6. Part ML

VERORDENING (EU) Nr. 1321/2014 VAN DE EUROPESE COMMISSIE gaat over de permanente luchtwaardigheid van vliegtuigen.  

Een eigenaar (mede-eigenaar/clublid/huurder) is verantwoordelijk voor het onderhoud en het luchtwaardighouden van een zweefvliegtuig. Een eigenaar mag veel onderhoudstaken zelf uitvoeren en een aantal taken niet. Wat hij/zij wel en niet mag en waar hij/zij verantwoordelijk voor is, staat in part ML (een onderdeel van verordening nr. 1321/2014.

Hier staat een samenvatting en staan een aantal stukken vertaald uit het Engels die voor technici en zweefvliegers voor het onderhoud van zweefvliegtuigen gelden. Er is gebruik gemaakt van de geconsolideerde versie van 2021. Bij de beschrijving wordt uitgegaan van vliegend onder een onbewaakte CAO (Continuing Airworthiness Organisation). Dus een CAO (zoals de KNVvL-CAO) die niet het onderhoud en ook niet de AMP's beheert. Dit hoofdstuk vervangt niet de officiële versie van Part ML. Een technicus en een zweefvlieger dienen zich te houden aan de officiële Engelse versie van Part ML zoals gepubliceerd in Easy Access Rules for Continuing Airworthiness (Regulation (EU) No 1321/2014).

Mocht iemand een foute vertaling constateren of een correctie hebben dan ontvang ik die graag en pas ik de tekst aan.

Een paar begrippen:

  • Certificeringspersoneel: personeel dat verantwoordelijk is voor de vrijgave van een luchtvaartuig of een component na onderhoud; Certificeringspersoneel moet gekwalificeerd zijn overeenkomstig de eisen van bijlage III (Deel-66),
  • Component: alle motoren, propellers, onderdelen of uitrustingsstukken;
  • ELA1-luchtvaartuig: o.a. een zweefvliegtuig of gemotoriseerd zweefvliegtuig met een maximale startmassa van hoogstens 1200 kg;
  • Onderhoud: het reviseren, repareren, inspecteren, vervangen, wijzigen of herstellen van een defect van een luchtvaartuig of luchtvaartuigonderdeel, of een combinatie van genoemde werk­ zaamheden, met uitzondering van een direct aan de vlucht voor­ afgaande inspectie;
  • Part ML: Maintance Light Aircraft.
  • Permanente luchtwaardigheid: alle processen waarmee ge­waarborgd wordt dat het luchtvaartuig gedurende de gehele operationele levensduur voldoet aan de geldende normen voor luchtwaardigheid en zich in een toestand voor veilige exploitatie bevindt;

Een zweefvliegtechnicus heeft een Part-66 L1 en L2 bevoegdheid met beperkingen.

Om dat te halen, of om beperkingen weg te werken, moet hij/zij examen doen in de onderstaande modules. 

Subcategorieën Modules
L1C: composietzweefvliegtuigen 1L, 2L, 3L, 5L, 7L en 12L
L1: zweefvliegtuigen 1L, 2L, 3L, 4L, 5L, 6L, 7L en 12L
L2C: gemotoriseerde composietzweef­ vliegtuigen en composiet-ELA1-vleu­ gelvliegtuigen 1L, 2L, 3L, 5L, 7L, 8L en 12L
L2: gemotoriseerde zweefvliegtuigen en ELA1-vleugelvliegtuigen 1L, 2L, 3L, 4L, 5L, 6L, 7L, 8L en 12L

Benaming van de modules
1L „Basiskennis”
2L „Menselijke factoren”
3L „Luchtvaartwetgeving”
4L „Casco hout/metalen buizen en textiel” 5L „Casco composiet”
6L „Casco metaal”
7L „Casco algemeen”
8L „Motor”
12L„Radio Com/ELT/transponder/instrumenten”

De leerstof staat op blz. 246 en verder (in de Nederlandse versie van de Verordening versie 2021) en in Easy Access Rules for Continuing Airworthiness (Regulation (EU) No 1321/2014).

Part ML begint bij blz. 289 (in de Nederlandse versie van de Verordening versie 2021). 

( 02014R1321 — NL — 02.12.2021 — 011.001 — 289)

SECTIE A — TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN

SUBDEEL A — ALGEMEEN

ML.A.101 Toepassingsgebied

  • Maatregelen die garanderen dat het luchtvaartuig luchtwaardig is en voorwaarden waaraan personen en organisaties moeten voldoen met betrekking tot de luchtwaardigheid

SUBDEEL B — VERANTWOORDINGSPLICHT

ML.A.201 Verantwoordelijkheden

  • De eigenaar (huurder) is verantwoordelijk voor de permanente luchtwaardigheid, de bijbehorende documenten en het onderhoudsprogramma volgens ML.A.302 
  • Wie sleutelt aan een luchtvaartuig of onderdeel is vernatwoordelijk voor het uitgevoerde werk.
  • De gezagvoerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van de inspectie voor de vlucht..

ML.A.202 Melding van voorvallen

  • Gebreken aan een luchtvaartuig of een component moeten binnen 72 uur worden gemeld.aan de CA (Competent Authority) van het land van registratie van het luchtvaartuig (in Nederland ILT).
  • Aan de TCH (de organisatie die verantwoordelijk is voor het typeontwerp of het aanvullende typeontwerp).

SUBDEEL C — PERMANENTE LUCHTWAARDIGHEID

ML.A.301 Taken met betrekking tot de permanente luchtwaardigheid

  • inspectie voor de vlucht
  • verhelpen van defecten
  • uitvoeren onderhoud volgens het AMP (onderhoudsprogramma).
  • uitvoeren luchtwaardigheidsaanwijzigingen (AD's e.d.).
  • onderhoudscontrolevluchten indien noodzakelijk.

ML.A.302 Onderhoudsprogramma voor luchtvaartuigen:

  • De eigenaar is (bij een onbewaakte omgeving) verantwoordelijk voor het onderhoudsprogramma en tekent daarvoor
  • Het AMP bevat de taken en inspecties volgens het minimale inspectie programma (MIP) en / of de instructies voor permanente luchtwaardigheid, uitgege­ven door de fabrikant / houder van de ontwerp-goedkeuring;
  • Het AMP mag op voorstel eigenaar of CAO aanvullende onderhoudsacties omvatten maar niet minder beperkend dan het MIP.
  • Het bevat aanvullende onderhoudstaken ook vanwege de geïnstalleerde uitrusting en bijvoorbeeld onderdelen met een beperkte levensduur.
  • Bevat een verklaring dat de Piloot Eigenaar POM-taken mag uitvoeren 
  • Moet elk jaar worden geëvalueerd worden (bekijken of het nog up-to-date is).
  • Het MIP moet voor zweefvliegtuigen en zelfstarters minimaal jaarlijks worden uitgevoerd en voor TMG's jaarlijks of na 100 vlieguren (wat het eerst komt). Een extensie van 1 maand of 10 uur, naargelang van toepassing, kan worden toegepast. Het volgende interval wordt berekend vanaf het moment dat de inspectie plaatsvindt.
  • Gebruik de maintance manual van de fabrikant om elke taak/inspectie uit te voeren.
  • Bij TMG's is het toegestaan om de gebruiksuren van het vliegtuig, de motor en de propeller als afzonderlijke eenheden te beheersen. Elke onderhoudscontrole die moet worden uitgevoerd tussen twee opeenvolgende 100 uur / jaarlijkse inspecties kunnen afzonderlijk worden uitgevoerd op het vliegtuig, de motor en de propeller, afhankelijk van wanneer elk onderdeel de overeenkomstige uren bereikt. Echter, op het moment van de 100-uurs / jaarlijkse inspectie moeten alle elementen worden gecontroleerd.
  • Een goede werking van reservesystemen en onderdelen moet worden uitgevoerd wanneer een controle op onjuiste installatie/werking wordt uitgevoerd.

