3. KWALITEITSHANDBOEK KNVVL-AFDELING ZWEEFVLIEGEN (conceptversie 3.0 - 30 april 2020)

Deze conceptversie is door mij (DC) gemaakt omdat de versie uit 2010 door de invoering van EASA Part FCL en SFCL verouderd is. Deze verise is nog niet gecontroleerd en gecorrigeerd door het ABZ. Dus zolang geldt de oude versie die hier 3.1 Kwalitietshandboek staat.

1. Afkortingen

2. Algemeen

2.1 Organisatie Afdeling Zweefvliegen

2.2 Taken

2.3 Doelstelling Afdeling Zweefvliegen

2.4 Doelstelling van het kwaliteitshandboek

2.5 Verklaring kwaliteitsbeleid Afdeling Zweefvliegen

2.6 Toezicht

2.7 Lijst van aangesloten vliegclubs

3. Vluchtuitvoering

3.1 Algemeen

3.2 Lokale vluchten

3.3 Overlandvluchten

3.4 Lesvluchten

3.5 Wedstrijdvluchten

3.6 Introductievluchten

4. De opleiding voor het SPL

5. Trainings- en bekwaamheidseisen

5.1 Algemeen

5.2 Training en bekwaamheid van de zweefvlieger

5.3 Training en bekwaamheid van de instructeur

5.4 Ervaringseisen voor de examinator / SPL-FI

5.5 Loggegevens

6. Kwaliteitsprogramma

6.1 Audits

6.2 Audit planning

6.3 Audit uitvoering

6.4 Omgang met bevindingen uit audits

6.5 Auditors

6.6 Geschillen

7. Veiligheid

7.1 Algemeen

7.2 Veiligheid in het vliegtuig

7.3 Veiligheid buiten het vliegtuig

7.4 Veiligheid op het zweefvliegterrein

7.5 Veiligheid in de lucht

7.6 Vliegdiscipline

7.7 Gedragscode

 

1. Afkortingen

LCO - Landelijke Coaches Opleidingen

ZVL - (Afdeling) Zweefvliegen

KNVvL - Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart

ABZ - Afdelingsbestuur Zweefvliegen

HB - Hoofdbestuur

Cie - Commissie

CIZ - Commissie Instructie Zweefvliegen

CVZ - Commissie Veiligheid Zweefvliegen

CLR - Commissie Luchtruim en Radio

CW&S - Commissie wedstrijd en Selectie

CTZ - Commissie Technische Zaken

AD's - Airworthiness Directives

CT - Commissie Terreinen

ILT - Inspectie Leefomgeving en Transport

RvTV - Raad voor de Transport Veiligheid

OvV - Onderzoeksraad voor Veiligheid

EGU - European Glider Union

AIC-B - Aeronautical Information Circular, series B

FAI - Federation Aeronautique Internationale

ICAO - International Civil Aviation Organisation

EVO - Elementaire Vliegopleiding

VVO - Voortgezette Vliegopleiding

DBO - Dubbele-besturingsonderricht

SPL - Sailplane Pilot Licence

CPL - Commercial Pilot Licence

PPL - Private Pilot Licence

 

2.1 ORGANISATIE AFDELING ZWEEFVLIEGEN

De Afdeling Zweefvliegen (ZVL) is bij de KNVvL een orgaan conform artikel 2 lid 1 van de statuten van de KNVvL en vormt als zodanig de Afdeling Zweefvliegen.

De Afdeling heeft binnen de vereniging KNVvL een eigen en autonome bevoegdheid ten aanzien van het vliegen met zweefvliegtuigen in Nederland.

De voorzitter en de leden van het Afdelingsbestuur Zweefvliegen (ABZ) worden op de ledenvergadering gekozen. Het ABZ is de spreekbuis van de aangesloten leden naar het Hoofdbestuur (HB) van de KNVvL en naar de rijksoverheid. Communicatie naar externe instanties geschiedt ten alle tijden in samenwerking met, overleg met of met instemming van het hoofdbestuur conform artikel 13 lid 3 en 4 van de statuten.

De organisatie van de Afdeling Zweefvliegen bestaat uit:

  • Het afdelingsbestuur.
  • Werkgroepen en commissies.
  • Aangesloten zweefvliegclubs.
  • Individuele zweefvliegers.

De Afdeling Zweefvliegen is de overkoepelende organisatie boven de zweefvliegclubs. De clubs zijn bevoegd zelfstandig te opereren wat betreft het zweefvliegen en dragen volledige verantwoording. De taken van de afdeling betreffen zaken die het clubbelang overschrijden.

De zweefvliegclub is de plaats waar daadwerkelijk het zweefvliegen plaats vindt. Clubs hebben geïnvesteerd in vliegend en rijdend materieel, hangars, een clubhuis en vaak ook in het terrein. Clubs beschikken over instructeurs, technici, lieristen, kabelrijders enz. Clubs kennen ook privé-bezitters van zweefvliegtuigen. Privé-eigenaren zijn lid van de club en maken gebruik van de faciliteiten die een club kan bieden. De clubs hebben de verenigingsstructuur en hebben daarmee rechtspersoonlijkheid.

