8.15 BIJLAGEN

Grootheden, eenheden en andere termen

Opmerking
Alle genoemde grootheden en eenheden worden uitgedrukt in het internationaal afgesproken SI- stelsel van eenheden (Système International: SI).

Kracht (F)
Heel algemeen kan een kracht (F) worden omschreven als datgene dat beweging wil veroorzaken. De kracht wordt uitgedrukt met de hoofdletter F (van force). Kracht wordt uitgedrukt in de eenheid Newton (N). Een kracht kan een beweging in een rechte lijn (translatie) en/of een beweging om een as (rotatie) veroorzaken.

Druk (p)
Druk is de (uitwendig) uitgeoefende kracht per eenheid van oppervlak (p = F/A) en wordt uitgedrukt in de eenheid Pascal (Pa). 1 Pa is 1 kg/cm2, oftewel 100000 N/m2. Een andere veel gebruikte eenheid is de bar waarbij 100000 Pa gelijk is aan 1 bar, oftewel 100 hPa = 1 mbar.

Moment (M)
Een moment ontstaat wanneer een kracht loodrecht op een arm met een lengte (l) wordt aangewend. In formule M = F.l. De eenheid is de Nm. De loodrecht aangebrachte kracht wil een rotatie veroorzaken.

Belasting
Belasting is het effect van een uitgeoefende kracht of van een uitgeoefend moment. Effecten zijn onder andere (materiaal) spanning en druk.

Gewicht(G)
Gewicht is de kracht die de zwaartekracht- of gravitatieversnelling (g) uitoefent op een bepaalde massa (m) oftewel G = m.g. Gewicht wordt net als kracht uitgedrukt in Newton (N). In de luchtvaart wordt veel gewerkt met Engelse termen. Vandaar dat gewicht meestal wordt afgekort met de W van weight.

Gravitatieversnelling (g)
De gravitatie- of zwaartekrachtversnelling (g) hangt af van de afstand tot het middelpunt van de aarde maar wordt voor het gemak gesteld op 9,81 m/s2 en desgewenst afgerond op 10 m/s2.

Spanning (σ = sigma)
Spanning is de (inwendig) uitgeoefende kracht op een bepaald oppervlak en wordt uitgedrukt in Newton per vierkante meter (N/m2). In tegenstelling tot druk wordt spanning geassocieerd met inwendige materiaalkrachten.

Massa (m)
De eenheid van massa (m) is de gram (g). Een veel gebruikte eenheid is de kilogram (kg) waarbij het voorvoegsel kilo staat voor de factor 1000 (1 kg is 1000 g).

Lengte (l)
De eenheid van lengte (l) is de meter (m).

Oppervlakte (A)
Oppervlakte A van ‘surface area’ is het product van lengte en breedte van een object en wordt uitgedrukt in vierkante meter (m2). Er wordt opgemerkt dat in de liftformule gebruik wordt gemaakt van de hoofdletter S voor vleugeloppervlak.

Volume (V)
Volume of inhoud is het product van lengte, breedte en hoogte van een object en wordt uitgedrukt in kubieke meter (m3) of in liter (l).

Dichtheid (ρ)
Dichtheid is de massa (m) per eenheid van volume (ρ = m/V) en wordt uitgedrukt in kg/m3.

Torsie (koppel of wringing)
Torsie kan het best worden omschreven als een krachtloos moment, dus ook uitgedrukt in Nm. Indien twee even grote, doch tegengesteld gerichte, krachten met verschillende werklijn ten opzichte van elkaar werken is de som van de krachten nul maar de som van de momenten niet. Het object wil torderen. Een mooi voorbeeld is de motor die een koppel afgeeft op de propelleraandrijfas waardoor de propeller gaat draaien.

Zwaartekrachtversnelling Zie gravitatieversnelling.