 

Algemeen

Algemeen - alle taken: Het luchtvaartuig moet schoon zijn voor de inspectie. Inspecteer op deugdelijkheid, schade, slijtage, ongeschondenheid, of afvoergaten/ontluchtingsgaten vrij zijn, op tekenen van oververhitting, lekken, scheuren, netheid en toestand, naar gelang van de specifieke taak. Bij het controleren van kunststof, controleren op tekenen van aantasting- of drukschade die kunnen wijzen op onderliggende schade.  
Smering / onderhoud Smeer en vul vloeistoffen bij in overeenstemming met de voorschriften van de fabrikant.  
Markeringen Controleer of de registraties op de romp en de vleugel correct zijn. Controleer, indien van toepassing, of een vrijstelling voor alternatieve weergave is goedgekeurd, of de identificatieplaatje voor in een NAA geregistreerd luchtvaartuig aanwezig is, en of andere identificatiemarkeringen op de romp in overeenstemming zijn met de plaatselijke (nationale) voorschriften.  
Wegen Beoordeel of het weegrapport klopt met de inventarislijst en weeg het vliegtuig na een reparatie of wijziging.  

 

Vliegtuigromp

Laklaag en gelcoat Inspecteer de buitenkant en de romp, de gelcoat, stoffen bekleding of metalen huid, en het lakwerk.  
Rompconstructie Controleer spanten, bekistingen, buisconstructie, huid en bevestigingen. Controleer op tekenen van corrosie op het buizenframe.  
Neus vliegtuig Controleer op sporen van een impact met de grond of objecten.  
Ontkoppelhaken

Inspecteer de neus- en zwaartepuntshaak, de kabel en de ontkoppelingsknop. Controleer de operationele levensduur. Voer een operationele test uit. Bij een tweezitter zowel voor als achter 

 
Pitot/ventilator Controleer de uitlijning van de pitotopening, controleer de werking van de ventilator.  
Pitot/statisch-systeem Inspecteer pitot openingen/buizen, de statische openingen, en alle slangen (indien toegankelijk) op veiligheid, schade, reinheid en conditie. Tap al het water uit de condensafvoeren af.  
 Afvoerbuizen Controleer alle verbindingskabels en verbindingen. Controleer of alle openingen en afvoeren vrij zijn van vuil.  

 

Cockpit

Schoon en losse voorwerpen Controleer onder de zitting(en) op vuil en vreemde voorwerpen.  
Kap, vergrendeling en afwerpen Controleer de kap, het frame en het plexiglas op scheuren, onaanvaardbare vervorming en verkleuring. Controleer de werking van alle vergrendelingen. Voer een operationele test uit van het afwerpsysteem van de kap. Bij tweezitters zowel voor als achter.  
Zitting en cockpitbodem Inspecteer de zitplaats(en). Controleer of alle losse kussens correct zijn geïnstalleerd en, in voorkomend geval, of de kussens van energieabsorberend schuim correct zijn aangebracht. Controleer of alle stoelverstellers goed passen en vergrendeld zijn.  
Riemen Inspecteer alle riemen op conditie en slijtage van alle sluitingen, riemen en bevestigingen. Controleer de werking van de ontgrendeling en de afstellingen.   
Voetpedalen Controleer het voetpedaal en de afstelling. De controleer kabels op slijtage en beschadiging.  
Instrumenten-paneel Inspecteer het instrumentenpaneel en alle instrumenten/apparatuur. Controleer of de aflezingen van de instrumenten overeenstemmen met de omgevingsomstandigheden. Controleer de markering van alle schakelaars, stroomonderbrekers en zekeringen. Controleer de werking van alle geïnstalleerde apparatuur, zo mogelijk in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.
Controleer de markeringen van de instrumenten in overeenstemming met het vlieghandboek van het vliegtuig (AFM).
 
Zuurstofsysteem indien aanwezig  Inspecteer het zuurstofsysteem (indien aanwezig). Controleer de vervaldatum van de hydrostatische test van de fles in overeenstemming met de aanbevelingen van de fabrikant. Zorg ervoor dat de zuurstofinstallatie wordt geregistreerd volgens de inventarislijst van het gewicht en zwaartepuntrapport. LET OP: NEEM ALLE VEILIGHEIDSMAATREGELEN IN ACHT.  
Kleurcodering van bedieningsorganen Zorg ervoor dat de bedieningsorganen de juiste kleur hebben in overeenstemming met het vlieghandboek en in goede staat verkeren.  
Opschriften Controleer of de opschriften correct en leesbaar zijn, en de staat van het luchtvaartuig correct weergeven in overeenstemming met het vlieghandboek.  

 

Landingsgestel

Neuswiel Controleer op sporen van harde landingen. Controleer slijtage. Inspecteer wiel, band en wielkast. Controleer de bandenspanning.  
Hoofdwiel en remsysteem Controleren op lekdichtheid van de hydraulische afdichtingen en lekken in de leidingen. Controleer de levensduur van hydraulische slangen en onderdelen, indien gespecificeerd door de fabrikant. Verwijder de remtrommels en controleer de slijtage van de remvoering. Controleer slijtage van remschijven en remtrommels. Plaats de trommel terug. Controleer de remafstelling.
LET OP: REMSTOF KAN ASBEST BEVATTEN.
Controleer de werking van de rem. Controleer het peil van de remvloeistof en vul indien nodig bij.. Controleer de bandenspanning.
LET OP: CONTROLEER HET TYPE REMVLOEISTOF DAT WORDT GEBRUIKT EN NEEM DE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN IN ACHT.
 
Wielophanging Controleer veren, elastieken, schokdempers en bevestigingen. Controleer op tekenen van beschadiging. Onderhoud de veerpoot, indien van toepassing.  
Onderstel intreksysteem en deuren Controleer het intrekmechanisme en de bedieningsorganen, het waarschuwingssysteem (indien aanwezig), de gasveren, de deuren en de koppelingen/veren, het overcenter/vergrendelingsmechanisme. Test of het wiel goed in en uit gaat.  
Staartslof / wiel Controleer op sporen van harde landingen. Controleer slijtage. Inspecteer het wiel, de band en de wielkast. Controleer de hechting van een gelijmde staartslof (indien aanwezig) Controleer de bandenspanning.  
Wielrem Controleer de bedieningsstangen/kabels van de wielrem. Indien gecombineerd met remkleppen, controleer of de stangen en kabels in de juiste verhouding staan. Controleer de werking van de parkeerrem, indien aanwezig.  

 

Vleugels

Middengedeelte Inspecteer het middendeel van de vleugel, inclusief de vleugelhuid, op scheuren, krassen, beschadiging en toestand.  
Vleugel-bevestiging Inspecteer de structurele aanhechtingen van de vleugel. Controleer op schade, slijtage en deugdelijkheid. Controleer op schade aan de bevestiging. Controleer de toestand van de vleugelbevestigingspennen en de vleugelbouten.  
Winglet / vleugelverlenging Inspecteer de structurele bevestigingen van de winglet en de vleugelbevestigingen. Controleer op schade, slijtage en deugdelijkheid.  
Rolroeren Controleer de stangen/kabels van de rolroeren. Controleer of de stangen goed zijn bevestigd en verbinding maken.
Controleer de aansluitende bedieningsorganen op deugdelijkheid, beschadiging, speling en goede bevestiging.
 
