9. ONDERZOEK NAAR EEN AFDELING-RECHTSPERSOON ZWEEFVLIEGEN BINNEN DE KNVvL

Deel 1 Historisch overzicht

De FNZ heeft het initiatief genomen om op verzoek van de leden een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheid om de huidige afdeling zweefvliegen om te zetten in een afdeling-rechtspersoon. De FNZ doet dit onderzoek omdat er mogelijk voordelen zijn te behalen voor de clubs (en daarmee ook de leden) van de afdeling zweefvliegen. Het is echter van belang om dit onderzoek correct, nauwkeurig en objectief uit te voeren waarbij niet bij voorbaat vaststaat dat een dergelijke omzetting een gegeven is. De medewerking van zowel het afdelingsbestuur zweefvliegen als de KNVvL is belangrijk en de FNZ streeft naar een goede samenwerking.

Wat is de uitkomst van het onderzoek?

  1. Of we gaan gewoon verder als niet zelfstandige afdeling zweefvliegen die in naam bestuurd wordt door het ABZ, maar feitelijk door het hoofdbestuur en de ledenraad van de KNVvL, omdat het ontbreken van rechtspersoonlijkheid het afdelingsbestuur geen rechtmatige bevoegdheden geeft.
  2. Of de afdeling wordt afdeling-rechtspersoon, hetgeen leidt tot een meer zelfstandige afdeling zweefvliegen aangesloten bij de KNVvL. In dat geval bestuurt het ABZ de afdeling zoals het bestuur van een zweefvliegclub de club bestuurt met alle daarbij behorende (juridische) bevoegdheden

De FNZ streeft ernaar om in 2021 de volgende zaken te realiseren:

  1. Het uitvoeren van het onderzoek;
  2. Het opleveren van het onderzoek en besluitvorming over de aanbevelingen daarin;
  3. Het implementeren van de aanbevelingen als blijkt dat het verstandig is om de afdeling om te vormen tot een afdeling rechtspersoon;
  4. In overleg met het afdelingsbestuur en KNVvL komen tot een soepele transitie waarbij op onderdelen wordt besloten of en zo ja wanneer transitie aan de orde is;

1. HET UITVOEREN VAN HET ONDERZOEK

Het onderzoek is onderverdeeld in:

  • Deel 1: Een historisch overzicht;
  • Deel 2: Wat doen we zelf en kunnen we zelf doen
  • Deel 3: Voor- en nadelen en financiële gevolgen 
  • Deel 4: Samenvatting en aanbeveling.

 

Deel 1 Historisch overzicht

We zijn inmiddels gestart met het onderzoek en een deel van deze vier zaken zijn al (deels) uitgewerkt. Voordat we echter hier op ingaan volgt eerst een historisch overzicht. Het onderzoek waar we aan werken is gebaseerd op een al ruim dertig jaar levende wens om meer zelfstandigheid te krijgen. Hieronder wordt beschreven:

  • de veranderde rol van de KNVvL in de loop der jaren;
  • wat er aan de FNZ vooraf ging;
  • waarom de FNZ werd opgericht;
  • hoe ABZ en FNZ zich tot elkaar verhouden.

DE VERANDERDE ROL VAN DE KNVVL
De geschiedenis van de KNVvL begint in 1907. In de beginjaren van de luchtvaart was de KNVvL nauw betrokken bij de oprichting van de Luchtmacht, de KLM, het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium en de Rijksluchtvaartschool (nu de KLS).

Na de tweede wereldoorlog kwam het accent te liggen op de recreatieve kant van de luchtvaart. In de 30’er jaren ontstonden er zweefvliegclubs die zich verenigden in de Bond van Nederlandsche Zweefvliegclubs. Daarnaast bestond er gelijktijdig ook de vakafdeling Zweefvliegen bij de KNVvL. In 1939 besloot de Bond zich aan te sluiten bij de KNVvL en op te gaan in de vakafdeling.

De Afdeling Zweefvliegen is opgericht in 1930 en maakt sinds 1939 deel uit van de KNVvL. Zweefvliegen werd heel lang beschouwd als de kraamkamer voor de Luchtvaart en kreeg subsidie voor de scholierencursus.

In de jaren vijftig investeerde de KNVvL in zweefvliegtuigen; die tegen een vergoeding ter beschikking werden gesteld aan de zweefvliegclubs. Zo bestond eind 1963 de KNVvL-vloot uit 108 zweefvliegtuigen. De clubs hadden toen zelf 28 vliegtuigen en er waren 9 particuliere zweefvliegtuigen. De afdeling zweefvliegen had intensief met de KNVvL te maken. Maar deze situatie veranderde in sterke mate. In 1970 waren er nog 62 KNVvl-zweefvliegtuigen, 109 clubvliegtuigen en 22 particuliere zweefvliegtuigen. Ook exploiteerde de KNVvL het Nationaal Zweefvliegcentrum Terlet, de Centrale Werkplaats en zelfs een Krakenfonds.

Ondertussen nam de welvaart in Nederland toe. Zweefvliegclubs kochten hun eigen vliegtuigen, huurden ze niet meer van de KNVvL en regelden zelf een vliegtuigverzekering (de DLO) i.p.v. het krakenfonds van de KNVvL. Terlet en de werkplaats werden zelfstandig en de subsidie voor de scholierencursus stopte. De band tussen de clubs, de afdeling en de KNVvL was veel losser geworden en de machtspositie van de landelijke vereniging brokkelde langzaam maar zeker af. De rol die voor de KNVvL overbleef werd die van belangenbehartiger van de kleine luchtvaart.

De invloed van de afdeling zweefvliegen binnen de KNVvl wordt minder
Het aantal afdelingen nam toe van 11 in 1998 naar tegenwoordig 14 en daarmee werd de invloed van de afdeling zweefvliegen minder. Uit de afbeelding hieronder blijkt dat hoe meer afdelingen (elk minimaal 1 stem in de ledenraad) er komen, hoe kleiner de invloed van de andere afdelingen wordt.

Ontwikkeling contributie voor de KNVvL en de Afdelingstoeslag
Wanneer je naar de ontwikkeling van de contributie voor de KNVvL en voor de afdelingsbijdrage kijkt, dan valt het volgende op:

  • De contributie voor de KNVvL bedroeg in 1998  40,50 gulden per vliegende afdeling (in euro's €18,41) en tegenwoordig €64,50. Wanneer de contributie sinds 1998 alleen met de inflatie zou zijn verhoogd dan zou die nu € 28,26 bedragen. De contributie bedraagt echter €64,50 dat is aanmerkelijk meer dan het dubbele!
  • De afdelingsbijdrage bedroeg in 1998 220,- gulden en tegenwoordig €119,50. Gecorrigeerd voor inflatie is een bedrag van 220,00 gulden uit 1998 nu € 151,65. De afdelingsbijdrage is aanmerkelijk minder verhoogd dan de inflatie.

Opmerking: De contributie voor de KNVvL was aanvankelijk voor 2021 vastgesteld op €66,-. Dit was aangenomen met 13 stemmen voor en 12 tegen. Echter door een rommelig verloop van die vergadering is er nogmaals vergaderd en door het indienen van een amendement van de ledenraadsleden van de Afdeling Zweefvliegen is deze verhoging alsnog met ruime meerderheid van stemmen teruggedraaid.

