DE OPLEIDING VOOR HET SPL

Het SPL (Sailplane Pilot Licencegeeft je de bevoegdheid om als gezagvoerder ((PIC = pilot in command ) op te treden in zweefvliegtuigen, in zweefvliegtuigen met een uitklapbare motor en in motorzwevers. 

Tot aan april 2020 werden er LAPL(S-) en SPL-brevetten uitgegeven. De afkorting LAPL(S) betekent Light Aircraft Pilot Licence Sailplane. De opleidingen voor het LAPL(S) en het SPL waren gelijk. Het verschil in beide opleidingen zat alleen in de medische keuring. Het LAPL(S)-brevet was geldig in de EASA-landen en het SPL-brevet in de hele wereld. Momenteel wordt alleen het SPL-brevet uitgegeven. Met een LAPL-keuring mag je er in de EASA-landen mee vliegen en met een ICAO-klasse 2 of ICAO-klasse 1 keuring is het brevet in de hele wereld geldig. 

De opleiding voor een SPL-brevet volg je aan een zweefvlieg-ATO (Approved Training Organisation) of een zweefvlieg-DTO (Declared Training Organisation). De eisen voor een DTO zijn eenvoudiger en lichter en daarom zijn bijna alle zweefvliefclubs in Nederland een DTO. De opleiding bestaat uit een theorie- en een praktijkopleiding. 

De theorieopleiding voor het SPL, bestaat uit 4 vakken met de basiskennis voor het LAPL / SPL:

1 Luchtvaartwetgeving
2 Menselijke prestaties en beperkingen
3 Meteorologie
4 Communicatie

en uit vijf vakken met de theoriekennis voor het zweefvliegen.

5 Beginselen van het zweefvliegen
6 Operationele procedures voor het zweefvliegen
7 Vliegprestaties en vluchtplanning
8 Algemene kennis van het zweefvliegtuig
9 Navigatie voor het zweefvliegen

In 2002 heeft de EU besloten om de luchtvaart voortaan op Europees niveau te regelen en daarom is EASA opgericht. EASA betekent: European Aviation Safety Agency (Europees Agentschap voor de Veiligheid van de Luchtvaart). EASA is een agentschap van de Europese Unie met regelgevende en uitvoerende taken op het gebied van de luchtvaartveiligheid. EASA zit in Keulen en zorgt voor de regelgeving van de luchtvaart in de EU-landen. EASA valt rechtstreeks onder de EU. De besluiten van EASA hoeven niet meer door de parlementen van de EU-landen goedgekeurd te worden. De nationale luchtvaartautoriteiten moeten de EASA-regelingen in hun land invoeren. Zie website EASA

SPL met LAPL-keuring of met ICAO-klasse-2-keuring

De LAPL-keuring is een lichtere medische keuring. Tot 40 jaar is die keuring 60 maanden geldig en ben je 40 jaar of ouder dan is de keuring 24 maanden geldig.

De ICAO-klasse 2 keuring is zwaarder en is 60 maanden geldig tot het 40e jaar, 24 maanden tot het 50e levensjaar en boven de 50 jaar is de medische keuring 12 maanden geldig. 

De keuring mag 45 dagen voor het verlopen van de medical worden gedaan om dezelfde verloopdatum te houden. Laat je de keuring eerder dan 45 dagen voor de verloopdatum doen, dan krijg je een eerdere verloopdatum.

De theorie- en praktijkopleiding voor het SPL

De theorie- en praktijkopleiding voor het SPL moeten voldoen aan de eisen van EASA. Vanaf 8 april 2021 gaan in Europa de zweefvliegopleiding, de brevettering en de medicals overal volgens de EASA-regelgeving. 

De ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) geeft de brevetten voor het zweefvliegen en ballonvaren uit. Hoe dat moet en waar je aan moet voldoen, kun je lezen op de site van de Europese Unie .  Zie ook part FCL van juni 2016 en de SFCL van 4 maart 2020.

Het formulier voor het aanvragen van een SPL vind je hier: https://www.ilent.nl/onderwerpen/luchtsporters-general-aviation/documenten/formulieren/2015/07/22/formulier-aanvraag-zweefvliegbrevet-lapls-spl-en-uitbreiding-bevoegdverklaringen---ilt.233.03

Vanaf 8 april 2015 tot aan 8 april 2021, zijn zowel het GPL (een KNVvL brevet) als het FCL brevet geldig om te zweefvliegen of om te ballonvaren. Tot 8 april 2021 kan de KNVvL de brevetten nog afgeven. Vanaf 8 april 2015 geeft ILT de FCL-brevetten voor het zweefvliegen uit. Na 8 april 2021 moet je in het bezit zijn van een Europees brevet en is het GPL niet mee geldig.