Remkleppen Controleer de bedieningsstangen/kabels van de remkleppen. Controleer de vergrendeling (indien gemonteerd). Controleer de bedieningsorganen op deugdelijkheid, beschadiging, speling en goede bevestiging. Controleer de vergrendeling van de remkleppen op juiste afstelling en de werking van de remkleplock.  
Vleugels, steunen en draden Inspecteer de steunen op beschadiging en inwendige corrosie. Controleer de steunen inwendig om de 3 jaar of volgens de instructies van de fabrikant.  
Vleugels, inclusief de registratie aan de onderkant Controleer de buiten- en binnenzijde van het vliegtuig, voor zover mogelijk. Controleer de gelcoat, de linnen bekleding of metalen huid.  
Flaperons Inspecteer de rolroer- en de flaperons, de scharnieren, de bedieningsverbindingen, de tapes en de afdichtingen. Controleer of de afdichtingen geen belemmering vormen voor de volledige bewegingsvrijheid.  
Kleppen / Spoilers Inspecteer de bedieningsstangen van de kleppen/spoilers, de sluitveren en de ophanging van de kleppen, zoals gemonteerd.  
Flaps Controleer het flapsysteem en de bediening.  
Roeruitslag en speling Controleer uitslag en speling, en noteer ze op werkbladen. Controleer en noteer de uitslag van de roeren en de kabelspanningen, indien gespecificeerd, en controleer de speling.  

 

Stabilo, richtingsroer en hoogteroer 

Stabilo en hoogteroer Controleer het stabilo en de bevestigingen, automatische en niet-automatische aansluitingen, terwijl het stabilo is gedemonteerd. Controleer de gelcoat, linnen bekleding of metalen huid.  
Richtingsroer Controleer het roer, de scharnieren, de bevestiging en de balansgewichten.  
Richtingroer-besturing Controleer de stuurstangen of richtingroerkabels. Controleer of de stuurstangen/kabels goed vastzitten. Besteed bijzondere aandacht aan slijtage en deugdelijkheid van de richtingsroerkabels in de "S"-buizen.  
Hoogteroer-besturing Controleer de bedieningsstangen/kabels van het hoogteroer. Controleer of de stuurstangen goed vastzitten. Inspecteer automatische aansluitingen.  
Trim Controleer de bedieningsstangen/kabels van de trim. Controleer de aansluiting. Controleer de trimindicator op juiste afstelling en werking.  
Uitslag en speling Controleer de uitslagen van het hoogteroer en het richtingsroer en de speling op de kabels,noteer dat en controleer de speling.   

 

Instrumenten

Elektrische installatie en zekeringen Controleer alle elektrische bedrading op beschadigingen. Controleer op tekenen van oververhitting en slechte verbindingen. Controleer of zekeringen/schakelaars in goede staat zijn en de juiste waarde hebben.  
Accubeveiliging Controleer de bevestiging van de batterij op deugdelijkheid en werking van de klem. Controleer op sporen van elektrolytvervuiling en corrosie. Controleer of de accu de juiste hoofdzekering heeft. Het wordt aanbevolen om de batterij capaciteit te testen.  
Radioinstallatie en opschriften Controleer de radio-installatie, de microfoons, de luidsprekers en de intercom, indien aanwezig. Controleer of er een opschrift met de vliegtuigregistratie is geïnstalleerd. Voer een operationele test uit. Noteer het type radio.  
Snelheidsmeter Voer een statische pitot-lektest en een functionele controle van de snelheidsmeter uit. In geval van aanwijzingen van storingen, een kalibratiecontrole van de snelheidsmeter uitvoeren.  
Hoogtemeter Controleer de barometrische subschaal aan de hand van de QNH-stand van de hoogtemeter.  
Pitot-statisch systeem Controleer het pitot statische systeem op lekkagen, controleer de slangen op hun toestand en controleer de werking.  
Transponder  Doe een operationele test.  

 

Diversen

Trimgewichten Controleer of verwijderbare trimgewichten en bevestigingsmiddelen (inclusief staartballast, indien van toepassing) in goede staat verkeren. Controleer of de ballastgewichten in een opvallende kleur zijn geschilderd. Controleer of aangegeven is hoeveel de trimgewichten compenseren.  
Chute Controleer de chute en het keuringsbewijs  
Waterballast Controleer het waterballastsysteem, de vleugel- en de staarttank. Controleer de vulpunten, niveau-indicatoren, ontluchtingsopeningen, overloop op werking en lekkage. Indien losse waterzakken worden gebruikt, controleer op lekkage en vervaldatum, voor zover van toepassing.  

 

Motor (indien aanwezig) Opmerking: Volg bij zweefvliegtuigen met elektrische of straalmotoren de onderhoudsvoorschriften en aanbevelingen van de DAH.

Motor, uitklapsysteem en bevestiging  Inspecteer de motor en het uitklapsysteem. Controleer het motorcompartiment en de brandafdichting  
Gasveer  Controleer de gasveer.  
Motorstop  Controleer de eindaanslagen van de intrekbare motor. Controleer de veiligheidskabels.  
Elektrische actuator  (apparaat dat de motor uitduwt en intrekt) - Inspecteer de elektrische actuator, motor, spindelaandrijving en bevestigingen.  
Elektrische bedrading Inspecteer alle elektrische bedrading. Besteed speciale aandacht aan bedrading die kan buigen tijdens het uit- en intrekken van de motor.  
Eindschakelaars Controleer de werking van alle eindschakelaars en sluitplaten. Controleer of ze niet beschadigd zijn door schokken.  
Brandstoftank Controleer de bevestiging van de brandstoftank en de toestand van de tank. Controleer het systeem dat de brandstofhoeveelheid aangeeft, indien aanwezig.  
Brandstofleidingen en ventilatie-openingen Controleer alle brandstofleidingen, vooral die welke gebogen kunnen worden bij het uit- en intrekken van de motor of de pyloon. Controleer of de ventilatieopeningen vrij zijn. Zorg ervoor dat de brandstof overloop niet in de motorruimte uitmondt. Controleer de zelfafdichting.  
Brandstofkraan  Controleer de werking van de brandstofkraan of -afsluiter en de indicaties.  
Brandstofpompen en -filters Reinig of vervang de filters, zoals aanbevolen door de fabrikant. Controleer de werking van de brandstofpompen voor de brandstoftoevoer naar de motor of het bijvullen van de tank. Controleer de bedieningsorganen en aanduidingen van de brandstofpompen.  
Decompressieklep  Decompressieklep en bediening controleren.  
Ontsteking   Controleer het ontstekingssysteem, inclusief bougies, verdeler en kabels op conditie en schade. Controleer laag- en hoogspanningsbedrading, connectoren, bougiekappen. Controleer de timing van de magneet naar de motor.  
Propeller Inspecteer propeller, naaf, vouwmechanisme, rem, pitch change mechanisme, stow sensoren. Controleer de propellerbediening op werking en toestand.  
Deuren Controleer de deuren van de motorruimte, de bedieningskabels, de stangen en de nokken.  
Veiligheidsveren Controleer alle veiligheids- en tegendrukveren.  
Uit- en intrekken Controleer of de uit en intrektijden binnen de door de fabrikant aangegeven grenzen liggen. Controleer of de lichtindicaties en vergrendelingen correct werken.  
Uitlaat Controleer uitlaatsysteem, demper, schokdempers en koppelingen.  
Motorinstallatie 
  • Inspecteer de motor en alle toebehoren.
  • Voer een compressietest uit en noteer de resultaten (voor zuigermotoren).
    Resultaten compressietest:
    Nr. 1 (links/voor); en
    Nr. 2 (rechts/achtergedeelte).
 