Het secretariaat zweefvliegen
Tot aan ± 1970 had de afdeling zweefvliegen een secretaris voor het zweefvliegen op het secretariaat in Den Haag. Daarna kwam het secretariaat van de afdeling op het zweefvliegcentrum Terlet. Later verhuisde het secretariaat naar het Sportcentrum Papendal te Arnhem. Een paar jaar geleden is het secretariaat ondergebracht bij het algemeen secretariaat van de KNVvL wat tegenwoordig in Woerden gehuisvest is. Er werd op samenvoeging van de secretariaten door andere afdelingen aangedrongen omdat het hoofdbureau een groot pand had gehuurd, dus moest de huur van de afdeling zweefvliegen daarheen, om het ‘betaalbaar’ te houden. Dat was de hoofdreden, niet het functioneren van het secretariaat zweefvliegen.

Als grote KNVvL-afdeling betalen de zweefvliegers via de KNVvL-contributie een groot deel van de salarissen van de KNVvL-medewerkers. Daarnaast betalen wij uit de afdelingstoeslag ook nog eens separaat voor 2 FTE ten behoeve van werkzaamheden voor de afdeling zweefvliegen.

WAT GING ER AAN DE FNZ VOORAF?
In 1992 en in 1993 zijn er 2 ad hoc commissies geweest van voorzitters van zweefvliegclubs, die zich bezig hebben gehouden met de vraag: Hoe kan de afdeling zweefvliegen beter functioneren? In de Wegwijzer van 1998 staat dat die commissie met de volgende adviezen komt:

  1. Verbetering van het functioneren binnen de eigen Afdeling.
  2. Verbetering in het functioneren van de Afdeling met de KNVvL als geheel.

1. Verbetering van het functioneren binnen de Afdeling Zweefvliegen
Beide commissies constateerden dat het functioneren van de Afdeling Zweefvliegen verbeterd kon worden. Hieronder volgen een paar aanbevelingen uit hun verslag:

  • De Afdeling Zweefvliegen moet een belangenvereniging van de zweefvliegclubs zijn en niet een topbestuursorgaan boven de clubs. Het ABZ is in dienst van de clubs en is er om de clubs te kunnen laten zweefvliegen. Het ABZ en het Secretariaat Zweefvliegen moeten zich beperken tot deze hoofdzaak; alleen datgene doen wat nodig is om de clubs betaalbaar te kunnen laten zweefvliegen. Het ABZ moet geen geld en mankracht van het Secretariaat inzetten voor iets waar slechts een klein groepje iets aan heeft, zoals de topsport .
  • Er moeten geen besluiten genomen worden voor de clubs, maar door de clubs. Het is de taak van het ABZ en het Secretariaat Zweefvliegen om voorstellen voor de Afdelingsvergadering voor te bereiden en de uitvoering te regelen. Alle belangrijke zaken moeten voortaan worden voorgelegd aan de Afdelingsvergadering. Zaken die invloed hebben op de hoogte van de contributie en het benoemen van betaalde medewerkers, moeten altijd door de Afdelingsvergadering worden goedgekeurd.
  • Er moet een handboek (de latere Wegwijzer) komen waar de landelijke organisatie in beschreven staat.

2. Verbetering in het functioneren van de Afdeling met de KNVvL
De Afdeling Zweefvliegen is een onderdeel van de gehele KNVvL. De KNVvL is een vereniging die net als alle zweefvliegclubs juridisch zelfstandig is. De Afdeling Zweefvliegen heeft geen juridische zelfstandigheid. Dat betekent dat de Afdeling Zweefvliegen niet zelf naar de rechter kan stappen en dat het personeel voor de Afdeling in dienst is van de gehele KNVvL en niet in dienst van de Afdeling Zweefvliegen. In de jaren 1992 en 1994 was de samenwerking van de Afdeling Zweefvliegen met de landelijke organisatie van de KNVvL voor verbetering vatbaar. De commissies adviseerden toen om te onderzoeken wat de voordelen zijn om als een juridisch zelfstandige afdeling binnen de KNVvL verder te gaan. De KNVvL zou in dat geval een federatie van zelfstandige afdelingen kunnen worden.

De reactie van de KNVvL op dit rapport?
Het KNVvL-hoofdbestuur belooft actief bezig te gaan om het functioneren van de KNVvL te verbeteren. De Afdelingen zullen meer financiële zelfstandigheid krijgen. Kunnen een eigen bankrekening beheren (dit zou de afdeling zweefvliegen in 1998 krijgen). Voortaan komt er jaarlijks een overzicht van de tegoeden (of tekorten) van elke afdeling. Subsidies of andere gelden bestemd voor een bepaalde afdeling zullen ook ten goede komen aan die afdeling. En tot slot: Binnen de KNVvL staat men negatief tegenover de mogelijke vorming van zelfstandige afdelingen.

 

Het ABZ vertrouwde erop dat deze beloften zouden worden uitgevoerd. Toen dat niet het geval bleek te zijn nam de onvrede weer toe en werd de FNZ in 1999 door het ABZ opgericht.

DE OPRICHTING VAN DE FNZ IN 1999
In 1999 is de FNZ door het ABZ opgericht. De ABZ-leden werden de eerste bestuursleden van de FNZ. Waarom de FNZ opgericht wordt hieronder door het bestuur van de FNZ in 1999 uitgelegd. Alle stukken die hieronder in een kader staan met een grijze achtergrond zijn letterlijk overgenomen uit het archief FNZ. Mocht je al die stukken niet willen lezen, lees dan in ieder geval de samenvatting onderaan.

FEDERATIE NEDERLANDSE ZWEEFVLIEGCLUBS
We leven in een tijd, die voor luchtsporters niet gemakkelijk is. Er is een toenemend gebrek aan luchtvaartterreinen, de luchtruimtestructuur staat voor de luchtsporters in negatieve zin ter discussie en er komt een transponderverplichting. Of zweefvliegkeuringen door de SMA's in de toekomst nog lokaal kunnen worden verricht is onduidelijk. Misschien kunnen die keuringen in de toekomst nog slechts centraal worden uitgevoerd bijvoorbeeld op Soesterberg. De voorbereidingen inzake belangrijke veranderingen in de luchtvaartwetgeving zijn in een vergevorderd stadium. Dit alles brengt onzekerheid met zich mee voor de betrokkenen. Dat zijn in de eerste plaats de KNVvL en de Afdeling Zweefvliegen (HB, ABZ en CIV) en in een de tweede plaats een aantal welingelichte bestuurders van zweefvliegclubs. Het gros van zweefvliegend Nederland is slechts gedeeltelijk geïnformeerd.

