Op de foto zie je een profcheck voor ganzen. Oefening formatievliegen op lage hoogte recht over mijn fototoestel. De ganzen deden het prima, de foto lukte ook maar door de snelle draai die ik daarna moest maken leidde die tot een pijnlijke val.  

In deze presentaties voor de instructeursconferentie van 2009 gaat het over twee dingen die veel met elkaar te maken hebben: De discussie over checks voor oudere zweefvliegers, een leeftijdgrens voor instructeurs en het invoeren van profchecks volgens de voorschriften van EASA.

Ik ga uitleggen wat EASA zegt over het houden van profchecks en wat het standpunt van de Afdeling Zweefvliegen is in de discussie over een leeftijdsgrens voor instructeurs.

Volgens mij kennen alle clubs regels voor het maken van checkstarts. Bij mijn club maakt iedereen na drie maanden niet vliegen eerst even een checkstart met een instructeur. Vervolgens maken ZVB-ers na elke 25 starts een checkvlucht en solisten na iedere 15 starts. De instructeurs van mijn club maken geen checkstarts. Dat hoeft niet want het zijn Friese instructeurs!

Nu is toch niet helemaal waar dat zij nooit een checkstart maken, want de instructeurs die ook motorzweefinstructie geven, moeten voldoen aan de PPL-voorschriften en zij maken wel profchecks.

Er zijn clubs die een leeftijdsgrens voor instructie geven hebben vastgesteld. Bij de ene club ligt die leeftijd hoger dan bij een andere club. Eén instructeur die het met die beslissing van zijn club niet eens was, vond dat er sprake was van leeftijdsdiscriminatie en heeft de zaak voorgelegd aan de commissie gelijke behandeling.

De commissie gelijke behandeling heeft de zaak behandeld en heeft het bestuur van de zweefclub in het gelijk gesteld. Uit de woorden van die commissie blijkt dat zij een verband zien tussen de leeftijd en de kwaliteit van instructie geven.

Vervolgens komt  de Commissie voor gelijke Behandeling met een verzoek aan de CIV om een manier te bedenken om de kwaliteit van instructeurs te bewaken zodat er niet van een leeftijdsgrens gebruik hoeft te worden gemaakt. Ook de Aero Club Salland heeft in 2007 zo'n verzoek aan de CIV gericht. Op de CIV-vergaderingen is vervolgens dit onderwerp geregeld aan de orde geweest. Het verzoek van de Commissie voor gelijke Behandeling is gemakkelijker gesteld dan beantwoord. Bij elke discussie zagen we steeds weer nieuwe kanten aan deze zaak. Het ei van Columbus werd niet zomaar gevonden.

Ondertussen verscheen er een heel goed artikel van Marja Osinga (voorzitter van de medische commissie) over dit onderwerp. Haar standpunt spreekt de CIV het meest aan. Het belangrijkste binnen een club is een gezonde veiligheidscultuur. Fouten maakt iedereen, maar het gaat erom wat we met die fouten doen. Laten we ons corrigeren of bagatelliseren we onze eigen fouten. Vinden we het juist dat we in ons eigen belang op fouten worden aangesproken of vinden we dan dat er op ons zweefvliegego getrapt wordt.

Op mijn club hebben we de regel dat wanneer een zweefvlieger meent dat er door een andere zweefvlieger een fout gemaakt is waar iets van gezegd moet worden, dat hij dat niet zelf doet maar aan de d.d.i. meldt en die spreekt de vlieger er op aan. Een gezonde clubcultuur helpt veel meer dan regeltjes over checkstarts en op welke leeftijd je moet je stoppen met instructie geven. Marja Osinga spreekt in haar artikel over een vertrouwenspersoon. Dat kan de chef-instructeur zijn maar ook een ander. In het onderwijs kent elke school zo'n persoon. Dat is zelfs wettelijk verplicht. Ook beroepsvliegers hebben een vertrouwenscommissie waar ze anoniem gevaarlijk vlieggedrag kunnen melden. Zelf ben ik een paar keer met zweefvliegclub Flevo naar Tsjechië geweest. Bij een andere club in de zweefvliegkeuken kijken is niet alleen aangenaam maar ook heel leerzaam. Zij vertelden mij toen al dat ze een vertrouwenspersoon hadden waar ze gevaarlijk vlieggedrag konden melden. Die persoon heeft geheimhoudingsplicht. Hij verzamelt en geeft het alleen door aan de instructeur of zweefvlieger die het betreft. Mocht je constateren dat iemand bijvoorbeeld erg gevaarlijk laag over de bomen binnenkomt en je meldt dat en je vraagt aan de vertrouwenspersoon: 'Doet hij dat wel vaker?', dan mag de vertrouwenspersoon daar geen informatie over geven.