Smering Motorolie en filter verversen. Olie- en additieftanks bijvullen.  
Motor-instrumenten Controleer alle motorinstrumenten en bedieningsorganen. Controleer de regeleenheid, bevestigingen, verbindingen en aansluitingen. Voer een interne zelftest uit, indien aanwezig.  
Motoraccu - Indien gescheiden van vliegtuigaccu, accu en bevestigingen inspecteren. Als er een hoofdzekering is, controleer dan de waarde en de toestand.  
Capaciteitstest motoraccu  Voer capaciteitstest uit. Zie de desbetreffende handleiding of leidraad.  
Opschriften Controleer of alle stickers met opschriften in overeenstemming zijn met het vlieghandboek en leesbaar zijn.  
Olie- en brandstof-lekkage Controleer het brandstof- en oliesysteem op lekken na het motoronderhoud.  

 

 

ML.A.303 Luchtwaardigheidsaanwijzingen

  • luchtwaardigheidsaanwijzingen (zoals AD's) moeten worden uitgevoerd

ML.A.304 Gegevens voor wijzigingen en reparaties

  • reparaties en wijzigingen moeten volgens goedgekeurde aanwijzingen worden uitgevoerd

ML.A.305 Registratiesysteem voor de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen

  • Nadat het onderhoud is uitgevoerd, moet het bij punt ML.A.801 vereiste certificaat van vrijgave voor gebruik (CRS = Certificate Release to Service) (uiterlijk binnen 30 dagen worden opgenomen in het registratiesysteem voor de permanente luchtwaardigheid van het luchtvaartuig (vliegtuigadministratie). 
  • De administratie van de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen moet het volgende bevatten
    (1) de huidige status van AD's en maatregelen waartoe de bevoegde autoriteit opdracht heeft gegeven als onmiddellijke reactie op een veiligheidsprobleem;
    (2) de huidige status van modificaties, reparaties en andere onderhoudsaanbevelingen van de DAH
    (3) de huidige status van de naleving van het AMP
    (4) de huidige status van onderdelen met beperkte levensduur
    (5) het huidige massa- en zwaartepuntsrapport;
    (6) de huidige lijst van uitgesteld onderhoud.
  • De vliegtuigadministratie mag ook digitaal worden bewaard mits er een backup systeem is.

ML.A.307 Overdracht van de geregistreerde gegevens over de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen

  •  de verkoper zorgt ervoor dat de hele vliegtuigadministratie  (levensloopdossier) waar de permanente luchtwaardigheid uit blijkt wordt overgedragen aan de nieuwe eigenaar

SUBDEEL D — ONDERHOUDSNORMEN

ML.A.401 Onderhoudsgegevens

  • wie een luchtvaartuig onderhoud doet dat volgens de instructies voor permanente luchtwaardigheid (bijvoorbeeld volgens de maintance manual van de fabrikant) of van EASA of volgens de instructies van een AD.

ML.A.402 Uitvoering van onderhoud 

  • wie onderhoud uitvoert moet daarvoor bevoegd zijn
  • de werkplaats dient schoon en ordelijk te zijn
  • de methoden, technieken, normen en instructies die zijn vermeld in de in ML.A.401 bedoelde onderhoudsgegevens moeten gebruikt worden
  • de gereedschappen, uitrusting en het materiaal die zijn vermeld in de onderhoudsgegevens waarnaar wordt verwezen in ML.A.401 moeten gebruikt worden. Gereedschappen en apparatuur moeten zo nodig worden gecontroleerd en geijkt volgens een officieel erkende norm;
  • ervoor zorgen dat alle uitgevoerde onderhoud goed geregis­treerd en gedocumenteerd wordt. Bijvoorbeeld een kopie van afgevinkte lijst van de 100 uurs of jaarinspectie voorzien van een handtekening en een kopie van het vrijgave certificaat.
  • alle werkzaamheden die door personeel onder toezicht wordt verricht, wordt door een bevoegd persoon gecontroleerd en afgetekend.

ML.A.403 Luchtvaartuigdefecten

  • een defect dat een gevaar oplevert voor de vliegveiligheid dient voor de eerstvolgende vlucht te worden verholpen
  • de piloot kan bepalen of een defect niet gevaar oplevert voor de vliegveiligheid en uitgesteld kan worden voor wat betreft niet verplichte luchtvaartuitrusting
  • de technicus (onderhoudspersoneel) kan bepalen of een defect niet gevaar oplevert voor de vliegveiligheid en uitgesteld kan worden
  • Elk defect aan een luchtvaartuig dat de vliegveiligheid niet ernstig in gevaar brengt, dient zo spoedig mogelijk te worden verholpen, gerekend vanaf de datum waarop het defect voor het eerst werd ontdekt en binnen de grenzen die in de onderhoudsgegevens zijn gespecificeerd.
  • Elk defect dat niet voor de vlucht is verholpen, dient te worden opgetekend in het vliegtuiglogboek.
  • Vliegtuiguitrusting moet als defect worden verklaard als de piloot tijdens de vlucht een storing heeft waargenomen, of als deze na inspectie/test waarnaar in de onderhoudsgegevens wordt verwezen, als defect wordt beschouwd. 
  • Als er technicus beschikbaar is voor overleg, moet de piloot overwegen met hem/haar te overleggen alvorens een defect uit te stellen.
  • Uitgestelde defecten moeten worden vermeld op de actuele lijst van uitgesteld onderhoud (ML.A.305(d)(6)) en worden verholpen bij de eerstvolgende passende onderhoudsbeurt en binnen de termijn die in de onderhoudsgegevens is gespecificeerd. Elk uitgesteld gebrek dat tijdens de volgende onderhoudsbeurt niet wordt verholpen, dient opnieuw op de lijst van uitgesteld onderhoud te worden geplaatst en de oorspronkelijke datum van het gebrek dient te worden behouden.

SUBDEEL E — ONDERDELEN

ML.A.501 Classificatie en installatie

  • componenten die worden geinstalleer moeten deugdelijk zijn en voorzien van een FORM-1 of gelijkwaardig document
  • Vóór de installatie van een onderdeel op een luchtvaartuig, dient de persoon of de erkende onderhoudsorganisatie zich ervan te vergewissen dat het specifieke onderdeel in aanmerking komt om te worden gemonteerd indien verschillende wijzigingen of AD-configuraties van toepassing zijn.
  • Standaardonderdelen mogen uitsluitend op een luchtvaartuig of onderdeel worden gemonteerd wanneer de onderhoudsgegevens deze specifieke standaardonderdelen specificeren. Standaardonderdelen mogen alleen worden gemonteerd wanneer ze vergezeld gaan van bewijs van conformiteit met de toepasselijke norm en een passende traceerbaarheid hebben.
  •  Ruw materiaal of verbruiksmateriaal mag alleen in een luchtvaartuig of onderdeel worden gebruikt op voorwaarde dat:(i) de fabrikant van het luchtvaartuig of het onderdeel het gebruik van ruw materiaal of verbruiksmateriaal toestaat in de relevante onderhoudsgegevens of zoals gespecificeerd in subdeel F van bijlage I (deel M), bijlage II (deel 145) of bijlage Vd (deel-CAO).(ii) dergelijk materiaal voldoet aan de vereiste materiaalspecificatie en de juiste traceerbaarheid heeft.(iii) dergelijk materiaal gaat vergezeld van documentatie die duidelijk betrekking heeft op het specifieke materiaal en een verklaring van conformiteit met de specificatie bevat, alsook de fabricage- en leveranciersbron.