Gebrek aan interesse
Voor zover die informatie bij de 'gewone' zweefvliegers is doorgedrongen, geeft het nauwelijks aanleiding tot onrust. Dat komt waarschijnlijk doordat de zweefvliegers tot op heden nog niet zijn geconfronteerd met onoplosbare problemen. Er bestaat vertrouwen in de bestuurders op verenigings- en afdelingsniveau. Een vertrouwen overigens dat grenst aan gebrek aan interesse. Zolang er gevlogen kan worden, bestaat er geen interesse voor problematische ontwikkelingen, waar dan ook. Clubs die hun veld verliezen hebben pech. Daarover wordt op andere velden nauwelijks verder nagedacht. Transponders zijn ergens in de toekomst een financieel probleem maar dat wordt tegen die tijd wel opgelost. In het algemeen zullen alleen de eigen problemen van een club reden tot bezorgdheid geven. Zweefvliegen is, ondanks het bedrijven ervan in verenigingsverband, een individuele bezigheid. Het besturen van een zweefvliegclub is noodzakelijk maar lang niet iedereen met de benodigde capaciteiten is bereid hieraan bij te dragen. Het is wel duidelijk dat bestuursleden ook moeten werken. Het is geen erebaantje. De mensen die functies in besturen vervullen hebben daarnaast veelal ook nog andere bezigheden. Een groot aantal heeft ook een fulltime baan en/of nog andere verplichtingen. De belangrijkste nadelen van een bestuursfunctie: het kost tijd en je kunt minder vliegen. Nog een belangrijk nadeel is dat de leden kritischer worden. Een bestuurder moet zich kunnen verantwoorden en staat soms aan ongezouten kritiek bloot. Is het een wonder dat het steeds moeilijker wordt om geschikte personen voor bestuursfuncties te krijgen? Er treedt inmiddels een vergrijzing op bij alle besturen en commissies.

Toekomst veiligstellen
Lokaal en nationaal moet er worden bestuurd. Gezien de genoemde veranderingen in regelgeving en in beschikbaarheid van luchtruim en terreinen, is het van groot belang de daarmee samenhangende problematiek op tijd en door overkoepelende organisaties (wanneer mogelijk bemand door specialisten), te laten bestuderen en te bespreken met de nationale overheid. Dit met het doel om het zweefvliegen in Nederland in de toekomst zo veel mogelijk veilig te stellen. De clubs zelf zijn niet in staat voldoende actie te ondernemen. Een dergelijke overkoepelende organisatie is de KNVvL. Een andere overkoepelende organisatie voor zweefvliegers zou de FNZ kunnen worden.
De noodzaak van de FNZ is ontstaan door het slecht naar buiten kunnen optreden van de Afdeling Zweefvliegen van de KNVvL. De KNVvL blijft als grote overkoepelende organisatie onmisbaar omdat ze alle luchtsportbeoefenaars onder een dak verenigt.

Hoe moet de federatie er uit gaan zien?
De federatie moet een organisatie worden waarbij alle zweefvliegclubs zijn aangesloten. De FNZ regelt voor de aangesloten clubs zaken die, naar opvatting van de leden, voor alle clubs van belang zijn. Dat betekent dat de FNZ een actieve organisatie wordt bijvoorbeeld met de vinger aan de politieke pols. De organisatie is een rechtspersoon en kan dus optreden voor de leden waar en wanneer dat nodig is. Gezien het belang van een sterke organisatie is een goed georganiseerd en bemand secretariaat noodzakelijk. Het bestuur van de FNZ zal uit capabele mensen bestaan die qua domicilie voldoende regionaal zijn verspreid. De KNVvL blijft het overkoepelende orgaan voor alle luchtsporters. Het zou goed zijn wanneer alle actieve luchtsportafdelingen zich als federaties zouden hergroeperen zodat ze allemaal rechtspersoonlijkheid krijgen. Natuurlijk zou ook door een statutenwijziging iedere 'afdeling' een rechtspersoonlijkheid kunnen krijgen. In dat geval is het oprichten van federaties niet nodig.

De oprichting
Omdat de zweefvliegbelangen op korte termijn in het gedrang komen, is op de Algemene Ledenvergadering van 17 mei (1999) groen licht gegeven voor de oprichting van een FNZ. De taken van de binnen de KNVvL geïntegreerde federatie zouden gelijk moeten zijn aan die van de huidige afdeling. Bij het ter perse gaan van deze editie was nog niet bekend of de conceptstatuten voor de oprichting van de FNZ op de Algemene Ledenvergadering van 21 september jl. waren goedgekeurd.

Samenvatting
De meeste zweefvliegers willen uitsluitend zweefvliegen en voelen weinig voor bestuursfuncties. Voor besturen en commissies zijn te weinig mensen beschikbaar. Er zitten ook veel mensen al te lang in deze posities. Om sterk naar buiten te kunnen optreden is een verenigingsvorm van alle zweefvliegclubs nodig, die rechtspersoonlijkheid bezit. Omdat die verenigingsvorm tot nu toe binnen de KNVvL niet mogelijk was, wordt de FNZ opgericht. De KNVvL moet de overkoepelende organisatie blijven.

Wil Werschkull 1999

 

Hoe verder met de FNZ?

  1. De Zweefvliegclubs willen de FNZ. Het ABZ heeft die FNZ opgericht en het bestuur geleverd. De volgende stap voor de clubs is om tot de FNZ toe te treden. Oprichters zijn in principe de clubs die tijdens de vergaderingen van Mei en September 1999 voor gestemd hebben (aanwezig waren). Een schriftelijke verklaring tot bijtreden moet echter toch door alle clubs worden gedaan.
  2. Met de KNVvL moet overleg worden gevoerd. Het bestuur van de FNZ zal met voorstellen komen om de FNZ binnen de KNVvL te integreren. Dat kan volgens de statuten van de KNVvL zonder problemen. De leden van de clubs blijven, zoals nu ook al het geval is, in de KNVvL verenigd.
  3. Wanneer de FNZ namens de clubs moet gaan optreden, zal daarover met de clubs contact moeten zijn. De FNZ komt in actie namens de (meerderheid) clubs. Wanneer de FNZ in actie komt heeft ze eigen briefpapier (een eigen huisstijl) nodig. Omdat er verder nog een huishoudelijk reglement moet worden opgesteld, kunnen we aan de clubs vragen mensen voor een statutencommissie te leveren.
  4. Er ontstaan ook kosten. Die moeten via de rekening van de FNZ worden af/bijgeboekt. De FNZ krijgt dus een eigen bankrekening. Er moet aan de clubs (de leden) toestemming worden gevraagd voor een eerste storting. Ik stel voor overschrijving van f. 15.000 aan de e.k. vergadering (voorzittersoverleg) toestemming te vragen. We zouden ook toestemming kunnen vragen voor een bepaalde jaarlijkse overschrijving. Die moet dan jaarlijks tijdens de behandeling van de begroting worden bepaald.
  5. De Ledenvergaderingen van de AZ kunnen desgewenst worden gesplitst in Ledenvergaderingen van de AZ en ledenvergaderingen van de FNZ (dit zou in de toekomst het voorzittersoverleg kunnen vervangen). We kunnen ook iedere Afdelingsvergadering door een korte FNZ vergadering laten voorafgaan.
  6. Belangrijke eerste inzet van de FNZ zou kunnen zijn een voortzetting van de acties tegen de nieuwe regelgeving (RPL). Daarover is nog overleg nodig. Die actie zou dan beginnen op het ogenblik dat de KNVvL geen verdere actie meer wil voeren. Vooraf is daarover met de KNVvL contact op te nemen.

 

De oprichting van de FNZ leidde er opnieuw toe dat de KNVvL beloofde de eigen organisatie te verbeteren. Door die belofte nam de belangstelling voor de FNZ weer af en nieuwe ABZ-leden werden niet automatisch lid van de FNZ.

HET SAMENGAAN VAN ABZ EN FNZ IN 2005
In 2005 besluit het ABZ weer een ALV voor de FNZ te houden en de situatie te herstellen waarbij de ABZ-leden tevens de FNZ-bestuursleden zijn. De volgende brief gaat naar de zweefvliegclubs:

Betreft: Afdeling Zweefvliegen binnen de KNVvL Datum: 28 juli 2005

Geacht bestuur,
Er zijn in Nederland veertig zweefvliegclubs. Dat zijn allemaal zelfstandige verenigingen met een eigen boekhouding en een ledenlijst. Die verenigingen staan ingeschreven bij de kamer van koophandel, beschikken over de eigen bezittingen en kunnen in het geval van een conflict naar de rechter stappen en juridische bijstand vragen.