Een aantal clubs in het noorden en in het zuiden van het land houdt soms regio-overleg. Deze twee regio's zijn, in tegenstelling tot de clubs, geen rechtspersoon. In regioverband worden afspraken gemaakt over zaken die verder reiken dan de club. 

Werkgroepen, evenals sommige commissies, worden op ad hoc basis ingesteld.

Een aantal permanente commissies, die bestaan uit deskundigen, adviseren het ABZ op belangrijke beleidsterreinen en specifieke gebieden. De commissies treden ook op namens de afdeling. Het ABZ is eindverantwoordelijk voor het beleid binnen de afdeling, dus ook de commissies.

De permanente commissies:

  • Cie. Veiligheid Zweefvliegen (CVZ)
  • Cie. Instructie Zweefvliegen (CIZ)
  • Cie. Kunstzweefvliegen
  • Cie. Luchtruim en Radio (CLR)
  • Cie. Medische Zaken
  • Cie. Sportzaken
  • Cie. Technische Zaken (CTZ)
  • Cie. Terreinen
  • Cie. Verzekeringszaken
  • Cie. Wedstrijd en Selectie (CW&S

COMMISSIE VEILIGHEID ZWEEFVLIEGEN

De CVZ is opgesteld in 2020. Sinds 2013 hebben de meeste clubs naast het instructeurscollege een veiligheidscommissie en een veiligheidsmanager.  De taken van de CVZ komen overeen met de veiligheidscommissies die de clubs hebben. 

De taken van de CVZ zijn:

  • Het bevorderen van een goede veiligheidscultuur.
  • Het bevorderen, verzamelen en verwerken van meldingen.
  • Het ontwikkelen en voeren van een nationaal veiligheidsbeleid voor zweefvliegen op een proactieve wijze.
  • Het praktisch, interactief, naar behoefte en bevind van zaken, ondersteunen van de aangesloten clubs bij het implementeren van veiligheidsbeleid, veiligheidscultuur en risicoanalyse.
  • Het doen/stimuleren van onderzoek en het opstellen van rapporten met adviezen en aanbevelingen n.a.v. meldingen.Het analyseren en verspreiden van veiligheidsinformatie en faciliteren van veiligheidsmanagers van de clubs.
  • Overleg plegen met de competente autoriteit inzake veiligheid gerelateerde zaken.Het ontwikkelen van nieuwe initiatieven teneinde de veiligheid te bevorderen.
  • Het organiseren van landelijke overleggen/conferenties voor Veiligheidsmanagers.
  • Het waarborgen van de veiligheidsstandaarden in Nederland, het controleren van de naleving van regelgeving en beleid al dan niet georganiseerd op vrijwillige basis.
  • Adviseert, rapporteert en legt verantwoording af aan het ABZ. Officiële communicatie verloopt via het ABZ.

COMMISSIE INSTRUCTIE ZWEEFVLIEGEN

De CIZ heette tot aan 2020 de CIV,  de Commissie Instructie en Veiligheid. Instructie en veiligheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De CIZ zorgt met vrijwilligers voor de opleidingsboeken en de trainingsprogramma's.

De Commissie Instructie Zweefvliegen is belast met het opzetten en handhaven van een gestandaardiseerde zweefvliegopleiding en met het bevorderen van de vliegveiligheid. Zij verzorgt de jaarlijkse conferentie van:

  • Chefinstructeurs (Heads of Training)  en
  • LCO-ers (Landelijke Coaches Opleidingen), dat zijn de examinatoren voor het instructeursexamen;

De CIZ maakt ook deel uit van het internationale Training and Safety Panel (TSP). Dit TSP is een onderdeel van de OSTIV. Het TSP komt eens in de twee jaar bij elkaar om over ongevallen trends en andere veiligheidszaken te spreken. Het houdt elke vier jaar een Flight Training Seminar, waarbij gedurende een week met topinstructeurs uit de hele wereld daadwerkelijk met een aantal tweezitters gevlogen wordt.

De belangrijkste taken van de CIZ zijn:

  • Het bevorderen van de kwaliteit van opleidingen en trainingen binnen zweefvliegend Nederland.
  • Het adviseren van ABZ en DTO’s aangaande het beheer van de Trainingsprogramma’s.
  • Het adviseren van DTO’s m.b.t. hun opleiding.
  • Het zorgen voor compliance in de opleidingen m.b.t. regelgeving, het bestuderen van FCLregelgeving in het algemeen.
  • Het verwerken van nieuwe ontwikkelingen, concepten en technologieën in opleidingen en examens.
  • Overleg plegen over de opleiding met de competente autoriteit (dat is ILT) over inhoud gerelateerde zaken.
  • Het (doen) vereenvoudigen van de lesstof voor theorie-examens.
  • Het organiseren van landelijke conferenties/overleg voor FIs/Fes/HT’s/SE’s.
  • Het verwerken van adviezen en onderzoeksresultaten op het gebied van veiligheid in opleidingen
  • Opleidingen FI(S), FI.FI(S) en FE(S). Coördinatie opleiding en examens.
  • Het adviseren, rapporteren en verantwoording afleggen aan het ABZ. Officiële communicatie verloopt via het ABZ.