Een tweede artikel over dit onderwerp stond in de Thermiek van vorig jaar. Hans den Besten, toen voorzitter van Salland, legt daarin uit dat de Aero Club Salland een maximumleeftijdsgrens hanteert bij gebrek aan beter.  Hij is vooral een voorstander van proficiency checks. Hij verbaast zich erover dat instructeurs, die ooit 40 jaar geleden een keer instructeursexamen gedaan hebben, daarna nooit meer en check maken. Volgens hem is dat overal elders in de luchtvaart ondenkbaar. In de beroepsluchtvaart moeten piloten geregeld een profcheck maken. Bij de KLM vaker dan het wettelijk voorgeschreven is. Zweefvlieginstructeurs zijn zo ongeveer de enigen in de luchtvaart die geen profchecks maken!

Tijdens de NZD-08 was er een workshop in twee delen over dit onderwerp. Helaas heb ik de presentatie niet gehoord, maar wel gelezen op het internet. Zie bij de presentaties van de NZD08.  Paul Michel de Grood (lid van de medische commissie) hield een verhaal over de medische kant van het ouder worden en Victor Telkamp leidde de discussie om tot een aanbeveling voor zweefvliegend Nederland te komen. Hierboven zie je één sheet uit die presentatie. Dat is geen volledige weergave van die presentatie. Lees dus vooral de beide presentaties bij de NZD-site.

De workshop van deze NZD komt met deze aanbeveling. Hé hé, eindelijk duidelijkheid. Dit leidt tot en nieuwe discussieronde binnen de CIV. Kunnen we dit één op één overnemen of niet?

De CIV heeft kennis genomen van al deze artikelen. De CIV neemt de aanbeveling van de NZD niet één op één over, maar er moet wel een systeem komen waarbij de de veiligheid gewaarborgd wordt. De commissie instructie en veiligheid is vooral voorstander van een gezonde clubcultuur zoals Marja Osinga dat beschrijft.  Het is heel erg moeilijk om een leeftijdsgrens te trekken. De clubs die er een hebben, hebben bovendien niet  dezelfde leeftijdsgrens. Het hangt namelijk van erg veel factoren af. Hoeveel vliegt iemand. Op welke leeftijd is hij begonnen. Er zijn instructeurs boven de zeventig die nog erg veel vliegen en goed instructie geven. Bovendien welke wettelijke eisen gaan er binnenkort met EASA in Europa gelden?

In EASA-NPA 17b staat vermeld dat elke zweefvlieger straks minimaal om de zes jaar een profcheck met een examinator gaat maken. Elke zweefvliegclub heeft ongeveer zes examinatoren die de GPL-examens af mogen nemen. Het afnemen van deze profchecks door examinatoren is dus praktisch gemakkelijk uitvoerbaar. EASA komt ook met eisen voor instructeurs.

Instructeurs moeten straks, net zoals dat nu al voor de TMG-instructeurs geldt, elke drie jaar hun instructiebewijs vernieuwen. Ze moeten dan voldoen aan de twee uit drie eis. Hier is de profcheck vooral bedoeld om te checken of de instructeur nog goed instructie kan geven. De skilltest, bekwaamheidstest, moet gezien worden als een soort instructeursexamen. Deze checks worden dan ook afgenomen door een examinator voor instructeurs. Bij ons een LCO-er. Voor het geldig houden van zijn brevet moeten ook instructeurs zelf vliegen. Alleen instructiestarts maken is niet voldoende!