ML.A.502 Onderhoud van onderdelen

  • worden vrijgegeven met bijvoorbeeld een FORM-1 

ML.A.503 Componenten met beperkte levensduur

  • Aan het einde van de goedgekeurde levensduurbeperking moet het component uit het luchtvaartuig worden verwijderd voor onder­houd, of voor definitieve verwijdering

ML.A.504 Beheer van onbruikbare componenten

Een onderdeel wordt geacht onbruikbaar te zijn in een van de volgende omstandigheden:

  1. het verstrijken van de levensduurlimiet van het onderdeel zoals gedefinieerd in het AMP ;
  2. niet-naleving van de toepasselijke AD's en andere door het Agentschap opgelegde vereisten inzake permanente luchtwaardigheid
  3. het ontbreken van de nodige informatie om de luchtwaardigheidsstatus van de component of zijn geschiktheid voor installatie te bepalen
  4. bewijzen van defecten of storingen aan de component (5) betrokkenheid van de component bij een incident of ongeval dat de bruikbaarheid ervan kan beïnvloeden.
  • onbruikbare componenten dienen op een aparte plaats duidelijk gescheiden van bruikbare componenten bewaard te worden of te worden vernietigd

SUBDEEL H — CERTIFICAAT VAN VRIJGAVE VOOR GEBRUIK

ML.A.801 Certificaat van vrijgave voor gebruik voor luchtvaartuigen

  • na het onderhoud wordt een certificaat van vrijgave voor ge­ bruik afgegeven door de technicus of door de piloot-eigenaar (als het werkzaamheden volgens POM betreft).
  • Het CRS van het luchtvaartuig dient een van de volgende verklaringen te bevatten
    (1) "verklaart dat het opgegeven werk, tenzij anders vermeld, is uitgevoerd in overeenstemming met Deel-ML, en met betrekking tot dat werk wordt het luchtvaartuig geacht klaar te zijn voor vrijgave voor gebruik"; of
    (2) voor een piloot-eigenaar:
    "verklaart dat het gespecificeerde beperkte piloot-eigenaaronderhoud, tenzij anders gespecificeerd, werd uitgevoerd in overeenstemming met Deel-ML, en met betrekking tot dat werk wordt het luchtvaartuig geacht klaar te zijn voor vrijgave voor gebruik.".
  • het bevat het uitgevoerde werk, de datum , degene die het uitvoerde, de handtekening, enz.
  • Het CRS moet betrekking hebben op de taak die is gespecificeerd in de instructie van de DAH of de exploitant of in het AMP, dat zelf een kruisverwijzing kan zijn naar een instructie van de DAH of de exploitant in een onderhoudshandboek, servicebulletin, enz. Hierbij moet de revisiestatus van de gebruikte onderhoudsinstructie worden vermeld.
  • Bij de voltooiing van alle onderhoudswerkzaamheden dienen eigenaren, certificeringspersoneel, exploitanten en onderhoudsorganisaties ervoor te zorgen dat zij beschikken over een duidelijk, beknopt en leesbaar verslag van de uitgevoerde werkzaamheden.
  • Bepaalde door de DAH uitgegeven onderhoudsgegevens (bv. AMM) vereisen dat een onderhoudstaak tijdens de vlucht wordt uitgevoerd als een noodzakelijke voorwaarde om het opgedragen onderhoud te voltooien. Binnen de beperkingen van het luchtvaartuig dient de persoon die bevoegd is om het onderhoud volgens ML.A.801 te certificeren, het onvolledige onderhoud vrij te geven voor deze vlucht. Na het uitvoeren van de vlucht en eventueel aanvullend onderhoud dat nodig is om het opgedragen onderhoud te voltooien, dient een CRS te worden afgegeven conform ML.A.801.
  • Degene die de reparatie vrijgeeft, aanvaart de verantwoordelijkheid dat aan de toepasselijke certificeringsspecificaties binnen CS-STAN wordt voldaan en dat deze in overeenstemming zijn met Deel-ML/deel-M subdeel F/Part-CAO en/of Deel-145 en niet in strijd zijn met de gegevens van de TC-houder. Dit omvat de verantwoordelijkheid met betrekking tot een adequaat ontwerp, de selectie/vervaardiging van geschikte onderdelen en hun identificatie, het documenteren van de wijziging of reparatie, het opstellen of wijzigen van handleidingen en instructies voor luchtvaartuigen indien nodig, de belichaming van de wijziging/reparatie, het vrijgeven van het luchtvaartuig voor gebruik en het bijhouden van gegevens.
  • Hij / zij bewaart alle papieren die aantonen dat aan alle vereisten voor afgifte van een CRS is voldaan. 

ML.A.802 Certificaat van vrijgave voor gebruik voor onderdelenn

  • na het onderhoud van een onderdeelt, wordt een Certificaat van vrijgave voor gebruik voor onderdelen afgegeven (een FORM-1 is zo'n certificaat).

ML.A.803 Machtiging piloot-eigenaar

  • de piloot eigenaar moet een vliegbrevet hebben
  • moet eigenaar of mede-eigenaar zijn 
  • Het CRS dient in de logboeken te worden opgetekend en basisgegevens te bevatten over het uitgevoerde onderhoud, de gebruikte onderhoudsgegevens, de datum waarop dat onderhoud is uitgevoerd, alsmede de naam, de handtekening en het vliegbewijsnummer (of gelijkwaardig nummer) van de piloot-eigenaar die een dergelijk certificaat afgeeft.
  • Een piloot-eigenaar mag alleen een CRS afgeven voor het onderhoud dat hij of zij heeft uitgevoerd (ref. ML.A.201(c), ML.A.801 en ML.A.803).
  • In het geval van een luchtvaartuigen in gemeenschappelijk bezit moet er een lijst zijn met de namen van alle piloot-eigenaars die bevoegd en aangewezen zijn om piloot-eigenaaronderhoud uit te voeren (ref. ML.A.302(c)(6)). Als alternatief kan het AMP een procedure bevatten om te waarborgen hoe een dergelijke lijst moet worden beheerd en actueel gehouden.
  • De piloot-eigenaar hoeft geen geldige medical te hebben.

SUBDEEL I — CERTIFICAAT VAN BEOORDELING VAN DE LUCHT­ WAARDIGHEID

ML.A.901 Beoordeling van de luchtwaardigheid van een luchtvaartuig

  • de geldigheid van de luchtwaardigheid wordt periodiek beoordeeld en dan wordt een FORM-15c certificaat (ARC) overhandigd die 1 jaar geldig is.
  • De beoordeling van de luchtwaardigheid en de afgifte van het ARC moeten worden uitgevoerd overeenkomstig punt ML.A.903, bijvoorbeeld door een erkende CAMO of CAO
    (3). de erkende onderhoudsorganisatie tijdens het uitvoeren van de 100-h/jaarlijkse inspectie die in het AMP is opgenomen;
  • Wanneer uit de omstandigheden blijkt dat er een potentieel gevaar voor de veiligheid bestaat, voert de bevoegde autoriteit de herbeoordeling van de luchtwaardigheid uit en vaardigt zij zelf het ARC uit.