De CIZ bestaat uit de volgende leden:  http://www.civ.zweefportaal.nl/main/articles.php?article_id=2

Website CIZ: http://www.civ.zweefportaal.nl/main/news.php

De CIV houdt zich bezig met de totstandkoming, herziening en het herdrukken van verschillende publicaties. Zie:http://www.civ.zweefportaal.nl/main/news.php

COMMISSIE KUNSTZWEEFVLIEGEN

Deze commissie adviseert het ABZ over deelname aan en trainingen voor de nationale en internationale kunst vliegwedstrijden. De commissie onderhoudt nationale en internationale contacten om het kunstvliegen te bevorderen en wil zo deze tak van de zweefvliegerij bevorderen. De commissie verzorgt een cursus kunstvliegen. Zie:https://www.zweefportaal.nl/main/articles.php?article_id=62

COMMISSIE LUCHTRUIM EN RADIO

De CLR adviseert gevraagd of ongevraagd het ABZ en zo nodig het Hoofdbestuur van de KNVvL op het gebied van de luchtruimstructuur boven Nederland, in samenhang met het gebruik van dat luchtruim voor en door zweefvliegtuigen. De commissie treedt ook op als Nederlands aanspreekpunt voor de Airspace Coördinator van de EGU. Daarnaast adviseert en bemiddelt de commissie zweefvliegclubs bij problemen die het gebruik van het (lokale) luchtruim kunnen beperken. Ook adviseert de commissie het ABZ en het Algemeen Secretariaat KNVvL in het overleg met de overheid betreffende de toedeling en het gebruik van radiofrequenties, machtigingen voor luchtvaart VHF-apparatuur, het gebruik van transponder en grond - grond verbindingen op het zweefvliegveld. Zie:http://www.zweefportaal.nl/luchtruim/main/news.php

COMMISSIE MEDISCHE ZAKEN

Deze commissie geeft zeer regelmatig adviezen over het al of niet medisch geschikt zijn voor het zweefvliegen en bemiddelt in geschiktheidprocedures. Het gaat hierbij om adviezen aan individuele zweefvliegers, clubbesturen en aan de keurende instanties. Zie:https://www.zweefportaal.nl/main/articles.php?article_id=8

COMMISSIE SPORTZAKEN

De Commissie Sportzaken houdt zich bezig met het (digitaal) uitgeven van zweefvlieg-prestatie-brevetten. Zij probeert door middel van automatisering een zo soepel mogelijk verloop te realiseren bij de uitgifte. Zie: http://www.csz.zweefportaal.nl/main/news.php

COMMISSIE TECHNISCHE ZAKEN

De commissie Technische Zaken coördineert landelijk het werk van de technici en de ARC- en AMP-inspecteurs. Een ARC-inspecteur is bevoegd om een ARC af te geven, een AMP-inspecteur is bevoegd een onderhoudsprogramma goed te keuren. De CTZ zorgt dat het kwaliteitsniveau op peil blijft. Zij adviseert het ABZ over technische zaken, over de inspecties van de ARC- en AMP-inspecteurs en overlegt met ILT over uitvoering van AD's e.d. De commissie vergadert ongeveer 9 keer per jaar. Daarnaast organiseert zij de technicusconferentie en workshops en verzorgt zij de website van de CTZ (zie:http://www.ctz.zweefportaal.nl/main/website/pages/home.php).

COMMISSIE TERREINEN

De commissie terreinen overlegt namens het ABZ of een clubbestuur met allerlei (overheids) instanties. De commissie doet onderzoek naar terreinen voor mogelijke nieuwe zweefvliegvelden in Nederland. Ook voert zij overleg met de Luchtverkeersbeveiliging.

COMMISSIE VERZEKERINGSZAKEN

Zweefvliegend Nederland heeft een WA-verzekering die alle risico's van het hele zweefvliegen dekt. De commissie van verzekeringsdeskundigen onderhandelt namens het ABZ met de verzekeraar. 

COMMISSIE WEDSTRIJD EN SELECTIE

De CW&S heeft een adviserende functie t.o.v. het afdelingsbestuur Zweefvliegen op het gebied van wedstrijdbeleid en het deelnamebeleid aan Nationale en Internationale wedstrijden. De CW&S heeft tevens uitvoerende taken en is o.a. verantwoordelijk voor het samenstellen van: wedstrijd- en kernploegreglementen voor zowel de kernploeg als de juniorenselectie en kunstzweefselectie, rechten en plichten van de kernploegmanager, teamcaptain, kernploegtrainer, kernploegleden, juniorenmanager, algemeen coach en wedstrijdleiders. De CW&S behartigt de belangen van de wedstrijdvliegers en regelt de selectie van de Nederlandse Kernploegen, juniorenselectie en kunstzweefselectie . De CW&S beoordeelt de wedstrijdbegrotingen en ziet toe op de besteding van wedstrijdgelden. Zie:http://www.cws.zweefportaal.nl/main/news.php

COMMISSIE SPORTZAKEN

De Commissie Sportzaken houdt zich bezig met:

  • Conform FAI regelgeving het (digitaal) uitgeven van zweefvlieg sportbrevetten. Door middel van automatisering wordt een zo soepel mogelijk verloop gerealiseerd bij de uitgifte.
  • Behandeling van Nederlandse zweefvlieg record aanvragen

Zie:http://www.csz.zweefportaal.nl/main/news.php 

2.2 TAKEN

De zweefvliegclubs zijn rechtspersonen en bepalen in die zin hun eigen beleid. De taak van de Afdeling Zweefvliegen, als onderdeel van de KNVvL, is daaraan complementair. De taak van de Afdeling Zweefvliegen is drieledig:

  • Het verlenen van ondersteuning aan de clubs
  • Regeling en coördinatie van activiteiten die de gehele zweefvliegerij aangaan
  • Representatie
  • Algemeen Secretariaat

Het verlenen van ondersteuning aan clubs

Het werk van de Afdeling Zweefvliegen bestaat voornamelijk uit dienstverlening en ondersteuning aan de zweefvliegclubs. De afdeling en het afdelingsbureau fungeren als een dienstencentrum, waarop clubbesturen een beroep kunnen doen. Dienstverlening kan bestaan uit het geven van informatie, het leggen van contacten en in het uitvoeren van activiteiten.

Regeling en coördinatie van activiteiten

De Afdeling Zweefvliegen heeft een aantal uitvoerende taken. Deze liggen vooral op het terrein van veiligheid en instructie, luchtruimstructuur, examens, inspectie, technische zaken, medische zaken, verzekeringen, wedstrijden en andere sportieve zaken, terreinen voor het vliegen. Het ABZ laat zich op deze terreinen bijstaan door bovenstaande adviescommissies. De Afdeling Zweefvliegen verzorgt publiciteit over de sport en berichtgeving aan de pers. Tevens bevordert ze de contacten tussen de afdeling, de clubs en de individuele leden door de uitgifte van Thermiek en nieuwsbrieven aan de clubs.

Representatie

De Afdeling Zweefvliegen is de vertegenwoordiger van de zweefvliegers naar de KNVvL, internationale organisaties als FAI en European Gliding Union, en onderhoudt contacten met andere (sport)organisaties.. De Afdeling onderhoudt via de KNVvL contacten met de Dienst der Domeinen en met de Koninklijke Luchtmacht over alle zaken die verband houden met het medegebruik van militaire (luchtvaart)terreinen en het beoefenen van de zweefvliegsport hierop.

Algemeen secretariaat

De Afdeling Zweefvliegen wordt bijgestaan door het secretariaat van de KNVvL, dat op basis van afspraken werkzaamheden voor de afdeling verricht. Het takenpakket van het secretariaat is algemeen van aard en omvat alle werkzaamheden op het gebied van administratieve ondersteuning. Daarnaast verleent het hoofdbestuur van de KNVvL bestuurlijke en operationele ondersteuning.

De organisatie van de Afdeling Zweefvliegen is vastgelegd in het afdelingsreglement. Zie: https://www.zweefvliegopleiding.nl/index.php/de-afdeling-zweefvliegen

 2.3 DOELSTELLING AFDELING ZWEEFVLIEGEN

Het kwaliteitssysteem is gerelateerd aan de doelstelling van de Afdeling Zweefvliegen. De afdeling stelt zich ten doel de zweefvliegsport in Nederland in de ruimste zin van het woord te bevorderen. Dit kan o.a. worden bereikt door:

  • Verenigen van alle personen, al dan niet gegroepeerd in clubs, die in Nederland de zweefvliegsport beoefenen en/of bevorderen;
  • Het in studie nemen van onderwerpen die tot de zweefvliegsport behoren en het bevorderen van proefnemingen op dat gebied;
  • Opleiden van zweefvliegers;
  • Houden van cursussen;
  • Geven van voorlichting en het maken van propaganda door middel van pers, radio en televisie en in het bijzonder door gebruikmaking van de publiciteitsmedia die de Vereniging ten dienste staan;
  • Ondersteuning van activiteiten die leiden tot het behoud van, dan wel verwerving van zweefvliegterreinen;
  • Organiseren dan wel bevorderen van centrale kaderopleidingen;
  • Geven van inlichtingen en adviezen;
  • Onderhouden van nauwe betrekkingen met overheidsinstanties en andere instellingen, voor zover vallende binnen de werkkring van de Afdeling;
  • Organiseren van en deelnemen aan nationale en internationale zweefvliegwedstrijden;
  • Het tot stand brengen en onderhouden van betrekkingen met buitenlandse en internationale zweefvliegorganisaties;
  • Alle andere haar ten dienste staande wettige middelen.

Een verdere uitwerking van deze doelstelling wordt gegeven in de volgende hoofdstukken van dit Kwaliteitshandboek.

2.4 DOELSTELLING VAN HET KWALITEITSHANDBOEK

In dit handboek zijn de kwaliteitseisen van de Afdeling Zweefvliegen vastgelegd met als doel de waarborging van opleiding en vluchtuitvoering met zweefvliegtuigen volgens het door de KNVvL opgestelde beleid ten aanzien van het vliegen met zweefvliegtuigen.

