegdagen maken we in totaal minimaal 30 mentorstarts. Je begint pas met het maken van stagestarts met leerlingen nadat je de betreffende oefeningen als mentorstart gedaan hebt. De eerste opleidingsdagen bestaat uit het leiden van het grondbedrijf en het maken van mentorstarts. Zorg ervoor dat de mentorstarts er niet bij inschieten. We maken minimaal 2 per vliegdag en we werken gewoon de oefeningen die achter in het zweefvlieglogboekje staan allemaal af. Tijdens het tweede deel van de praktijkopleiding maak je ook minimaal 100 stagestarts met leerlingen. Wanneer alle praktijkdagen, mentorstarts en stagestarts gedaan zijn en jouw mentoren vinden dat jij klaar voor het examen bent, dan vragen de mentoren het praktijkexamen voor je aan. Op die dag komen twee LCO-ers  (Landelijk Coördinatoren Opleiding) controleren of de mentoren jou goed opgeleid hebben en dat moet een feestelijk afsluiting van jouw instructeuropleiding worden.   

Instructie geven is een heel boeiend vak. Op alle zweefvliegvelden zie je enthousiaste  instructeurs die, geheel onbetaald, onze mooie sport aan anderen willen leren. Je zult merken dat bij elke leerling de zweefvliegopleiding anders verloopt. De ene leerling vordert snel en zit ver voor de vijftig starts al op solo-niveau,  andere leerlingen hebben er meer moeite mee en komen later solo.  Jij mag ze helpen om goede en veilige zweefvliegers te worden. Elke instructeur heeft zijn eigen stijl van instructie geven. Tijdens jouw opleiding voor instructeur en de jaren daarna ontwikkel jij jouw stijl. Het doel van dit schrijven  is om jou daar bij te helpen en tevens om te zorgen voor eenheid in de zweefvliegopleiding. Jouw mentoren hopen dat jij samen met hen wilt helpen om het instructiepeil te verhogen.   

In veel handboeken kun je nuttige info vinden over hoe je zo goed mogelijk instructie kunt geven. Die boeken worden bij de literatuur genoemd. Een heel belangrijk boek dat je moet lezen is: Instructie Zweefvliegen. In dit levenswerk heeft een zeer ervaren instructeur nuttige kennis die hij heeft opgedaan als instructeur in Nederland en Engeland verzameld en daar kennis van andere instructeurs aan toegevoegd.  

Heel veel succes met de instructeursopleiding.  

Dirk Corporaal, 2011