ML.A.902 Geldigheid van het certificaat van beoordeling van de luchtwaar­digheid

  • het wordt ongeldig bij schorsing van het luchtvaartuig,
  • als het bewijs van luchtwaardigheid is ingetokken;
  • als het type certificaat is ingetrokken
  • als het niet voorkomt in het luchtvaartregister van een lidstaat,

Het vliegtuig mag ook niet vliegen:

  • als het vliegtuig buiten de limieten van het handboek is gebruikt,
  • als het betrokken was bij een ongeval waardoor de luchtwaardigheid is aangetast,
  • bij een wijziging of reparatie met een niet goedgekeurd onderdeel

ML.A.903 Proces voor de beoordeling van de luchtwaardigheid

  • dit gebeurt aan de hand van de punten op de beoordelingslijst die moet worden gebruikt met daarin:
  • (1) de vlieguren van het casco, de motor en de propeller en de bijbehorende vluchtcycli correct zijn geregistreerd;
    (2) het vlieghandboek is van toepassing op de configuratie van het luchtvaartuig en geeft de meest recente herzieningsstatus weer
    (3) al het onderhoud dat volgens het AMP op het luchtvaartuig moet worden uitgevoerd, is uitgevoerd
    (4) alle bekende defecten werden op een gecontroleerde manier verholpen of uitgesteld
    (5) alle toepasselijke AD's werden toegepast en correct geregistreerd
    (6) alle modificaties en reparaties aan het luchtvaartuig zijn geregistreerd en in overeenstemming zijn met bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012
    (7) alle onderdelen met beperkte levensduur die in het luchtvaartuig zijn geïnstalleerd, zijn correct geïdentificeerd en geregistreerd en hebben hun goedgekeurde levensduurbeperking niet overschreden;
    (8) alle onderhoud is gecertificeerd in overeenstemming met deze bijlage;
    (9) indien vereist, de huidige massa- en zwaartepuntsverklaring de configuratie van het luchtvaartuig weergeeft en geldig is;
    (10) het luchtvaartuig voldoet aan de laatste herziening van zijn typeontwerp die door het Agentschap is goedgekeurd;
    (11) indien vereist, het luchtvaartuig houder is van een geluidscertificaat dat overeenstemt met de huidige configuratie van het luchtvaartuig in overeenstemming met subdeel I van bijlage I (deel 21)

De ARS voert een fysieke inspectie van het vliegtuig uit waarbij hij controleert of

  1. alle markeringen aanwezig zijn en op de goede plaats
  2. het vliegtuig beschikt over een goedgekeurd vlieghandboek
  3. de configuratie van het luchtvaartuig voldoet aan de goedgekeurde documentatie;
  4. defecten zijn verholpen;
  5. er geen verschillen worden gevonden tussen het luchtvaartuig en de gedocumenteerde beoordeling van de 11 punten die hierboven staan

Het ARC (EASA-formulier 15c) mag alleen worden afgegeven
(1) door geautoriseerd personeel voor herbeoordeling van de luchtwaardigheid (bijvoorbeeld een ARS);
(2) wanneer de herbeoordeling van de luchtwaardigheid volledig is uitgevoerd en alle bevindingen zijn afgesloten;
(3) wanneer een in het AMP gevonden afwijking op een bevredigende manier is opgelost.

  • De AR keuring mag 90 dagen voor het verlopen van de ARC worden uitgevoerd
  • Een afschrift dient binnen 10 dagen te worden verzonden aan de CA van het land van registratie luchtvaartuig (Nederland -ILT, Duitsland LBA)

ML.A.904 Kwalificatie van het personeel voor de beoordeling van de lucht­ waardigheid

  • de technicus die bevoegd is om de AR uit te voeren wordt op voordracht van de CAO benoemd door ILT.
  • zijn /haar bevoegdheid is vijf jaar geldig en hij / zij bewaard van elke AR verlenging een kopie.

ML.A.905 Overdracht van de registratie van een luchtvaartuig binnen de Europese Unie

  • dan dient de lidstaat in kennis gesteld te worden van de naam van de lidstaat waar het luchtvaartuig zal worden geregistreerd
  • wordt bij de nieuwe lidstaat de afgifte aagevraagd van een nieuw luchtwaardigheidscertificaat
  • het certificaat van luchtwaardigheid (ARC) blijft geldig tot de datum waarop het verloopt

ML.A.906 Beoordeling van de luchtwaardigheid van luchtvaartuigen die in de EU werden ingevoerd

  1. bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie een aanvraag indienen voor de afgifte van een nieuw bewijs van luchtwaardigheid overeenkomstig bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012
  2. voor andere dan nieuwe luchtvaartuigen, een conform punt ML.A.901 bevredigend uitgevoerde herbeoordeling van de luchtwaardigheid hebben uitgevoerd
  3. alle onderhoud te hebben laten uitvoeren om te voldoen aan het goedgekeurde of gedeclareerde AMP.
  • Indien het luchtvaartuig voldoet aan de relevante eisen, zal de bevoegde autoriteit, de CAMO of CAO, de onderhoudsorganisatie of het onafhankelijk certificeringspersoneel dat de herbeoordeling van de luchtwaardigheid uitvoert, als bedoeld in punt ML.A.901, onder b), een ARC uitvaardigen en een afschrift bezorgen aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie.
  • De eigenaar moet de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie toegang verlenen tot het luchtvaartuig voor inspectie.
  • Een nieuw bewijs van luchtwaardigheid wordt afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie als het luchtvaartuig voldoet aan bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012.

ML.A.907 Bevindingen

  • Een niveau 1-bevinding is elke ernstige inbreuk op de eisen die de veiligheidsnormen verlaagt en de vliegveiligheid ernstig in gevaar brengt.
  • Een niveau 2-bevinding is elke inbreuk op de eisen die de veiligheidsnormen kan verlagen en de vlieg­veiligheid in gevaar kan brengen.
  • Na ontvangst van een bevinding moet binnen een met de bevoegde autoriteit overeengekomen periode een plan met corrigerende maatregelen worden opgestelld en aan de bevoegde autoriteit worden voorlegd, dat tot doel heeft te voorkomen dat de bevinding en de onderliggende oorzaak zich opnieuw voordoen.

POM ONDERHOUD DOOR DE PILOOT EIGENAAR

  • De piloot-eigenaar is verantwoordelijk voor alle door hem uitgevoerd onderhoud.
  • De piloot-eigenaar mag eenvoudige visuele inspecties of handelingen uitvoeren om het casco, de motoren, de systemen en de onderdelen te controleren op algemene staat, zichtbare schade en normale werking.
    Een onderhoudstaak mag niet worden vrijgegeven door de piloot-eigenaar als een van de volgende omstandigheden zich voordoet:
  1. het is een kritieke onderhoudstaak;
  2. het vereist de verwijdering van belangrijke onderdelen of een belangrijke assemblage
  3. zij wordt uitgevoerd in overeenstemming met een AD of een luchtwaardigheidsbeperking (ALI), tenzij specifiek toegestaan in de AD of de ALI
  4. het vereist het gebruik van speciaal gereedschap of gekalibreerd gereedschap (behalve voor torsiesleutel en krimptang)
  5. het gebruik van testapparatuur of speciale tests vereist (bv. niet-destructief onderzoek (NDT), systeemtests of operationele controles voor elektronische luchtvaartapparatuur)
  6. zij bestaat uit ongeplande speciale inspecties (bv. controle van zware landingen)
  7. betrekking heeft op systemen die essentieel zijn voor de vluchtuitvoering volgens instrumentvliegvoorschriften (IFR)
  8. het is een complexe onderhoudstaak overeenkomstig aanhangsel III, of een onderhoudstaak voor onderdelen overeenkomstig punt ML.A.502, onder a) of b)
  9. het is een onderdeel van de 100-h/jaarlijkse controle (in die gevallen wordt de onderhoudstaak gecombineerd met de door onderhoudsorganisaties of onafhankelijk certificeringspersoneel uitgevoerde herbeoordeling van de luchtwaardigheid).
  • Elke taak die in het vlieghandboek (of andere operationele handboeken) van het luchtvaartuig wordt beschreven, bijvoorbeeld het vliegklaar maken van het luchtvaartuig (de vleugels van het zweefvliegtuig in elkaar zetten, of een preflightinspectie uitvoeren, wordt niet beschouwd als een onderhoudstaak en vereist geen CRS. Wel is diegene die monteert er verantwoordelijk voor dat de onderdelen die gemonteerd of ingebouwd moeten worden in bruikbare staat zijn.