De zweefvliegclubs kiezen het ABZ. Dit bestuur regelt alleen die zaken die boven het clubbelang uit gaan, of die landelijk beter geregeld kunnen worden. De Afdeling Zweefvliegen is een onderdeel van de KNVvL. De KNVvL is ook een zelfstandige vereniging met dezelfde rechten als een zweefvliegvereniging, maar dit geldt helaas niet voor de Afdeling Zweefvliegen. Een afdeling van de KNVvL mag binnen de begroting wel zelf geld uitgeven, maar alles verloopt via de KNVvL in Den Haag. In de statuten staat dat het tegoed van een afdeling voor die afdeling is, maar de afdeling kan dat tegoed niet opnemen en op een eigen rekening storten. Ik ben penningmeester van de Afdeling Zweefvliegen maar alle rekeningen gaan naar Den Haag en daar wordt opdracht tot betalen gegeven. Als ik wil weten hoe we er als afdeling voor staan dan moet ik wachten op de overzichten van Den Haag. Daar zit dus de eigenlijke penningmeester. Charles de Leeuw is een bekwaam en doortastende voorzitter, maar de Afdeling Zweefvliegen heeft geen juridische zelfstandigheid. Onder verdragen en benoemingen komt de handtekening van de voorzitter van de KNVvL, niet die van Charles. Bij een conflict kunnen we de KNVvL om juridische bijstand vragen, maar we kunnen niet zelf een advocaat inschakelen of naar de rechter stappen.

Op de ALV van een paar jaar geleden hebben de clubs zich unaniem uitgesproken voor een zelfstandige Afdeling Zweefvliegen binnen de KNVvL. Die wens is al tientallen jaren oud. De FNZ is er ook gekomen, en is op dit moment eigenlijk slapende. Destijds is deze FNZ opgericht om met name zelf doortastend te kunnen optreden, vooral indien dit in KNVvL verband niet of niet goed genoeg meer zou kunnen. Gelukkig is dit op dit moment niet aan de orde. Sterker nog op dit moment is de relatie tussen afdelingsbestuur (ABZ) en KNVvL hoofd bestuur goed. Toch wil het ABZ via de FNZ voorbereid blijven als e.e.a. in minder goed vaarwater terecht zou kunnen komen, hetgeen beslist niet onze voorkeur heeft!

Binnen de KNVvL
Zweefvliegen is een sociale sport en tegelijk ook een individuele. Elke zweefvlieger wil het liefst omhoog op het moment dat de thermiek goed is en dan zolang mogelijk wegblijven. Maar helaas zonder andere clubleden kom je de lucht niet in en in het luchtruim kom je ook andere luchtruimgebruikers tegen. Je hebt dus een club nodig. Voor clubs geldt hetzelfde. Voor onderhoud, inspectie, opleiding, examens, WA-verzekering enz. zijn we afhankelijk van de samenwerking met andere clubs en daarom is samenwerken en het maken van duidelijke afspraken hard nodig.

Op landelijk niveau is de KNVvL, als het om de recreatieve luchtvaart gaat, de belangrijkste gesprekspartner van de overheid. De overheid wil niet met alle afdelingen apart vergaderen en al helemaal niet met elke club apart om tafel gaan zitten. Er is maar één loket zeggen ze bij Verkeer & Waterstaat en dat is ook wel logisch. Via het loket KNVvL kunnen wij het beste onze zweefvliegbelangen verdedigen. Na één jaar ABZ in de huidige samenstelling komen wij tot de conclusie dat het huidige Hoofdbestuur voor de Afdeling Zweefvliegen knokt en al veel bereikt heeft. Deze goede samenwerking willen we behouden.

Zelfstandig opererende afdeling
Vlak na de oorlog vlogen de clubs met zweefvliegtuigen van de KNVvL. Ook Terlet was gewoon een onderdeel van de KNVvL. Die situatie is al lang gewijzigd. Stel je even voor dat elke club een (niet zelfstandig) onderdeel van de KNVvL zou zijn. Als een club dan een ander zweefvliegtuig wil of een nieuwe lier wil ontwikkelen dan moeten ze daarvoor elke keer toestemming van de KNVvL hebben en de KNVvL beheert dan het tegoed van die club. Er is geen enkele club die dat zou willen. De geschiedenis leert dat de Afdeling Zweefvliegen geen zaken meer moet regelen die een club zelf best kan verrichten. Zo moet de KNVvL geen zaken gaan regelen die de Afdeling zelf best kan doen. De KNVvL moet zich bezig houden met de belangen die boven de Afdelingen uitstijgen. De ontwikkeling van het KEI is zo'n duidelijke taak van de KNVvL. Een gezamenlijk blad van alle Afdelingen zoals de Duitse Aero Kurier lijkt mij zo bijvoorbeeld ook een mogelijke taak van de KNVvL te kunnen zijn. Er zijn in Nederland veel luchtvaartenthousiastelingen. De zevenhonderdduizend bezoekers bij Redbull Airrace in Rotterdam en de honderdduizenden bij de open dagen van de luchtmacht vormen het bewijs.

De Afdeling Zweefvliegen met haar commissies en het Afdelingssecretariaat is in staat om alle zaken voor het zweefvliegen te regelen. Samen met de KNVvL lukt dat (steeds) beter, maar het is wel tijd om eens te bekijken waar het werk kan worden verbeterd en efficiënter gedaan kan worden. De financiën worden nu bijvoorbeeld vaak dubbel gedaan. Eerst door de Afdeling en dan nog eens door de KNVvL. Bijhouden van de ledenlijst, personeel benoemen en betalen, de verzekering voor de zweefvliegers regelen, dat zijn allemaal taken die hierbij bijvoorbeeld bekeken moeten worden en nu in het kader van de lopende reorganisatie van de KNVvL ook bekeken worden.

Hoe nu verder met de FNZ?
Het ABZ ziet op dit moment (gezien de samenwerking binnen de KNVvL) geen reden om de FNZ verder te activeren voor de doelen, waarvoor zij opgericht is. Wel zal er iets moeten gebeuren daar per 15 oktober 2005 de zittingsduur van zes jaar van de huidige FNZ bestuursleden erop zit.

Het ABZ kiest voor de meest eenvoudige weg. In feite wil het ABZ tot een soort 'samensmelting' komen van ABZ en FNZ. Op de ALV van september komen we daarom met het voorstel dat na september 2005 elke ABZ vergadering een ABZ/FNZ-vergadering wordt en elke Algemene ledenraadvergadering van de Afdeling zweefvliegen wordt dan een ALV van de Afdeling en de FNZ.