Dit handboek wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de Afdeling Zweefvliegen en het HB van de KNVvL. De aangesloten organisaties dienen te voldoen aan deze kwaliteitseisen.

Het Bestuur van de Afdeling Zweefvliegen is verantwoordelijk voor dit kwaliteitshandboek en fungeert dan ook als review board bij (belangrijke) aanpassingen ervan.

De eisen vastgelegd in dit handboek gelden uitsluitend voor clubs en leden van de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen. Het zweefvliegen vindt plaats op recreatieve basis. Er vindt geen vervoer plaats tegen vergoeding.

De in dit handboek vastgelegde eisen ontslaan de houder van een zweefvliegtuig niet van de eigen verantwoordelijkheid te allen tijde aan de Nederlandse (luchtvaart)wetgeving te voldoen voor zover deze van toepassing is.

2.5 VERKLARING KWALITEITSBELEID AFDELING ZWEEFVLIEGEN

Het kwaliteitsbeleid van de Afdeling Zweefvliegen beoogt het bevorderen van op veilige wijze zweefvliegen met luchtwaardige vliegtuigen.

Daartoe worden eisen gesteld aan het onderhoud, de opleiding en het uitvoering van de zweefvliegvluchten door clubs en leden van de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen. De ALV’s, Instructeurs conferenties, LCO-bijeenkomsten (examinatoren-instructeurs-bijeenkomsten), landelijke bijeenkomsten technici en dergelijke, dienen tot instandhouding en verbetering van het kwaliteitsbeleid.. 

2.6     TOEZICHT

De Inspectie Infrastructuur en Transport bevordert veilige en duurzame luchtvaart op en boven Nederlands grondgebied. Zij doet dat door toezicht te houden op de uitvoering en de naleving van het luchtvaartbeleid en de (inter)nationale luchtvaartregelgeving. Een veilig, leefbaar en bereikbaar Nederland met zo weinig mogelijk voorvallen is het doel. Zij geeft de SPL-brevetten uit, 

Het kwaliteitshandboek en toekomstige wijzigingen hierin zullen openbaar gemaakt worden. 

De KNVvL en ILT zullen wanneer nodig overleg voeren over de uitvoering en resultaten van het toezicht.

Lijst van aangesloten en door de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen erkende clubs