Part C - Piloot-eigenaar onderhoud voor zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen

08 Wegen Herberekening, kleine wijzigingen van weight and balance zonder dat een herweging nodig is. 

09 Slepen Trekhaakontkoppeling en kabelopspoelinstallatie - reiniging, smering en vervanging van de sleepkabel (inclusief het breukstukje)

11 Opschriften, markeringen - installatie en vernieuwing van opschriften en markeringen vereist door het vlieghandboek en de maintance manual.

12 Onderhoud Onderhoud van onderdelen die geen demontage vereisen van andere dan niet-structurele onderdelen, zoals afdekplaten, motorkappen en stroomlijnkappen - smering

20 Standaard werkmethoden

  • Veiligheidsbedrading - vervanging van defecte veiligheidsbedrading of splitpennen, behalve die in motorbedieningsorganen, transmissiebedieningsorganen en vluchtregelsystemen
  • Eenvoudige niet-structurele standaardbevestigingsmiddelen - vervanging en afstelling, met uitzondering van de vervanging van aansluitingen en bevestigingsmoeren die moeten worden geklonken.
  • Speling - meting van de speling in het besturingssysteem en in de bevestiging van de vleugel aan de romp, met inbegrip van kleine aanpassingen met eenvoudige, door de fabrikant verstrekte middelen

21 Airconditioning Vervanging van flexibele slangen en leidingen.

23 Communicatie Communicatieapparatuur - verwijdering en vervanging van onafhankelijke, op het instrumentenpaneel gemonteerde communicatieapparatuur met snelkoppelingsconnectoren.

24 Elektrisch systeem  

  • Batterijen en zonnepanelen - vervanging en onderhoud.
  • Bedrading - installatie van eenvoudige bedradingsverbindingen met de bestaande bedrading voor aanvullende, niet-vereiste apparatuur, zoals elektrische variometers, vluchtcomputers, maar met uitzondering van de vereiste communicatie, navigatiesystemen en motorbedrading
  • Bedrading - reparatie van defecte circuits in landingslichten en alle andere bedrading voor niet-vereiste apparatuur, zoals elektrische variometers of vluchtcomputers, met uitzondering van ontstekingssysteem, primaire stroomopwekking systeem, het vereiste communicatie- en navigatiesysteem, alsmede de primaire vlieginstrumenten.
  • Bonding - vervanging van gebroken bonding kabel.
  • Schakelaars - dit omvat het solderen en krimpen van niet-vereiste apparatuur, zoals elektrische variometers of vluchtcomputers, maar met uitzondering van het ontstekingssysteem, het primaire generatorsysteem, het vereiste communicatie- en navigatiesysteem, alsmede de primaire vlieginstrumenten.
  • Zekeringen - vervangen door de juiste waarde

25 Uitrusting

  • Veiligheidsgordels - vervanging van veiligheidsgordels
  • Stoelen - vervanging van stoelen of stoelonderdelen waarbij geen demontage van een primaire structuur of controlesysteem nodig is.
  • Niet-essentiële instrumenten en/of apparatuur - vervanging van autonome, op het instrumentenpaneel gemonteerde apparatuur met snelkoppelingverbindingen.
  • Verwijdering en installatie van niet-vereiste instrumenten en/of apparatuur.
  • Bugwhipers, reinigen - onderhoud, verwijdering en herinstallatie waarbij geen demontage of wijziging van een primaire structuur en/of bediening nodig is.
  • Statisch systeem - verwijderen of opnieuw aanbrengen van statische en totale-energiecompensatie-meters van de variometer.
  • Remchute - installatie en onderhoud.
  • ELT - verwijderen en weer installeren

26 Brandbeveiliging Brandalarm - vervanging van sensoren en indicatoren.

27 Besturing

  • Speetafdichtingen - installatie en onderhoud indien geen volledige verwijdering van de besturingsapparatuur is vereist.
  • Besturingssysteem - meting van de bewegingen van de roeren zonder de roeren te verwijderen.
  • Bedieningskabels - eenvoudige optische inspectie op conditie.
  • Gasdemper - vervanging van de gasdemper in het regel- of luchtremsysteem.
  • Co-piloot stuurknuppel en pedalen - verwijderen of opnieuw installeren wanneer het ontwerp een snelle ontkoppeling mogelijk maakt.

28 Brandstofsysteem

  • Brandstofleidingen - vervanging van geprefabriceerde brandstofleidingen voorzien van zelfdichtende koppelingen.
  • Brandstoffilter - schoonmaken en/of vervangen.

31 Instrumenten

  • Instrumentenpaneel - verwijderen en opnieuw installeren op voorwaarde dat het is uitgerust met een snelkoppeling, met uitzondering van IFR-operaties.
  • Pitot-statisch systeem - eenvoudige check en lektest.
  • Instrumentenpaneel ophangingsrubbers vervangen.
  • Drainage - afvoer van water uit filters binnen het pitot-statisch systeem.
  • Flexibele slangen - vervanging van beschadigde slangen.

32 Landingsgestel

  • Wielen - demonteren, vervangen en onderhouden, inclusief vervangen van wiellagers en smering.
  • Onderhoud - bijvullen van hydraulische vloeistof.
  • Schokdemper - vervanging of onderhoud van elastische koorden of rubberen dempers.
  • Schokveren - bijvullen van olie of lucht.
  • Wieldeuren - verwijdering of herinstallatie en reparatie, inclusief bedieningsriemen.
  • Ski's - wisselen tussen wiel en ski landingsgestel.
  • Steunen - verwijderen of opnieuw installeren en onderhoud van hoofd-, vleugel- en staart steunen.
  • Wielkuipen (spatborden) - verwijderen en opnieuw aanbrengen.
  • Mechanische remmen - afstelling van eenvoudige kabelbediende systemen.
  • Rem - vervanging van versleten remblokken.
  • Veren - vervanging van versleten of verouderde veren.
  • Wielpieper - verwijdering of herinstallatie van eenvoudige waarschuwingssystemen.

33 Lichten - Lampen - vervanging van binnen- en buitenlampen,

34 Navigatie

  • Software -update van autonome, op het instrumentenpaneel gemonteerde software, uitgezonderd geautomatiseerde vlucht-besturingssystemen en transponders, en inclusief actualisering van niet-verplichte instrumenten/apparatuur.
  • Navigatieapparatuur - verwijdering en vervanging van zelfstandige, op het instrumentenpaneel gemonteerde
    navigatieapparatuur met snelkoppelconnectoren, met uitzondering van geautomatiseerde vluchtregelsystemen,
    transponders en primair vluchtregelsysteem.
  • Zelfstandige datalogger - installatie, gegevens herstel.