De FNZ is in 1999 opgericht door het toenmalige ABZ en de ABZ-leden van toen zijn nu nog de bestuursleden van de FNZ. Momenteel zijn elf clubs (met ongeveer de helft van het aantal zweefvliegers) lid van de FNZ. Het ABZ heeft een onderhoud gehad met het bestuur van de FNZ en hen gevraagd dat het huidige ABZ tegelijk het bestuur wordt van de FNZ en dat voortaan die koppeling zo blijft. Het huidige FNZ bestuur heeft hierin toegestemd en aan de clubs zal worden gevraagd om het ABZ te benoemen als bestuur van de FNZ. Een FNZ wat maar de helft van de zweefvliegers achter zich heeft kan —indien ooit nodig- moeilijk namens alle zweefvliegers handelen. Daarom vragen wij de clubs die nog geen lid geworden zijn om ook lid te worden van de FNZ. De statuten van de FNZ zijn niet strijdig met die van de KNVvL en de FNZ vraagt geen contributie. Mocht de FNZ in de toekomst al contributie gaan vragen dan wordt dat op een ALV bepaald en dan betekent dat natuurlijk een even grote vermindering van de contributie voor de bijdrage aan de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen. Alleen als alle clubs lid zijn kunnen wij —indien ooit nodig- ook als FNZ namens alle zweefvliegers handelen.

Samengevat
Wij willen een zelfstandig opererende Afdeling Zweefvliegen binnen de KNVvL. Wij denken dat we op dit moment met de KNVvL op het goede spoor zitten. Tevens denken we door als één bestuur van ABZ en FNZ te gaan fungeren, we geen aparte FNZ bestuurslaag meer nodig hebben en sneller en efficiënter kunnen optreden indien dit in de toekomst ooit nodig mocht blijken te zijn. Daarvoor is het echter wel nodig dat alle zweefvliegclubs lid worden van de FNZ. Mocht uw club nog niet lid zijn dan verzoeken wij u om de antwoordstrook in te vullen en uw club aan te melden als lid van de FNZ.
Hierbij is dan het voornemen dat na het aftreden van de huidige bestuursleden van de FNZ (blijven beschikbaar voor advies), Charles de Leeuw dan voorzitter van de FNZ wordt en de andere ABZ-leden gewone bestuursleden worden van de FNZ. Natuurlijk kunnen de clubs ook kandidaten voor het bestuur voordragen maar dat moeten dan wel kandidaten zijn die bij verkiezing bereid zijn om tegelijk in het ABZ zitting te gaan nemen. Wij zien uw opgave graag voor 1 september 2005 tegemoet.

De volgende clubs zijn momenteel al lid van de FNZ:

1. Friese Aero Club
2. Gelderse Zweefvliegclub
3. Gooise Zweefvliegclub
4. Klu ZC De Peel
5. Nijmeegse Aeroclub
6. St. Belang Zweefvliegers Terlet
7. Twentsche Zweefvliegclub
8. Venlose Zweefvliegclub
9. Vliegclub Midden Zeeland
10. Zweefvliegclub Den Helder
11. Vliegclub Teuge

Met vriendelijke groeten, Namens het Afdelingsbestuur Zweefvliegen

Dirk Corporaal

 

In 2005 groeit het aantal clubs dat lid is van de FNZ van 11 naar 24. Lid zijn dan:

1. Friese Aero Club
2. Gelderse Zweefvliegclub
3. Gooise Zweefvliegclub
4. Klu ZC De Peel
5. Nijmeegse Aeroclub
6. St. Belang Zweefvliegers Terlet
7. Twentsche Zweefvliegclub
8. Venlose Zweefvliegclub
9. Vliegclub Midden Zeeland
10. Zweefvliegclub Den Helder
11. Vliegclub Teuge
12. AC Nistelrode
13. AC Salland
14. Eerste Limburgse Zweefvliegclub
15. Gilzer Luchtvaartclub Illustrious
16. Groninger Studenten Aeroclub
17. Kennemer Zweefvliegclub
18. Leidsche Studenten Aeroclub
19. Noord Nederlandse Zweefvliegclub
20. Vliegclub Haamstede
21. Vliegclub Hoogeveen
22. Zuidhollandse Vliegclub
23. Zweefvliegclub Eindhovense Studenten
24. Zweefvliegclub Flevo
25. Zweefvliegclub Noord Oostpolder
26. ZC De Peel
27. ZC Twenthe
28. EZAC Eerste Zeeuws-Vlaamse Aero Club

BIJNA EEN ZELFSTANDIGE AFDELING IN 2015
Het ABZ belegt op 3 maart 2015 een extra ALV over de toekomst van de afdeling zweefvliegen. Met een Power Point presentatie geeft het ABZ aan waarom zij voorstander is van een zelfstandige afdeling zweefvliegen. In de PowerPoint wordt vermeld:

Werken aan een nieuwe bestuursstructuur Afdeling Zweefvliegen en KNVvL

 

Uitgangspunten:
Voor een optimale ontwikkeling van de Nederlandse zweefvliegsport is vereist dat de Nederlandse zweefvliegers:

  1. autonoom besluiten kunnen nemen over onderwerpen die voor het zweefvliegen van wezenlijk belang zijn. (met name veiligheid, techniek, opleidingen, subsidies, luchtruim, prestatievliegen).
  2. hun externe invloed naar overheden kunnen maximeren (met name op het gebied van techniek, opleidingen, velden, KLu, luchtruimtestructuur en regelgeving);
  3. hun sport tegen de laagst mogelijke kosten kunnen bedrijven (verzekeringen, optimale mix vrijwilligers en betaalde krachten);

 

De praktijk
KNVvL biedt een goed platform om de gemeenschappelijke belangen van alle luchtsporten uit te dragen. Ook de juiste plaats voor administratieve processen.
Gezamenlijke belangen verschillen van afdelingsbelangen.
Verschillen in inzichten / wensen / belangen tussen Afdeling en KNVvL worden in de huidige structuur veelal in het voordeel van de koepel beslecht. 

 

 Sterke punten zweefvliegen:

  • Een zweefvliegclub is een zeer complexe zaak. Traditioneel hebben we als clubs & afdeling de professionaliteit en massa in huis om dit te runnen.
  • Maar de essentiële belangen van het zweefvliegen specifiek, die willen we niet uitbesteden. In eigen regie houden.
  • Dit willen het zelf doen.

 

Wat doen we met de kloof tussen praktijk en uitgangspunten?

Opties: Accepteren of Aanpakken?

Het ABZ werkt er aan om de verdeling van bevoegdheden binnen de KNVvL op zodanige wijze (statutair) aan te passen, dat wel aan de drie uitgangspunten kan worden voldaan.
Meer zelfstandigheid voor de Afdeling binnen de KNVvL.

Nu aanpakken, voordat volgende grote externe dossier (certificering van opleidingen) tekenklaar is.

 

 Hoe dan: meer zelfstandigheid?

Twee routes:

  1. Alles regelen met aanpassingen van KNVVL- statuten en huishoudelijke reglement.
  2. Afdeling wordt rechtspersoon binnen KNVvL organisatie plus aanpassen KNVVL statuten en huishoudelijke reglement.

Afwegingen :
Met b) hebben we het proces meer in eigen hand. Meer evenredige onderhandelingspositie (wij zijn vragende partij). Stabieler toekomst verzekerd.

Welke rechtsvorm?

Rechtspersoon in de vorm van een vereniging met volledige rechtspersoonlijkheid.

 

Vraag: welke samenstelling?

Antwoord: een vereniging van clubs, oftewel een sportbond.

  • Bijna alle zweefvliegers zijn lid in een club.
  • Sportbond is een gangbaar fenomeen in de sportwereld
  • Zeggenschap blijft bij de clubs
  • Democratisch model en eerlijke vertegenwoordiging. 