Voor het zweefvliegen heeft dit voordelen en nadelen. We hebben in alle EU-lidstaten een officieel door de overheid erkend vliegbewijs en de motorzwever is weer een aantekening op het zweefvliegbrevet.

Het SPL-vliegbrevet is onbeperkt geldig. Het is je eigen verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat je aan de recente ervaringseis voldoet en dat je de periodieke checkvlucht maakt. Voldoe je niet aan de recente vliegervaringseis dan mag je alleen onder toezicht vliegen totdat je weer aan de eisen voldoet, of je legt een profcheck af. Je moet je vliegervaring bijhouden in een logboek dat aan de FCL-eisen voldoet. Het nieuwe KNVvL-logboek voldoet daar aan.

 

Vanaf 3 september 2018 konden de zweefvliegclubs een ATO (Approved Training Organisation) of een DTO (Declared Training Organisation) worden. Het aantal examenvakken ging van 5 naar 9. De meeste leerstof bleef gelukkig gelijk maar is nu over meerdere vakken verdeeld. Het vak communicatie is nieuw. Aangezien de Afdeling Zweefvliegen besloten heeft om een aantal examenvakken samen te voegen komen er voortaan 6 examens. Zie bij Luchtvaartwetgeving hoofdstuk 1.4.6 het SPL-examen

Een zweefvlieg-DTO mag opleiden voor het SPL. Daarnaast mag een DTO opleiden voor een aantal bevoegdverklaringen voor deze brevetten, zoals lieren, slepen, zelfstart, motorzwever, aerobatic, slepen met een TMG en instructeurs opleiden. 

In hoofdstuk LUCHTVAARTWETGEVING 1.4 Vliegbrevetten staat informatie over het SPL -brevet onderverdeeld in:

  • 1.4.1 Het SPL
  • 1.4.2 De minimumeisen voor afgifte van het SPL
  • 1.4.3 Het SPL-examen
  • 1.4 4 Aantekeningen op een SPL
  • 1.4.5 De eisen voor uitbreidingen en verlenging
  • 1.4.6 Vliegmedische keuring en certificaten
  • 1.4.7 Verplichte documenten en het logboek
  • 1.4.8 Definities (FCL.010)

 Examenreglement

Het examenreglement voor het SPL vind je onder de knop examenreglement STEBZ

Stofomschrijving

Hieronder zie je de stofomschrijving voor het theorie-examen zweefvliegen volgens EASA AMC1SFCL.130.

1. AIR   LAW AND ATC PROCEDURES 1. LUCHTVAARTWETGEVING
1.1. INTERNATIONAL LAW:   CONVENTIONS, AGREEMENTS AND ORGANISATIONS  1.1 Internationale regelgeving en organisaties
1.2. AIRWORTHINESS OF   AIRCRAFT  1.2 Luchtwaardigheid van vliegtuigen
1.3. AIRCRAFT NATIONALITY AND   REGISTRATION MARKS  1.3 Vliegtuig nationaliteit en registratie kenmerken
1.4. PERSONNEL LICENSING  1.4 Vliegbrevetten
1.5. RULES OF THE AIR  1.5 Luchtvaartregels
1.6. PROCEDURES FOR AIR   NAVIGATION – AIRCRAFT OPERATIONS  1.6 Luchtvaartnavigatie en vliegtuigoperatie
1.7. AIR TRAFFIC REGULATIONS   – AIRSPACE STRUCTURE  1.7 Regelgeving en luchtruim structuur
1.8. AIR TRAFFIC SERVICES AND   AIR TRAFFIC MANAGEMENT  1.8 Luchtverkeersdiensten
1.9. AERONAUTICAL INFORMATION   SERVICE  1.9 Luchtvaart informatie diensten (FIS)
1.10. AERODROMES, EXTERNAL   TAKE OFF SITES  1.10 Vliegvelden en luchtvaartterreinen
1.11. SEARCH AND RESCUE  1.11 Hulpverlening en SAR
1.12. SECURITY  1.12 Veiligheid
1.13. ACCIDENT REPORTING  1.13 Het rapporteren van ongelukken
1.14. NATIONAL LAW 1.14 Nationale wetgeving
   
