Zweefvliegen is bij uitstek een internationale sport. Veel zweefvliegers in Nederland overschrijden vrijwel wekelijks de grens met het buitenland. Bij overlandvluchten vanuit Nederland worden vaak keerpunten in Duitslandgerond. Zweefvliegers organiseren daarnaast zweefvliegkampen in Frankrijk, Italië, Spanje, Tsjechië enz. Het is dan ook heel logisch dat Nederland er veel belang bij heeft om op Europees- en Wereldniveau mee te praten over de regelgeving t.a.v. het zweefvliegen. Onze KNVvL-Afdeling Zweefvliegen is daarom lid van de European Gliding Union ( EGU) en andere internationale organisaties voor het zweefvliegen. In dit hoofdstuk wordt geprobeerd om de hoofdlijnen daarvan weer te geven.

 

 

1. EASA

EASA regelt voortaan:
    1. de toelating van nieuwe vliegtuigtypen en de eisen voor luchtwaardigheid(Airworthiness/Certification)
    2. de onderhoudsprogramma's(Maintenance)
    3. de brevetten (Licensing)
    4. de eisen voor het vliegbedrijf (Operations en Airport Ops)
    5. de luchtverkeersleiding (air traffic control)

 

De EU heeft in 2002 besloten dat de autoriteit voor de luchtvaart in de EU-landen wordt overgenomen door EASA. Nieuwe regelgeving komt dan niet meer van de Divisie Luchtvaart maar van EASA. De EASA (European Aviation Safety Agency) is de nieuwe organisatie die de burger  luchtvaart gaat regelen en voor een deel nu al regelt. Het doel van EASA is om overal  in Europa een even hoog niveau van veiligheid in de luchtvaart te creëren en te handhaven. EASA regelt voor de hele EU o.a. de eisen voor luchtwaardigheid en de brevetten. De EASA is gevestigd in Keulen. Het technisch gedeelte van EASA is al geregeld. Het onderdeel opleiding en brevetten moet in 2007 ingaan. 

De EASA, in zekere zin de opvolger van de JAA, is in toenemende mate van (supra-nationaal) belang op het gebied van brevettering, certificering, onderhoud en operationele zaken. Eurocontrol coördineert en adviseert op het gebied van de indeling van het luchtruim en het gebruik ervan. De richtlijnen van Eurocontrol worden in het algemeen zonder veel wijzigingen opgevolgd door haar lidstaten.  

Op Europees niveau onderhoudt de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen nauwe contacten met de EGU (European Gliding Union). De EGU heeft geen directe ingang bij EASA. Alleen via Europa Air Sports kan de EGU invloed uitoefenen op EASA. Je kunt dit een beetje vergelijken met de situatie in Nederland. Onze Divisie Luchtvaart wil niet met elke luchtsport apart overleggen en daarom verloopt het overleg van de Divisie Luchtvaart met de recreatieve luchtvaart via de overkoepelende organisatie van de KNVvL. De zweefvliegers kunnen via de KNVvL invloed uitoefenen. Op Europees niveau kun je Europe Air Sports vergelijken met de KNVvL. Europe Air Sports is een verzameling van alle 'KNVvL's' van 25 Europese landen en ze vertegenwoordigen zo'n 700.000 luchtsporters. Zie:    http://www.europe-airsports.fai.org/index.html.

2. European Gliding Union 

In 1992 werd op Frans initiatief in Parijs de European Gliding Union opgericht. De EGU heeft als taak de belangen van de Europese zweefvliegers tegenover de snel groeiende regelgeving te verdedigen. Het eerste congres werd gehouden in Straatsburg in 1993 en daar werden de statuten ( statutes ) vastgesteld.

Het doel van de EGU is om een onafhankelijke instantie te zijn die opkomt voor de belangen van alle Europese zweefvliegers. Steeds vaker worden er beslissingen ten aanzien van het zweefvliegen genomen op Europees niveau. De invloed van Den Haag neemt af en die van Brussel neemt toe. De EGU is een Europese overkoepelende organisatie die opkomt voor  meer dan 80.000 zweefvliegers in 22 Europese landen met meer dan 22.000 zweefvliegtuigen. . 

Er is echter een ander aspect, dat dringend aandacht behoeft. Dat is de positie van het zweefvliegen in de internationale regelgeving. Om de belangen van het zweefvliegen op het terrein van de internationale regelgeving optimaal te verdedigen werd in 1993 de EGU opgericht.  De terreinen waarop de EGU zich beweegt zijn de Europese aspecten van brevettering (inclusief de medische keuringen), het luchtruim (inclusief de transponders en radio), operationele zaken als slepen en lieren, certificering, onderhoud, het milieu en b.v. verzekeringen. Op de terreinen van zaken die ook andere luchtsporten aangaan werkt de EGU nauw samen met Europe Air Sports (EAS).

Lid van de EGU zijn de Europese zweefvliegfederaties (in Nederland de Afd. Zweefvliegen van de KNVvL), lid van EAS zijn de verschillende nationale luchtsportorganisaties zoals de KNVvL.

Organisaties waar de EGU en EAS veel mee te maken hebben zijn de Europese Unie, met name de Europese Commissie, de European Aviation Safety Agency (EASA) en Eurocontrol.  

De EGU houdt elk jaar een congres met de aangesloten leden en daar worden deze onderwerpen besproken. Daar wordt bepaald welke acties de EGU onderneemt. De voertaal is Engels. 