 

 Relatie afd/rechtspersoon en KNVvL

  • afd/rechtspersoon werkt in partnership met de KNVvL zoals Nationale Federatie Historische Luchtvaart dat nu doet: Voor de buitenwereld (nog) als afdeling, maar dan wel een met volledige rechtspersoonlijkheid.
  • Ook gangbaar model bij buitenlands Aeroclubs.
  • Vgl op Europees niveau. European Gliding Union is zelfstandig binnen de koepel European Air Sports. 

 

 Financiën

Zakelijke verhouding met het Bondsbureau in Woerden:

*Afdeling wordt opdrachtgever & klant.
*Bondsbureau is dienstverlener & ondernemer.

  • Afdeling beheert zelfstandig haar begroting, haar inkomsten en haar uitgaven.
  • Eigen bankrekening.
  • Eigen Vermogen i.p.v. Virtueel Vermogen.
  • Bondsbureau int in opdracht van Afd contributies. (Of clubs innen contributie en dragen deze af.)
  • Bondsbureau verricht in opdracht van Afd betalingen. 

 

 Volgende stappen

ABZ stelt voor:

  • de oprichting van een Vereniging van Zweefvliegclubs voor te bereiden;
  • een concreet plan met actiepunten uit te werken;
  • en dit ter goedkeuring aan de ALV aan te bieden. 

 

Deze presentatie is vervolgens uitgebreid besproken en er wordt uiteindelijk besloten om met behulp van een denktank een draaiboek op te stellen. De volgende brief gaat daarover.

PROCES NOTA 001 03.15

Geachte leden,

De afgelopen extra ALV was niet voor niets een extra ALV. Het hoofd agendapunt had te maken met de toekomst van de KNVvL en ons als afdeling. Het is goed, om eens in de zoveel jaren een pas op de plaats te maken en te kijken waar we staan, waar doen we het voor en waar willen we heen. Een reorganisatie, KNVvL breed, is dan een mooi moment.
We hebben u verteld dat de verhoudingen tussen de Afdeling Zweefvliegen en het HB / directeur KNVvL niet optimaal zijn. Daar dienen flinke verbeteringen in te komen. Dit is geen verwijt aan het HB / directeur alleen, we waren er zelf gedeeltelijk bij toen het gebeurde.
In de afgelopen extra ALV hebben we afgesproken dat we gaan verkennen hoe we hier verandering in kunnen brengen en gelijktijdig binnen de KNVvL blijven. Om dit duidelijk te krijgen moeten we verkennen :

  1. welke dossiers, processen en verantwoordelijkheden dermate essentieel zijn voor het zweefvliegen dat we die als afdeling echt in eigen regie willen hebben;
  2. kijken wat dit betekent voor de praktische interne organisatie;
  3. kijken naar onze contacten met de overheid en andere externe partijen.

Daar we op verbetering uit zijn, is het van het grootste belang dat dit onderzoek zorgvuldig en met brede inbreng wordt uitgevoerd. De vraag of we rechtspersoon binnen de KNVvL willen worden, staat daar in eerste instantie buiten, maar is wel mede bepalend voor ons besluit dit al of niet te doen.
Voor deze verkenning heb je mensen nodig die ter zake kundig zijn. Op de afgelopen extra ALV hebben zich al 5 personen opgegeven die mee willen werken. Mocht u getriggerd raken door één van de onderwerpen, alstublieft, meldt u zich dan aan bij het zweefvlieg secretariaat. Deze 5 staan er natuurlijk niet alleen voor! Mocht u willen bijdragen geef dit dan a.u.b. door aan het secretariaat.

Binnenkort zal de verkenningsgroep worden geïnstalleerd en zullen wij de gedetailleerde opdracht en aanpak communiceren.
Om u op de hoogte te houden met het verloop van dit proces, zullen wij u op regelmatige tijden een update sturen. Bij deze stuur ik u ook de ppt. Mochten daar nog vragen over zijn, laat u dat dan weten a.u.b.

ABZ

 

PROCES NOTA 002 07.15

Geachte leden,

Het is weer tijd voor een up-date over de veranderingsprocessen die binnen de KNVvL en de afdeling zweefvliegen aan de gang zijn. Verandering wil zeggen, zowel de KNVvL als de afdeling zweefvliegen zijn in een proces waaruit uiteindelijk twee rapportages voort moeten komen naar de leden en deze gaan beslissen hoe we verder gaan.


Uitgangspunt.
Nog even ter herinnering wat zijn de uitgangspunten ook al weer:

De meeste zweefvliegers betalen hun contributie, ontvangen hun verzekeringsbewijs en verlengen hun GPL bij het KEI, dat is vrijwel het enige contact met de KNVvL. Zweefvliegers die in de commissies van de ABZ actief zijn en waren, weten hoeveel de zweefvliegers zelf organiseren, zonder deze commissies vloog u al lang niet meer, want dan was er geen CAMO en de ATO was aan je voorbij gegaan dus geen opleidingen meer. Deze commissies bestaan uit mensen zo als jij, zweefvliegers. Ze opereren zelfstandig en rapporteren aan het ABZ. De commissies worden regelmatig geconfronteerd met de KNVvL die zich ongevraagd bemoeit met het werk van de commissies en door tegengestelde meningen en acties het werk van de commissies extra moeilijk maakt, terwijl de taak van de KNVvL ondersteuning is, en wel ondersteuning op verzoek van de afdelingen.
In de huidige structuur, ligt de eindverantwoordelijkheid bij de KNVvL. Als afdeling hebben we geen enkele zekerheid dat onze koers gevolgd wordt door de KNVvL. In enkele gevallen konden alleen hooglopende discussies voorkomen dat we als afdeling onze zekerheid voor de toekomst niet zouden verliezen.

Beleidsnota zweefvliegen
Voor de toekomst en om de verantwoordelijkheid daar te leggen waar die hoort heeft het ABZ een beleidsnota neergelegd met 3 uitgangspunten:

Uit de beleidsnotitie Afdelingsbestuur Zweefvliegen

1. Uitgangspunt
Het bestuur van de Afdeling Zweefvliegen van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (verder: “het ABZ”) is van mening dat voor een optimale ontwikkeling van de Nederlandse zweefvliegsport vereist is, dat de Nederlandse zweefvliegers:

  1. autonoom besluiten kunnen nemen over onderwerpen die voor het zweefvliegen van wezenlijk belang zijn;
  2. hun externe invloed (met name op het gebied van techniek, opleidingen, velden, luchtruimstructuur en regelgeving) kunnen maximeren;
  3. hun sport tegen de laagst mogelijke kosten kunnen bedrijven.
    Daar is later bijgekomen:
  4. Eindverantwoordelijk voor de financiën van de afdeling.
    Zoals gemeld zijn er twee parallel lopende processen, waarvan we hopen dat ze uiteindelijk in elkaar passen, elkaar ondersteunen en versterken.