2. HUMAN PERFORMANCE 2. Menselijke prestaties en beperkingen 
2.1. HUMAN FACTORS: BASIC   CONCEPTS 2.1 Menselijke factoren
2.2. BASIC AVIATION   PHYSIOLOGY AND HEALTH MAINTENANCE 2.2 Elementaire luchtvaart fysiologie
  2.2.1 De atmosfeer
  2.2.2  Zien en illusie
  2.2.3 Gehoor en evenwicht
  2.2.4 Luchtziekte en ruimtelijke desoriëntatie
  2.2.5 Vliegen en gezondheid
2.3. BASIC AVIATION   PSYCHOLOGY 2.3. Elementaire luchtvaart psychologie 
  2.3.1 Het menselijk informatieproces
  2.3.2 Het centrale besluitvormingskanaal
  2.3.3 Spanning en stress 
  2.3.4 Inzicht en besluitvorming 
2.4 Use of oxygen 2.4 Gebruik van zuurstof (nieuw bij SFCL)
   
3. METEOROLOGY 3. Meteorologie
3.1. THE ATMOSPHERE  3.1 De atmosfeer
3.2. WIND  3.2 Luchtdruk en wind 
3.3. THERMODYNAMICS  3.3 Thermodynamica / warmteleer
3.4. CLOUDS AND FOG  3.4. Wolken en mist 
3.5. PRECIPITATION  3.5 Neerslag 
3.6. AIR MASSES AND   FRONT  3.6. Luchtmassa's en fronten
3.7. PRESSURE SYSTEMS  3.7. Druksystemen
3.8. CLIMATOLOGY  3.8. Klimatologie 
3.9. FLIGHT HAZARDS  3.9. Gevaarlijke weersituaties voor de luchtvaart
3.10. METEOROLOGICAL   INFORMATION  3.10 Meteo informatie 
   
4. COMMUNICATIONS 4. Communicatie
4.1. DEFINITIONS 4.1 Begrippen+ Transponder
4.2. VFR COMMUNICATIONS 4.2. VFR-communicatie 
4.2.1. VFR COMMUNICATION AT UNCONTROLLED AIRFIELDS  4.2.1. VFR-communicatie op ongcontroleerde vliegvelden (nieuw bij SFCL)
4.2.2. VFR COMMUNICATION AT CONTROLLED AIRFIELDS 4.2.1. VFR-communicatie op gcontroleerde vliegvelden (nieuw bij SFCL)
4.2.3. VFR COMMUNICATION WITH ATC (en-route)  4.2.1. VFR-communicatie met ATC (en-route) (nieuw bij SFCL)
4.3. GENERAL OPERATING   PROCEDURES 4.3. Algemene procedures
4.4. RELEVANT WEATHER   INFORMATION TERMS (VFR) 4.4. Relevante weersinformatie voorwaarden (VFR)
4.5. ACTION REQUIRED TO BE   TAKEN IN CASE OF COMMUNICATION FAILURE 4.5 Maatregelen bij communicatiestoring
4.6. DISTRESS AND URGENCY   PROCEDURES 4.6. Nood -en spoedprocedures
4.7. GENERAL PRINCIPLES OF  VHF PROPAGATION AND ALLOCATION OF FREQUENCIES SAILPLANES 4.7. Algemene principes van de voortplanting van VHF-radiogolven en het toewijzen van zweefvliegkanalen.
   
5. PRINCIPLES OF FLIGHT   SAILPLANE 5. Beginselen van het zweefvliegen
5.1. AERODYNAMICS (AIRFLOW) 5.1. Aerodynamica
5.2. FLIGHT MECHANICS 5.2. Vliegmechanica
5.3. STABILITY 5.3. Stabiliteit
5.4. CONTROL 5.4. Besturingssysteem
5.5. LIMITATIONS (LOAD FACTOR   AND MANOEUVRES) 5.5. Beperkingen    (Belastingfactor en manoeuvreerdiagram)
5.6. STALLING AND SPINNING 5.6. Overtrek en vrille
5.7 SPIRAL DIVE 5.7 De spiraalduik (nieuw bij SFCL)
   
6. OPERATIONAL PROCEDURES   SAILPLANE 6.  OPERATIONELE   PROCEDURES voor het zweefvliegen 
6.1. GENERAL   REQUIREMENTS  6.1 Algemene voorschriften
6.2. LAUNCH METHODS  6.2 Startmethoden
6.3. SOARING TECHNIQUES  6.3 Thermiekvliegen
6.4. CIRCUITS AND   LANDING  6.4 Circuit en landing
6.5. OUTLANDING  6.5 Buitenlanding
6.6. SPECIAL OPERATIONAL   PROCEDURES AND HAZARDS )  6.6 Speciale operationele procedures en gevaren
6.7. EMERGENCY   PROCEDURES  6.7 Noodprocedures
6.8 EMERGENCY PARACHUTE OPERATION AND LANDING 6.8 Gebruik parachute (nieuw bij SFCL)
   
