Zondag 16 april. Buiten is het 16°C. De zon schijnt en cumuluswolken trekken zweefvliegtuigen naar een basis van 1500m. Binnen wordt enthousiast en hard gewerkt. De stemming is opperbest. Tweeëndertig mannen en één vrouw volgen een kunststofworkshop. Wat bezielt deze zweefvliegers en waarom laat het Service Center Terlet in hun keuken kijken?

Speed never exceed

Het begin is direct van hoog niveau. Van 9.00 tot 10.30 houdt L. van Rijn een boeiende presentatie over de mogelijkheden en beperkingen van kunststof zweefvliegtuigen. We kunnen onze kennis weer opfrissen. Uit zijn verhaal blijft me vooral bij, dat de maximumsnelheid ook werkelijk de maximumsnelheid is. Hardnekkig zijn de verhalen dat daarboven nog een marge van 20% bestaat voordat er flutter optreedt. Flutter kan al bij 10% boven deze snelheid optreden.

Een gat in een vleugel slaan

Na dit verhaal krijgen we praktische werkinstructies van Peter Jansen (hoofd SCT) en gaan we in groepjes van twee aan de slag. De vleugels van een Astir zijn elk in acht stukjes verdeeld. We moeten een gat in de vleugel slaan. De technici doen dit met zichtbaar genoegen. Waarschijnlijk vooral omdat het niet een vliegtuig van de eigen club is. Dit weekend gaat het erom dit gat weer vakkundig te repareren. Samen met Sjoerd van de Berg doe ik m'n best om de eer van FAC hoog te houden. Eerst repareren we het onderlaminaat en brengen we een laag divinicell aan. Vervolgens gaan we aan de gang met het voorbereiden en afwerken van het bovenlaminaat. De volgende dag staan aflakken en polijsten op het programma.

Theorie en praktijk

De workshop is een keurige mix van theorie en praktijk. Peter Jansen en het kunststofwonder Bobo (Slobodan Djandara) hebben het goed voorbereid, geven uitstekende tips en lijken er zelf ook van te genieten. Ook van de andere technici valt veel te leren. Talloze tips worden uitgewisseld. Het is gewoon een lust om al die mannen en één vrouw (de Française van Gilzen) hard aan het werk te zien. Een enkele keer staan een paar technici even naar de zweefvliegtuigen boven Terlet te zien. Ik hoor iemand mompelen: 'De cursus is perfect alleen de volgende keer moeten ze het weer een beetje aanpassen'.

 

Een kijkje in de keuken

Wie goed rondkijkt krijgt een indruk hoe er in het Service Center gewerkt wordt. Grote reparaties aan zweefvliegtuigen worden daar, volgens mij, vakkundig aangepakt. Ik bestudeer de reparatie van de Ls4 die in de hoogspanningsdraden geland is. Aan de prikkeldraadstangen is duidelijk te zien dat die stangen levensreddend kunnen zijn.

Vervolgens vraag ik Peter Jansen: 'Is het wel verstandig om jullie vakkennis aan ons zo door te geven? Wat wij in de clubwerkplaats doen daar verdienen jullie niets aan'. 'Klopt', zegt Peter, 'hier hebben we, voordat we ja tegen deze cursus zeiden, over nagedacht. Maar wij vinden dat jullie op de clubs de kleinere klussen zelf moeten doen en de grotere hopelijk door ons laten doen. Jullie kunnen hier nu zelf zien en beoordelen wat wij momenteel kunnen'.

Bij het laatste deel van de cursus komt kwaliteitsinspecteur Jan Vermeer het geleverde werk bekijken. Deze nestor van de technici reikt de oorkonden uit en aan het persoonlijke praatje dat hij met iedere deelnemer houdt, blijkt dat hij heel sleutelend Nederland kent.

Tot slot: 'Peter, Bobo en alle SCT-medewerkers; deze cursus was uit de kunst.

Dirk Corporaal 22-04-2000