Verander proces KNVvL.
Het Hoofd Bestuur van de KNVvL heeft een werkgroep aangesteld bestaande uit de voorzitters van de afdeling Para, schermvliegen, ballonvaren, historische luchtvaart, zweefvliegen, en een vertegenwoordiger van de afdeling gemotoriseerd. Namens het HB treedt de penningmeester op en namens het KNVvL bureau Woerden de Directeur. De voorzitter van de afdeling Para is voorzitter van de werkgroep. De taak van de werkgroep is een voorstel rapportage te maken hoe de toekomst van de KNVvL er uit ziet en deze aan te bieden aan het HB.
De werkgroep heeft o.a. gekozen om het Raski model in te zetten om te kijken wie is verantwoordelijk voor wat aangaande een groot aantal dossiers van beleid tot financiën, KEI brevetten, kwaliteitsbewaking, Examens, wedstrijden en veel meer. In een van deze onderdelen vallen ook de CAMO en ATO. De voorzitters van alle KNVvL afdelingen werden uitgenodigd om aan te geven waarvan zij vinden dat wie voor dat betreffende dossier verantwoordelijk is.
Uit die samenvatting bleek dat veel afdelingen dezelfde denkrichting hebben als wij een grotere zelfstandigheid, meer beslissingsbevoegdheden ook over de financiën. Het invullen van het Raski model is een stap, maar de volgende, het proces achter elk dossier, dat wordt niet gedaan en daar zit nu juist de uitdaging.
In de rapportage staan een hoop zaken die hout snijden en waar, mits goede afspraken worden gemaakt mee te werken valt. Er zijn ook onderdelen die wat de afdeling zweefvliegen betreft nader onderzoek nodig hebben of waarin we sterk van mening verschillen.
Zoals de zaken er nu voor staan, in het 2de voorlopige rapport, kiest de werkgroep voor het voortbestaan van de huidige verenigingsvorm: een eenheidsvereniging, waarbij leden lid zijn, en een vereniging ook lid kan worden maar dan zonder stemrecht. Een conclusie die niet gestaafd wordt in het rapport en waar de werkgroep afdeling zweefvliegen niet gelukkig mee is.


Veranderproces afdeling zweefvliegen.
Een werkgroep van de afdeling zweefvliegen met wisselende samenstelling van ABZ leden en leden die zich bij het ABZ hebben gemeld omdat ze graag mee willen denken over onze toekomst. Deze werkgroep heeft besloten juist naar de processen te kijken, omdat deze direct tot de kern gaan en snel tot verbeterprocessen kunnen komen. Er is gekozen om de volgende dossiers uit de grote hoeveelheid te lichten:

  1. CAMO
  2. Financiën
  3. Ledenservice m.n. afgifte van Bewijzen van Bevoegdheid 4. Luchtruim

De Werkgroep zweefvliegen is met luchtruim begonnen en dit dossier laat duidelijk zien hoe communicatie niet werkt en waarom.

  • Luchtruim is ons belangrijkste bedreiging, elke club heeft een penningmeester, commissaris vliegend en rijdend materiaal, terreinen, meestal als bestuurslid, maar geen commissaris luchtruim.
  • De afdeling zweefvliegen heeft een commissie luchtruim en radio. Met wie communiceert deze, waar krijgt hij de input van en is er effectieve output? Niet echt.
  • De KNVvL koepel werkt hard aan luchtruim, maar........alleen ad hoc, als de bedreiging er is.
  • Hetzelfde geldt voor de clubs, wanneer er gevaar dreigt gaan ze aan het werk.
  • De huidige praktijk is niet vooruitdenken, maar gaten dichten.

Dit klinkt niet erg slagvaardig en efficiënt en is het ook niet. Dus wanneer we in het Raski model regelen wat onze wens is bij voorbeeld t.a.v. luchtruim, dan begint het pas, het opzetten van wie, wat, waar, hoe en wanneer. Het probleem zit niet in de verdeling van wat elke afdeling zelf wil doen, uitbesteden of samen, maar waar het om gaat, de kern, het werk, zit in de uitvoering, de communicatie.
De Zweefvlieg werkgroep gaat nu samen met de commissie luchtruim en radio een raamwerk voor de communicatie op zetten; clubs, CLR, koepel, visa versa. Het communicatie model moet gericht zijn op het gebruik KNVvL beraad, want juist luchtruim is uitstekend geschikt voor samenwerking mits er een goede regie is. In dit proces komen de clubs ook aan bod, dus als de tijd rijp is zullen we de clubs betrekken bij de voorstellen tot verbetering die we hebben op het gebied van luchtruim.


Hoe verder.
De werkgroep KNVvL hoopt in september het definitieve rapport te presenteren, het HB moet dan een beslissing nemen en een vervolg zal ongetwijfeld de communicatie worden.
De werkgroep zweefvliegen zal een tussen rapportage doen tijdens de komende ALV, of wanneer de materie daar om vraagt een extra ALV uitschrijven.
Er is meer dan luchtruim en de werkgroep moet onderzoek doen hoe we de processen op een zo korte mogelijke termijn om kunnen zetten in praktijk. Het zou mooi zijn wanneer zowel het KNVvL proces als dat van de afdeling zweefvliegen, eind dit jaar een duidelijkere vorm heeft.

Namens het ABZ en de werkgroep;

Jan Forster

 

In 2015 was een zelfstandige afdeling zweefvliegen bijna gerealiseerd. Er komen nieuwe ABZ-leden en het onderwerp verzelfstandiging verdwijnt weer naar de achtergrond.

DE SITUATIE IN 2020
In 2020 zit de KNVvL in een ernstige bestuurscrisis.

  • De penningmeester van de KNVvL wordt geschorst.
  • De vaste accountant wenst niet meer een accountantsverklaring op te stellen.
  • De penningmeester van de Afdeling Zweefvliegen zegt het vertrouwen op in de voorzitter van de Afdeling Zweefvliegen.
  • Het HB bestaat niet uit 5 maar nog maar uit 2 bestuursleden.
  • De raad van advies is opgestapt.
  • Er wordt een commissie benoemd die de financiële gang van zaken zal onderzoeken en met adviezen zal komen tot een beter financieel bestuur.
  • De KNVvL krijgt een nieuwe voorzitter. Het bestuur bestaat uit drie personen (nog geen vijf). Het accountantsbureau wordt ook voor de jaarrekening 2020 nogmaals (na overleg) aangesteld door de ledenraad en met de geschorste penningmeester wordt een regeling getroffen, waarna deze zich terugtrekt als HB-lid. De commissie De Leeuw verwacht in het eerste kwartaal van 2021 met een rapport te komen

In deze situatie verzoeken een paar zweefvliegclubs in november 2020 om lid te worden van de FNZ en stellen enkele zweefvliegers zich beschikbaar voor het bestuur van de FNZ. Daarom organiseert de FNZ in 2020 weer een ALV.

ALV FNZ 17 DECEMBER 2020
Een paar punten uit die vergadering (een volledig verslag is naar de clubs gestuurd)