7. FLIGHT PERFORMANCE AND   PLANNING SAILPLANE  7. Vliegprestaties en vluchtplanning 
7.1. VERIFYING MASS AND   BALANCE  7.1 Het controleren van het gewicht en het zwaartepunt
7.2. SPEED POLAR OF   SAILPLANES / CRUISING SPEED  7.2 Snelheidspolaires van zweefvliegtuigen en kruissnelheid
7.3. FLIGHT PLANNING AND TASK   SETTING  7.3 Vluchtplanning en taakstelling
7.4. ICAO FLIGHT PLAN (ATS   Flight Plan)  7.4  ICAO-vluchtplan
7.5. FLIGHT MONITORING AND   INFLIGHT REPLANNING  7.5 Vluchttoezicht en bijstellen vliegplan tijdens de vlucht
   
8. AIRCRAFT GENERAL KNOWLEDGE   – AIRFRAME AND SYSTEMS, EMERGENCY EQUIPMENT 8 Algemene kennis van het zweefvliegtuig
8.1.   AIRFRAME 8.1 De constructie  van   het zweefvliegtuig
8.2.   SYSTEM DESIGN, LOADS, STRESSES 8.2 Belastingen op een zweefvliegtuig
8.3.   LANDING GEAR, WHEELS, TYRES, BRAKES 8.3 Landingsgestel, wielen, banden en remmen
8.4.   MASS AND BALANCE 8.4 Massa en zwaartepunt
8.5.   FLIGHT CONTROLS 8.5 Besturingssysteem
8.6.   INSTRUMENTS 8.6 Instrumenten
8.7. RIGGING OF AIRCRAFT, CONNECTION OF CONTROL SURFACES 8.7 Monteren van het zweefvliegtuig (nieuw bij SFCL)
8.8 MANUALS AND DOCUMENTS 8.8 Handboeken en documenten
8.9. AIRWORTHINESS AND MAINTENANCE 8.9 Luchtwaardigheid en onderhoud
8.10. AIRFRAME, ENGINES AND PROPELLERS  (nieuw bij SFCL)
 8.11 WATER BALLAST SYSTEMS  (nieuw bij SFCL)
 8.12 BATTERIES (PERFORMANCE AND OPERATIONAL LIMITATIONS)  (nieuw bij SFCL)
 8.13 EMERGENCY PARACHUTES  (nieuw bij SFCL)
 8.14 EMERGENGY BAIL-OUT AID  (nieuw bij SFCL)
   
9. NAVIGATION SAILPLANE 9. Navigatie voor zweefvliegen
9.1. BASICS OF NAVIGATION 9.1 Basisinformatie voor navigatie
9.2. MAGNETISM AND COMPASSES 9.2 Magnetisme en kompassen
9.3. CHARTS 9.3 Vliegkaarten
9.4. DEAD RECKONING NAVIGATION   (DR) 9.4 Deadreckoning
9.5. INFLIGHT NAVIGATION 9.5 Navigatie tijdens de vlucht
9.6. GLOBAL NAVIGATION   SATELLITE SYSTEMS 9.6 GPS
9.7 USE OF ATS (nieuw bij SFCL)

 

ICAO-eisen voor het SPL

De luchtvaart wordt in grote mate internationaal geregeld. ICAO (International Civil Aviation Organisation) is een onderdeel van de VN. Ook op het gebied van zweefvliegen bepaalt ICAO aan welke eisen een opleiding zweefvliegen moet voldoen. 

De KNVvL-opleiding zweefvliegen is volgens de eisen van ICAO en de eisen van EASA.. De KNVvL verzorgt de opleiding, de STEBZ de examinering. De uitslag van een examen wordt door de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgesteld nadat de STEBZ de scores van de betrokken kandidaat aan de minister heeft doen toekomen.

Vliegmedische certificaten

Voor het zweefvliegen is een medische keuring verplicht. Een EU-Medische Verklaring wordt alleen verstrekt door een AME (Aero Medical Examiner) of een Aeromedisch centrum.  Daarom moet elke solo-vliegende zweefvlieger en elke zweefvliegbewijshouder medisch goedgekeurd zijn. Voor het zweefvliegen moet je één van de volgende medische keuringen hebben:

  1. klasse 1 (vliegen met commerciële doeleinden, zoals in de burgerluchtvaart),
  2. klasse 2 (recreatief vliegen),
  3. LAPL (voor zweefvliegen, ballonvaren en ultra-light)

Voor een SPL is een LAPL-keuring voldoende. Voor een SPL moet je een klasse 2 of klasse 1 keuring hebben. 

Adressen van AME's vind je hier: http://www.brevet.aero/medische-keuringen/overzicht-ame