51 Structuur

  • Linnen doek - eenvoudige stukken die over niet meer dan één rib uitsteken en waarvoor geen ribstiksels nodig zijn of
    verwijdering van structuurdelen of stuurvlakken.
  • Beschermende coating - aanbrengen van conserverend materiaal of coatings waarbij geen demontage van een
    primaire structuur of besturingssysteem nodig is.
  • Oppervlakteafwerking - kleine restauratie van verf of coating (wanneer de onderliggende primaire structuur niet is
    aangetast), met inbegrip van het aanbrengen van signaalcoatings of
    dunne folies, alsmede registratiemarkeringen.
  • Stroomlijnkappen - eenvoudige reparaties aan niet-structurele stroomlijnkappen en afdekplaten die de contour niet veranderen.

52 Deuren - Deuren - demontage en herinstallatie

53 Romp - Bekleding, inrichting - kleine herstellingen die geen demontage van de primaire structuur of van de besturingssystemen vereisen, en geen invloed hebben op de controlesystemen.

56 Ramen - Schuifraampjes - vervanging indien geen klinken, hechten of ander speciaal procédé vereist is.

57 Vleugels

  • Vleugelsteunen - verwijderen of opnieuw aanbrengen en onderhouden van onderste vleugelsteunen of vleugelrollen, inclusief veerconstructie.
  • Waterballast - verwijdering of herinstallatie van flexibele tanks.
  • Turbulator- en afdichtingstapes - verwijderen of opnieuw aanbrengen van goedgekeurde afdichtingstapes en turbulator tapes.

61 Propeller - Spinner - verwijdering en herinstallatie

71 Motorsysteem

  • Verwijderen of installeren van een krachtbron, inclusief motor en propeller
  • Motorkap - verwijdering en herinstallatie zonder dat de propeller hoeft te worden verwijderd of de besturingsorganen hoeven te worden losgekoppeld.
  • Luchtinlaatsysteem - inspectie en vervanging van het luchtfilter.

72 Motor - Chipdetectoren - verwijderen, controleren en opnieuw aanbrengen op voorwaarde dat de chipdetector van een niet-elektrisch gesignaleerd zelfdichtend type is.

73 Brandstofsysteem

  • Zeef of filterelementen - schoonmaken en/of vervangen.
  • Brandstof - het mengen van de benodigde olie voor mengsmering.

74 Ontsteking - Bougies - verwijderen, schoonmaken, afstellen en opnieuw installeren.

75 Koeling - Koelvloeistof - bijvullen van koelvloeistof

76 Motorbedieningsorganen - Bedieningsorganen - kleine aanpassingen van niet-vlucht- of voortstuwingsregelaars waarvan de werking niet kritisch is voor een vluchtfase.

77 Motoraanwijzingssysteem - Motoraanwijzingssysteem - verwijdering en vervanging van onafhankelijke, op het instrumentenpaneel gemonteerde richtingaanwijzers met snelsluitingen en zonder directe afleesverbinding.

79 Oliesysteem 

  • Zeef of filterelementen - reinigen en/of vervangen.
  • Olie - verversen of bijvullen van motorolie en versnellingsbakvloeistof

 

Aanhangsel III - Complexe onderhoudstaken die niet mogen worden vrijgegeven door de piloot-eigenaar

Alle onderstaande taken vormen de complexe onderhoudstaken die, overeenkomstig aanhangsel II, niet door de piloot-eigenaar mogen worden uitgevoerd. Deze taken moeten worden vrijgegeven door een erkende onderhoudsorganisatie of door onafhankelijk certificeringspersoneel:

(a) de wijziging, reparatie of vervanging door klinken, lijmen, lamineren of lassen van een van de volgende onderdelen van het vliegtuig:

  1. een doosligger;
  2. een vleugelligger of koordligger;
  3. een achterlijstligger;
  4. een steunbalk;
  5. een draagbalk van het type vakwerkligger
  6. het lijf van een balk
  7. een kiel- of ribbenlid van een romp van een vliegboot of een drijver
  8. een gegolfd element in een vleugel of staartvlak
  9. een hoofdrib van een vleugel
  10. een vleugel- of staartvlakschoorstang
  11. een motorsteun;
  12. een rompverlengstuk of -frame
  13. een onderdeel van een zijspant, een horizontale spant of een schot
  14. een stoelsteunbeugel of steun
  15. een vervanging van een stoelleuning
  16. een landingsgestelpoot of -steun
  17. een as
  18. een wiel; en
  19. een ski- of skivoetstuk, met uitzondering van de vervanging van een wrijvingsarme bekleding;

(b) de wijziging of reparatie van een van de volgende onderdelen:

  1. vliegtuighuid of de huid van een zweefvliegtuig, indien voor de werkzaamheden gebruik moet worden gemaakt van een steun, mal of bevestiging
  2. vliegtuighuid die blootstaat aan drukbelastingen, indien de beschadiging van de huid meer dan 15 cm in elke richting bedraagt
  3. een lastdragend deel van een besturingssysteem, met inbegrip van een stuurkolom, pedaal, as, kwadrant, belcirkel, torsiebuis, controletoeter en gesmede of gegoten beugel, maar met uitsluiting van:
    (i) het solderen van een reparatielas of een kabelkoppeling; en
    (ii) het vervangen van een door middel van klinknagelen bevestigde eindfitting van een trek-duwbuis;
  4. elke andere, niet in punt a) vermelde structuur die een fabrikant in zijn onderhoudshandboek, handboek voor structurele herstelling of instructies voor blijvende luchtwaardigheid als primaire structuur heeft aangemerkt; 

(c) het verrichten van al het volgende onderhoud aan een zuigermotor:

  1. ontmanteling en daaropvolgende montage van een zuigermotor, met uitzondering van
    (i) het verkrijgen van toegang tot de zuiger/cilinderconstructies; of
    (ii) het verwijderen van de afdekking van de accessoire aan de achterzijde voor inspectie en/of vervanging van oliepompassemblages, wanneer deze werkzaamheden geen verwijdering en terugplaatsing van inwendige tandwielen met zich meebrengen
  2. het demonteren en vervolgens weer monteren van reductietandwielen
  3. lassen en hardsolderen van verbindingen, anders dan kleine lasreparaties aan uitlaten, uitgevoerd door een geschikte goedgekeurde of erkende lasser, maar met uitzondering van het vervangen van onderdelen
  4. het verstoren van afzonderlijke onderdelen van eenheden die worden geleverd als op een testbank beproefde eenheden, met uitzondering van de vervanging of afstelling van onderdelen die tijdens het gebruik normaliter vervangbaar of afstelbaar zijn;

(d) het balanceren van een propeller, behalve:

  1. voor de certificering van statisch balanceren waar vereist door het onderhoudshandboek; en
  2. dynamisch balanceren op geïnstalleerde propellers met elektronische balanceerapparatuur indien toegestaan door het onderhoudshandboek of andere goedgekeurde luchtwaardigheidsgegevens;

(e) elke bijkomende taak die het volgende vereist:

  1. gespecialiseerde gereedschappen, uitrusting of faciliteiten; of
  2. aanzienlijke coördinatieprocedures vanwege de lange duur van de taken en de betrokkenheid van meerdere personen.