  • Er zijn 27 van de 30 leden-clubs bij deze vergadering aanwezig en deze vertegenwoordigen ruim 80% van zweefvliegend Nederland. Inclusief de gastclubs is zelfs 90% van zweefvliegend Nederland aanwezig bij deze vergadering.
  • Het doel van deze vergadering is niet de FNZ op zich of per se het oprichten van een rechtspersoon. Dat laatste kan een uitkomst zijn van het nog te houden onderzoek.
  • Aanleiding is dat er al langdurig (enkele decennia) terugkerende geluiden van ontevredenheid vanuit de clubs en ABZ worden geuit over de wijze waarop de afdeling binnen de KNVvL is gepositioneerd. De recente ontwikkelingen in het HB en binnen het ABZ dragen ook bij aan (wederom) bezorgdheid.
  • Het algemeen belang van de luchtsporters binnen de KNVvL is wat ons bindt, echter per luchtsport zijn er verschillen en dat uit zich ook in verschillende en uiteenlopende belangen en zelfs zijn die soms tegengesteld. Dit botst regelmatig. Dit levert frictie en ontevredenheid op. Denk hierbij aan luchtruimkwesties, overleg met externe partijen etc.
  • Tevens is ook de financiële paragraaf een steeds terugkerend issue omdat wij als zweefvliegers geen directe beschikking hebben over onze eigen financiële middelen en – administratie die de afdeling betreffen. Zo kan de afdeling niet zelf beschikken over haar eigen financiën, keurt feitelijk de ledenraad de begroting goed en is voor het uitvoeren van betalingen autorisatie nodig vanuit het bondsbureau.
  • Ook sluit de structuur en in de praktijk gehanteerde werkwijze, niet aan bij het beleid dat de KNVvL zelf voorstaat. Daarin wordt gesteld dat afdelingsspecifieke zaken ook door de afdeling moeten worden beheerd en uitgevoerd. Denk daarbij aan g-DTO, CAMO, afdelingsfinanciën etc.
  • Omdat deze zaken nu door de KNVvL worden uitgevoerd (omdat deze wel rechtspersoon is) heeft deze extra schijf vertraging en vermindering van de slagkracht tot gevolg.
  • Nogmaals wordt benadrukt dat (het bestuur van) de FNZ niet “anti-afdeling” of “anti-KNVvL” is en we niet zonder de KNVvL kunnen/willen en juist geloven in een koepel en afdeling. Echter dat er nu eens daadwerkelijk moet worden onderzocht hoe de steeds terugkerende issues het beste kunnen worden opgelost. Dat is ook het doel van het onderzoek.

Daarna volgt (net als bij de extra ALV van de afdeling in 2015) een uitgebreide discussie. Die discussie leidt tot de goedkeuring en daarmee opdracht aan het bestuur van de FNZ om een onderzoek in te stellen naar het al dan niet omvormen van de afdeling in een afdeling-rechtspersoon. Tevens wordt aangegeven dat de FNZ geen voornemen heeft andere activiteiten te gaan ontplooien en dat het zeer gewenst is om samen met het ABZ te bespreken wat de plannen zijn. Vervolgens besluit de ALV met een meerderheid van 80% van de stemmen tot het benoemen en herbenoemen van 4 bestuursleden voor de FNZ en eveneens wordt de voorgestelde begroting en contributie goedgekeurd.

Er hebben zich in 2020 vier clubs met totaal ongeveer 300 leden aangemeld en drie clubs met 132 leden hebben hun lidmaatschap van de FNZ opgezegd, omdat zij een mogelijke tweespalt tussen zweefvliegclubs verwachten en geen directe toegevoegde waarde zien van het onderzoek. De clubs die momenteel lid zijn van de FNZ vind je hier: https://www.zweefvliegopleiding.nl/index.php/de-fnz

SAMENVATTING

  • In de loop der jaren verandert de rol van de KNVvL. De welvaart in Nederland nam toe. Zweefvliegclubs kochten hun eigen vliegtuigen, huurden ze niet meer van de KNVvL en regelden zelf een vliegtuigverzekering (de DLO) i.p.v. het krakenfonds van de KNVvL. Terlet en de werkplaats werden zelfstandig en de subsidie voor de scholierencursus stopte. De band tussen de clubs, de afdeling en de KNVvL was veel losser geworden en de machtspositie van de landelijke vereniging brokkelde langzaam maar zeker af. De rol die voor de KNVvL overbleef werd die van belangenbehartiger van de kleine luchtvaart.
  • Al in 1992 en 1993 zijn er ad hoc commissies van voorzitters van zweefvliegclubs die pleiten voor een onderzoek naar een zelfstandige afdeling zweefvliegen. De Afdeling Zweefvliegen heeft geen juridische zelfstandigheid. Dat betekent dat de Afdeling Zweefvliegen niet zelf naar de rechter kan stappen en dat het personeel voor de Afdeling in dienst is van de gehele KNVvL en niet in dienst van de Afdeling Zweefvliegen. 
  • Als reactie hierop belooft het KNVvL-hoofdbestuur actief bezig te gaan om het functioneren van de KNVvL te verbeteren. De Afdelingen zou meer financiële zelfstandigheid krijgen. Zouden o.a. een eigen bankrekening krijgen. 
  • Die beloften worden niet uitgevoerd. Toen nam de onvrede weer toe en werd de FNZ in 1999 door het ABZ opgericht. De FNZ is een rechtspersoon en kan dus optreden voor de leden waar en wanneer dat nodig is. De noodzaak van de FNZ is ontstaan door het slecht naar buiten kunnen optreden van de Afdeling Zweefvliegen van de KNVvL. De KNVvL blijft als grote overkoepelende organisatie onmisbaar omdat ze alle luchtsportbeoefenaars onder een dak verenigt.
  • De oprichting van de FNZ leidde er opnieuw toe dat de KNVvL beloofde de eigen organisatie te verbeteren. Door die belofte nam de belangstelling voor de FNZ tijdelijk weer af en nieuwe ABZ-leden werden niet automatisch lid van de FNZ.
  • In 2005 zorgt het toenmalige ABZ er voor dat de ABZ-leden tegelijk de bestuursleden van de FNZ zijn. Het aantal clubs dat lid is van de FNZ gaat van 11 naar 24. Dit versterkte de positie van de afdeling binnen de KNVvL. Ondertussen ontstaat de volgende situatie. De KNVvL wil geen afdelingen die rechtspersoon zijn, maar de Nederlandse Federatie Historische Luchtvaart is lid geworden van de KNVvL, het is een afdeling maar tegelijk een juridisch zelfstandige vereniging (afdeling-rechtspersoon). Ze staan ingeschreven bij de kamer van koophandel. In het buitenland zijn de zweefvliegafdelingen zelfstandig en die zelfstandige recreatieve luchtvaart afdelingen zijn lid van een koepel van luchtsporters. 
  • Het ABZ belegt op 3 maart 2015 een extra ALV over de toekomst van de afdeling zweefvliegen. Met een presentatie geeft het ABZ aan waarom zij voorstander is van een zelfstandige afdeling zweefvliegen. In 2015 was een zelfstandige afdeling zweefvliegen bijna gerealiseerd. Er komen nieuwe ABZ-leden en het onderwerp verzelfstandiging verdwijnt weer naar de achtergrond.
  • In 2020 zit de KNVvL in een bestuurscrisis. In deze situatie verzoeken een paar zweefvliegclubs in november 2020 om lid te worden van de FNZ en stellen enkele zweefvliegers zich beschikbaar voor het bestuur. Daarom organiseert de FNZ in 2020 weer een ALV.  Op deze ALV van de FNZ hebben de zweefvliegclubs zich uitgesproken voor het onderzoek. De ALV besluit met een meerderheid van 80% van de stemmen tot het benoemen en herbenoemen van 4 bestuursleden voor de FNZ en eveneens wordt de voorgestelde begroting en contributie goedgekeurd. 
  • Ondertussen is het onderzoek begonnen. De FNZ wordt daarin ondersteund door een klankbordgroep van ervaren zweefvliegbestuurders. Wanneer het is afgerond zal er een aanbeveling volgen. De FNZ verwacht dit voorjaar daarmee klaar te zijn, waarna het met de zweefvliegclubs en het ABZ besproken kan worden.

In het volgende deel van het onderzoek gaat het over: Wat we zelf als zweefvliegers doen en wat we kunnen doen.