Hier staat het voorstel van de CIV. Momenteel is er geen enkele check voor instructeurs. We hebben niets. Dat gaat veranderen. Alle zweefvliegers, dus ook instructeurs, maken minimaal één checkvlucht met een instructeur. Instructeurs moeten ook in de eenzitter vliegen, dat wordt een verplichting van EASA. Bij het verlengen moeten instructeurs naast instructie starts ook eenzitterstarts maken. Daarnaast komt het genoemde systeem van de vertrouwenspersoon. Deze twee zaken laten we aan de clubs over. Bij een audit kan gecheckt worden hoe de clubs dit uitvoeren. De profcheck om de zes jaar en de overige eisen voor instructeurs worden straks wettelijk verplicht, daar is geen discussie over.

De Afdeling Zweefvliegen komt niet met een leeftijdsgrens? Een aanbeveling van de NZD om dat bij 75 jaar te doen, is iets anders dan een uitspraak van de Afdeling Zweefvliegen. Zo'n uitspraak heeft gevolgen voor clubs die een lagere leeftijd aanhouden en voor clubs die geen leeftijdsgrens kennen. EASA maakt geen onderscheid naar leeftijd. Moet de Nederlandse Afdeling Zweefvliegen Roomser zijn dan de paus? Is het straks wettelijk wel geldig wanneer we strenger zijn dan EASA?

Momenteel vliegen we volgens de oude ZVB-regels. Die regels zijn minimum regels. Voor het verlengen van je GPL hoef je slechts 3 uur te vliegen en een paar starts te maken. In mijn ogen echt minimaal. Je krijgt dan wel een nieuw GPL maar je bent niet bekwaam om een overland te maken. Bijna alle clubs hanteren intern veel strengere eisen. Wie bij de FAC passagiers wil vliegen moet: achttien jaar zijn en een GPL hebben. Daarnaast een paar honderden starts ervaring en dan mag hij bij het instructeurscollege aanvragen om passagiers te mogen vliegen. Na de toestemming van dit college moet hij eerst 5 solo-vluchten  op de twin maken en daarna nog vijf met een instructeur die voor passagier speelt. Dit staat en stond nergens in de wet. Wie bij ons een overland wil maken met een clubkist, moet aantonen dat hij met dat type kan doellanden. Zo kent elke club z'n eigen strakkere regels. Strakker kan wel, maar soepeler dan de wet voorschrijft of datgene wat wij gezamenlijk afspreken kan niet.

Ik ken verstandige instructeurs die gewoon uit eigen vrije wil gestopt zijn met zweefvliegen. De Commissie voor gelijke Behandeling vraagt de CIV om een instrumentarium om de kwaliteit van de zweefvlieginstructie te bewaken. Dit is het antwoord. Honderd procent zekerheid geeft dit niet. Er bestaat ook nog zoiets als vliegerschap. Ik sluit af met een verhaal over de allereerste instructeur. Iedereen kent wel het beroemde verhaal van Daidalos en Icarus. Daidalos en Icarus zitten op Kreta gevangen. Daidalos maakt vleugels en leert zichzelf het vliegen. Vervolgens leert hij dit zijn zoon ook. Volgens mij is dit de oudste instructeur. De  wijze knappe kunstenaar Daidalos en zijn zoon ontsnappen van Kreta en vliegen naar Griekenland. 'Icarus ik wil dat je binnen vliegzicht blijft'. Maar... Icarus zoekt de grenzen op. Eerst maakt hij een zoemer, zo laag dat het schuim van de golven hem al raakt. Daarna vliegt hij hoger en hoger. Ligt daar niet Griekenland? Nog wat hoger.... dat zijn de eilandjes voor de kust van Athene. Nog wat hoger en... dat de was smelt, de veren van zijn vleugels laten los. Vleugellam valt hij in zee. Die zee heet sindsdien de Icarische Zee. 

Zo'n Griekse mythe is niet zomaar een verhaaltje. De Grieken willen ons daar iets mee leren. Elke vlieger, jong of oud, moet zijn grenzen kennen. Of zoals de Grieken zeiden: 'Ken u zelve.' Een mens moet z'n mogelijkheden niet onderschatten en niet overschatten. De beste check blijft nog altijd de I AM SAFE CHECK. Wanneer een zweefvlieger op een zweefvliegdag 's morgens zijn tanden poetst dan moet hij zich afvragen of hij 'fris' genoeg is om te gaan vliegen of die dag beter iets anders kan gaan doen.

Dirk Corporaal 7 februari 2009.