1

Aeroclub Salland

0572-371543

http://aeroclubsalland.nl/

2

Aeroclub Valkenburg

071-4016555

http://www.inter.nl.net/hcc/ACV/

3

Aeroclub Nistelrode

0412-611897

http://www.acnistelrode.nl/

4

Amsterdamse club voor Zweefvliegen

0346-336911

http://www.acvz.nl/

5

Delftsche Studenten Aeroclub

015-2150036

http://dsc.tudelft.nl/onderverenigingen/aero/

6

Drienerlose Zweefvliegclub

 06-45384480

http://www.vleugellam.utwente.nl/

7

Eerste Limburgse Zweefvliegclub

045-5641651

http://www.elzc.nl/

8

Eerste Zeeuws Vlaamse Aeroclub

0115-562066

http://www.ezac.nl/

9

Eerste Zaanse Zweefvliegclub

0251-651626

http://www.ezzc.nl/

10

Friese Aero Club

058-2346295

http://www.frieseaeroclub.nl/

11

Gelderse Zweefvliegclub

035-5242273

http://www.gezc.org/

12

Gilzer Luchtvaartclub Íllustrious

0161-226030

http://www.illustrious.nl/

13

Gliding Adventures Europe

030-2284043

http://www.zweven.eu/

14

Gooise Zweefvliegclub

035-5771353

http://www.gozc.nl/

15

Groninger Studenten Aeroclub

050-3184027

http://www.kvi.nl/gsa/

16

Kennemer Zweefvliegclub

0252-373403

http://dutlrut.lr.tudelft.nl/kzc

17

Leidse Studenten Aeroclub

http://www.luchtsportvalkenburg.nl/clubs/

18

Nijmeegse Aeroclub

024-3580205

http://www.nijac.nl/

19

Nijmeegse studenten aeroclub 06 19529158 http://www.nsastabilo.nl/

20

Noord Nederlandse Zweefvliegclub Veendam

0598-623259

http://fly.to/nnzc

21

Twentsche Zweefvliegclub

053-4806911

http://www.tzc.aero/

22

Vliegclub Haamstede

0111-653557

http://www.vch.nl/

23

Vliegclub Hoogeveen

0528-264600

http://www.vliegclubhoogeveen.nl/

24

Vliegclub Teuge

055-3238586

http://www.zweven.nl/

25

Vliegclub Midden Zeeland

0113-612528

http://www.vliegclubmz.nl/

26

Venlose Zweefvliegclub

077-3514050

 https://vezc.aero/

27

West Brabantse Aeroclub

0164-615201

http://www.wbac.nl/

28

Zweefvliegclub Ameland

078-6144129

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

29

Zweefvliegclub Den Helder

0227-577300

http://www.zweef.nl/

30

Zweefvliegclub Texel

0222-311467

http://www.mzct.nl/

31

Zweefvliegclub Deelen

026-3335224

http://www.zcdeelen.nl/

32

Zweefvliegclub Flevo

0321-332424

http://www.zcflevo.nl/

33

Zweefvliegclub Noord Oostpolder

0527-201364

http://www.zcnop.nl/

34

Zweefvliegclub Rotterdam

010-4747024

http://www.zcrotterdam.nl/

35

Zweefvliegclub Volkel

0413-276131

http://www.zvcvolkel.nl/

36

Zweefvliegclub Eindhovense Studenten

0493-599611

http://www.zweefvliegen.nu/

37

Zuidhollandse Vliegclub

071-4074690

http://www.zhvc.nl/

 38

Zweefvliegclub Oost Nederland

0578-692135

http://fly.to/zweefvliegcluboost

3.1 ALGEMEEN

Vanaf verschillende vliegvelden kan men zweefvliegen. Voor alle soorten vluchten geldt een aantal algemene richtlijnen, waarnaast per soort vlucht nog een aantal additionele regels geldt. Uiteraard dient te allen tijde de veiligheid gewaarborgd te blijven, al vanaf het moment van arriveren op het zweefvliegveld.

Om te zweefvliegen wordt de lierwagen gestationeerd en worden de lierkabels uitgereden. De zweefvliegtuigen worden met een auto of tractor naar de startplaats getrokken of er naar toe geduwd. Wanneer het vliegtuig in de startpositie is gebracht, wordt de lierkabel aangebracht. De startleider beslist wanneer de start aan kan vangen.

Bij de vliegtuigsleepstart wordt de sleepkabel vastgemaakt aan de neushaak of de zwaartepuntshaak. De startleider geeft bij deze startmethode de tekens door aan de marshaller (deze staat schuin voor het sleepvliegtuig) en hij geeft ze door aan de sleepvlieger. De marshaller controleert nog eens of de startbaan en het luchtruim erboven vrij zijn en geeft dan een teken dat er gestart kan worden.

Als de kabel strak is, wordt dit aan de sleepvlieger doorgegeven.

3.2 LOKALE VLUCHTEN

Met lokale vluchten worden vluchten bedoeld waarbij de zweefvlieger binnen een straal van 5 km van het vliegveld waarop gestart werd blijft.

3.3 OVERLANDVLUCHTEN

Overlandvluchten zijn vluchten waarbij de straal van 5 km van het vliegveld waar vandaan gestart wordt, wordt overschreden.

3.4 LESVLUCHTEN

Lesvluchten zijn een onderdeel van de zweefvliegopleiding waarbij vooral de veiligheid goed in het oog gehouden dient te worden. De lesvluchten vinden plaats volgens de DBO-methode (dubbele-besturingsonderricht) waarbij de instructeur mee vliegt en volgens de solomethode waarbij een gevorderde zweefvlieger als enige inzittende onder toezicht van een instructeur vliegt. De tweezitteropleiding mag uitsluitend gegeven worden door instructeurs die in het bezit zijn van een geldige SPL-FI-bevoegdheid. Zonder SPL kan door solisten slechts gevlogen worden onder toezicht en verantwoordelijkheid van een instructeur met een geldige SPL-FI-bevoegdheid. De solisten dienen over een geldige medische verklaring (Medical Certificate) te beschikken. 

3.5 WEDSTRIJDVLUCHTEN

Naast overlandvliegen bestaat het kunstzweefvliegen. In beide disciplines worden wedstrijden gehouden. Dit gebeurt in nationaal en internationaal verband.

3.6 INTRODUCTIEVLUCHTEN

Zweefvliegers die geïnteresseerden mee willen nemen, kunnen dat doen met een zogenaamde introductievlucht. Deze vlucht dient niet commercieel te zijn. Een vergoeding voor de onkosten is wel mogelijk. Degene die introductievluchten uitvoert dient er voor te zorgen dat elke passagier in begrijpelijke taal op de hoogte wordt gesteld en doordrongen is van de risico’s van een vlucht met een zweefvliegtuig. Hiertoe zal voor elke vlucht een briefing met de passagier worden gehouden. Het doel van deze briefing is het voorlichten van de passagier op het gebied van zweefvliegen en de vliegveiligheid in de ruimste zin van het woord.

4. DE OPLEIDING VOOR HET SPL

De ILT geeft brevetten uit voor het zweefvliegen. De procedures en eisen die verbonden zijn aan de aanvraag zijn op de website www.stebz.nl te vinden. Informatie over het geldig houden van de brevetten en de theorie voor de 9 vakken voor het SPL zijn te vinden op de website www.zweefvliegopleiding.nl en dan bij Luchtvaartwetgeving 1.4 Vliegbrevetten.

5. TRAININGS- EN BEKWAAMHEIDSEISEN

5.1 ALGEMEEN

De opleiding tot zweefvlieger vindt plaats binnen de zweefvliegclubs. De clubs zijn autonoom maar volgen de gezamenlijke afspraken van de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen. De opleiding staat beschreven in de opleidingsboeken die onder toezicht of namens de Afdeling Zweefvliegen worden uitgegeven. De clubs bepalen hun eigen beleid ten aanzien van de opleiding tot zweefvlieger.