Het bestuur van de EGU bestaat momenteel uit:

Zie: http://www.egu-info.org/index.htm 

De EGU werkt nauw samen met: EA (Europe Airsports), met de FAI (Fédération Aéronautique Internationale), met de IGC (International Gliding Committee) en met de OSTIV (Organisation Scientifique Internationale du Vol à Voile)

Vermelding verdient hier nog de ingang die de EGU en EAS via de FAI hebben bij ICAO. Dat is bijvoorbeeld van belang wanneer ICAO documenten herzien worden, zoals Annex 1 (Personnel Licensing) in 2004 en 2005.  

 Zie verder op: http://www.egu-info.org

 

3. International Gliding Commission

 

Op sportief gebied is de Afdeling Zweefvliegen aangesloten bij de International Gliding Commission (IGC) van de Fédération Internationale Aéronautique (FAI). FAI en IGC bepalen de regels voor prestatiebrevetten, wedstrijden en records. Zie hiervoor de Sporting Code, die regelmatig bijgewerkt wordt.  

De IGC is een commissie van de Fédération Aéronautique Internationale, de internationale belangenbehartiger van de gehele sportluchtvaart. De commissie bestaat uit gedelegeerden van alle landen die aangesloten zijn bij de FAI.

In beginsel behandelt de IGC alle zaken en behartigt zij de belangen op het gebied van zweefvliegen die een internationaal karakter hebben of waarvan een afstemming op internationaal niveau nuttig en nodig is.

Onderwerpen die steeds behandeld worden zijn o.a. de locaties en organisatie van FAI wereld- en Europese kampioenschappen, wereldrecords en de Code Sportif.

Onderwerpen zijn de World Air Games, het teruglopende ledental en de problemen met luchtruimtestructuur en milieu-eisen.

Voor precieze bestudering van een aantal onderwerpen zijn subcommissies gevormd:

    1. World Class Glider, Chairman Prof.dr. Piero Morelli

    2. Motorgliders, Chairman Prof. dr. Piero Morelli

    3. Clubclass, Chairman Helmut Kiffmeyer

    4. Airspace and Regulatory, Chairman Fransois van Haaff

    5. GNSS (Global Navigation Satellite System), Chairman Bernald Smith

    6. Rules, Chairman Tor Johannessen

    7. World Records, Chairman Ross Macintyre

    8. Organization of Championships, Chairman Åke Pettersson

    9. Competition Philosophies, Chairman Bruno Gantenbrink

De commissie wordt bestuurd door het bureau dat bestaat uit de President, de secretaris en vijf vice-presidenten. De IGC vergadert eens per jaar, veelal in Brussel of Parijs.

Samenstelling IGC:

President: Bob Hendersen

Secretariaat IGC:

      1. p/a FAI 93, Boulevard du Montparnasse 75006 Paris Frankrijk tel. 00-33-1-49543892 fax. 00-33-1-49543888 telex: FAINTER 201 327 F
        website: http://www.fai.org/gliding/  

Nederlands gedelegeerde: Francis van Haaff

        1. Leliegracht 45 II 1016 GT Amsterdam tel. 020-4206244 fax 020-4201750

 

4. OSTIV

 

Om meteorologen te laten leren van de opbouw en bijzonderheden van de atmosfeer met behulp van zweefvliegtuigen en ook om aerodynamische eigenschappen te ontdekken van die zweefvliegtuigen voor gebruikers, ontwerpers en constructeurs is in 1930 de Internationale Studienkommission für den motorlosen Flug (ISTUS) opgericht. Na de oorlog werd ISTUS opgevolgd door OSTIV tijdens de eerste wereldkampioenschappen in het Zwitserse Samedan, 1948. Het doel werd toen het stimuleren van wetenschappelijke, technische ontwikkelingen voor het zweefvliegen.

OSTIV staat voor Organisation Scientifique et Technique Internationale du Vol à Voile.

De OSTIV is geen commissie van de FAI, maar is wel gelieerd als officieel geassocieerd lid. In de praktijk is OSTIV een wetenschappelijk zusje van IGC.

De General Conference, de algemene ledenvergadering van OSTIV, bestaat uit de gedelegeerden van de Nationale Aeroclubs. Het bestuur bestaat uit de president, vice-president en zeven leden.

Op dit moment wordt het werk verdeeld over drie panels:

    1. Sailplane Development Panel;

    2. Meteorological Panel;

    3. Training and Safety Panel.

Het ledenbestand bestaat uit:

      1. Actieve leden, Natianale Aerclubs die lid zijn van de FAI;

      2. tecnisch/wetenschappelijke leden, organisaties die bezich zijn op dit gebied;

      3. individuele leden, dit kunnen zijn individuen, lokale zweefvliegclubs en bibliotheken.

Sinds 1948 wordt iedere twee jaar een OSTIV-conferentie gehouden tijdens de Wereldkampioenschappen.

OSTIV heeft een eigen website: www.ostiv.fai.org

OSTIV:

President

        1. Dr.Ir. Loek Boermans Nachtegaallaan 51 2665 EG Bleiswijk tel. 015-2786387 (kantoor) tel. 010-5213848 (prive)

Nederlands gedelegeerde:

          • L.P.V.M. van Rijn Drapeniersgaarde 33 2542 VK 's Gravenhage

 

 

Datum laatste update 12-06-07