De Commissie Instructie Zweefvliegen (CIZ) doet voorstellen ten aanzien van de inhoud van opleidingen en legt deze voor aan de jaarlijkse vergadering van chefinstructeurs van clubs. Op deze wijze wordt getracht de standaardisatie van de opleidingen tot zweefvlieger te bevorderen.

5.2 TRAINING EN BEKWAAMHEID VAN DE ZWEEFVLIEGER

De luchtvaart wordt in grote mate internationaal geregeld. ICAO (International Civil Aviation Organisation) is een onderdeel van de VN en de wereldorganisatie voor de luchtvaart. Ze is opgericht in 1944. Momenteel telt zij 192 deelnemende landen.

Ook op het gebied van zweefvliegen bepaalt ICAO aan welke eisen een opleiding zweefvliegen moet voldoen. De KNVvL-opleiding is volgens de eisen van ICAO.

De zweefvliegopleiding bestaat uit 3 onderdelen:

  • De Elementaire Vliegopleiding (EVO). Dat is de praktijkopleiding van de eerste start tot en met de eerste solovlucht.
  • De Voortgezette Vliegopleiding -1 (VVO -1) is de praktijkopleiding van de solovliegende zweefvlieger die zich voorbereidt op het praktische en theoretische examen voor het SPL.
  • De Voortgezette Vliegopleiding -2 (VVO -2) is geschreven voor zweefvliegbewijshouders die overlandvluchten willen gaan maken.

Het examen voor het SPL (Sailplane Pilot Licence) bestaat uit een theorie-examen en een praktijkexamen. De benodigde vaardigheden voor de praktijkopleiding staan beschreven in de theorie voor het Sailplane Pilot Licence.

De theorieopleiding voor het SPL, bestaat uit 4 vakken met de basiskennis voor het LAPL:

1 Luchtvaartwetgeving
2 Menselijke prestaties en beperkingen
3 Meteorologie
4 Communicatie

en uit vijf vakken met de theoriekennis voor het zweefvliegen.

5 Beginselen van het zweefvliegen
6 Operationele procedures voor het zweefvliegen
7 Vliegprestaties en vluchtplanning
8 Algemene kennis van het zweefvliegtuig
9 Navigatie voor het zweefvliegen

Het SPL met een LAPL-medische-keuring geeft toestemming om binnen Europa te zweefvliegen en het SPL-brevet met een ICAO-keuring is geldig in alle werelddelen.

De examens worden afgenomen door of namens de STEBZ (Stichting Examens Ballon en Zweefvliegen). De uitslag van een examen wordt door de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgesteld nadat de STEBZ de scores van de betrokken kandidaat aan de minister heeft doen toekomen. Voor het examenreglement zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0017237/2017-04-21

Kandidaten die geslaagd zijn voor een onderdeel (vak), krijgen daarvoor een certificaat uitgereikt. Na het behalen van certificaten voor alle 9 vakken is de kandidaat geslaagd voor het SPL-theorie-examen. 

Een praktijkexamen(skilltest) kan alleen worden gedaan als de Head of Training een verklaring afgeeft dat de leerling alle trainingen heeft gedaan en hij hem examenrijp heeft bevonden.

Bij het examen moet onderscheid gemaakt worden naar de startmethode waarvoor het SPL verwacht wordt te worden behaald. Voor de aantekening "lieren" zal de kandidaat een lierstart-ervaring van ten minste 10 solo-lierstarts moeten hebben. Wordt de aantekening "sleepstart" beoogt, dan is een ervaring van tenminste 5 solo-sleepstarts met een gezamenlijke sleeptijd van 30 minuten vereist.

De Head of Training wijst één of twee examinatoren aan voor het afnemen van het praktijkexamen. Doorgaans zijn dit clubinstructeurs die tevens examinator zijn. Het praktijkexamen bestaat uit een paar examenvluchten in de tweezitter waarbij de examinator zich aan boord bevindt. Het aantal examenvluchten is mede afhankelijk van de duur van de vlucht(en), want alle onderdelen moeten worden beoordeeld. Het praktijkexamen heet officieel een skilltest

De ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) geeft de brevetten voor het zweefvliegen uit.

Het SPL-vliegbrevet is onbeperkt geldig. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de zweefvlieger om er voor te zorgen dat hij/zij aan de recente ervaringseis voldoet en dat de periodieke checkvlucht gemaakt is. De vlieger moet z'n vliegervaring bijhouden in een logboek dat aan de FCL-eisen voldoet.

5.3 TRAINING EN BEKWAAMHEID VAN DE INSTRUCTEUR (SPL-FI)

Om instructeur te worden moet je:

  1. Tenminste 18 jaar zijn
  2. Minimaal 100 vlieguren en 200 starts als gezagvoerder op zweefvliegtuigen en 30 uur als PIC voor de bevoegdheid vlieginstructie op een TMG.
  3. Binnen zes maanden voor de opleiding tot instructeur slagen voor een toelatingsvliegtest waar beoordeeld wordt of de kandidaat geschikt is voor instructeur.
  4. Een theorieopleiding van tenminste 30 uur voor instructeur aan een DTO hebben gevolgd en voor het theorie-examen zijn geslaagd.
  5. Een praktijkopleiding doen van minimaal 25 uur instructietechniek en voor de TMG bovendien 6 uur dubbelbesturingsonderricht op TMG's.
  6. Slagen voor een praktijkexamen bij een DTO.

De instructiebevoegdheid heeft geen verloopdatum. De instructiebevoegdheid is geldig zolang aan de volgende eisen wordt voldaan:

  1. 30 vlieguren of 60 starts als FI of FE gevlogen in zweefvliegtuigen, klapmotorzwevers of TMG in de laatste drie jaar. 
  2. Het volgen van een FI-opfriscursus binnen de laatste 3 jaar.

Elke 9 jaar minimaal één profcheck met een FI.

5.4 ERVARINGSEISEN VOOR EEN EXAMINATOR (SPL-FE)

Het SPL wordt door ILT uitgereikt en de examinatoren worden door ILT aangewezen. Op het SPL kun je de aantekening instructie zweefvliegen halen FI(S). Wie examinator wil worden die kan door ILT als examinator (FE) worden benoemd. Een FE(S)-certificaat is vijf jaar geldig.

5.5 LOGGEGEVENS

Iedere zweefvlieger dient in een logboek gegevens te noteren die blijk geven van de opgedane ervaring. In een logboek komen de volgende gegevens:

  • de datum van de vlucht,
  • de vertreklocatie en de starttijd,
  • de aankomst locatie en de landingstijd,
  • het vliegtuigtype en de registratie
  • de startmethode: L (lierstart), S (sleepstart), T (TMG), Z (zelfstart)
  • de vluchtduur
  • het aantal landingen (dit is meestal 1 maar bij TMG het aantal touch and go's en een instructeur kan hier het aantal instructiestarts per dag invullen),
  • de functietijd, hier vul je in bij gezagvoerder: de vluchtduur als gezagvoerder (PIC), bij DBO de vluchtduur waarbij een ander gezagvoerder was en/of bij instructeur (FI) de vluchtduur als instructeur.
  • bij Opmerkingen, bijzonderheden van de vlucht
  • bij Paraaf, de handtekening en het LAPL(S)- of SPL-nummer. Een DBO-er laat de kolom Opmerkingen en de kolom Paraaf aftekenen door de instructeur.
  • onderaan de pagina de totale vluchtduur en het aantal landingen en een paraaf dat je de gegevens naar waarheid hebt ingevuld.

6.1 AUDITS

Audits zijn systematische en onafhankelijke onderzoeken teneinde vast te stellen dat de uitvoering van de werkzaamheden overeenstemt met de eraan ten grondslag liggende procedures / instructies.

Het doel van audits is het vaststellen dat vluchten met zweefvliegtuigen, vallend onder de Afdeling Zweefvliegen, veilig worden uitgevoerd met luchtwaardige vliegtuigen. Ten aanzien van de luchtwaardigheid bezoeken kwaliteitsinspecteurs van de Afdeling Zweefvliegen jaarlijks de ARC-inspecteurs. De LCO-ers (examinatoren voor instructeurs) bezoeken tijdens de opleiding en bij examens van de instructeurs in opleiding de zweefvliegclubs tijdens het vliegbedrijf. 

6.2 AUDIT PLANNING

Audits worden uitgevoerd in een jaarlijkse cyclus. Iedere procedure zal daarbij in de loop van de tijd aan een audit worden onderworpen. Audits worden ter kennis gesteld aan het bestuur van de zweefvliegclub .

6.3 AUDIT UITVOERING

Audits worden uitgevoerd door kwaliteitinspecteurs aangesteld door de Afdeling Zweefvliegen. Een auditor heeft geen werkrelatie met de procedure die onderwerp is van de audit.

Voor een audit zal een vragenlijst worden opgesteld door de auditor.

6.4 OMGANG MET BEVINDINGEN VAN AUDITS

Een audit zal worden gerapporteerd in een Audit Report. Hierin staan de waarnemingen van de auditor, de bevindingen en een conclusie van de audit.

Bevindingen bij audits kennen drie niveaus:

Level 1

  • directe negatieve invloed op de veiligheid
  • dient direct te worden gecorrigeerd

Level 2

  • indirecte negatieve invloed op de veiligheid
  • bevinding zal uiterlijk binnen drie maanden of zoveel korter als auditor en auditee overeenkomen

Level 3

  • Opmerking
  • bevinding heeft geen actietermijn

6.5 AUDITORS

Auditors zijn gekwalificeerd om audits uit te voeren.

6.6 GESCHILLEN

Een geschil tijdens een audit tussen auditor en auditee zal worden voorgelegd aan de commissie technische zaken (CTZ) als het om technische of luchtwaardigheid gaat en aan de commissie instructie en veiligheid (CIV) als het een audit van het vliegbedrijf betreft. Indien het geschil aldus niet kan worden beslecht zal het bestuur van de zweefvliegclub worden ingeschakeld. Indien ook dan geen overeenstemming kan worden bereikt wordt het geschil voorgelegd aan de voorzitter van de Afdeling Zweefvliegen die een beslissing neemt. Zie ook het reglement geschillen van de KNVvL.

7. VEILIGHEID

7.1. ALGEMEEN

Het vliegen met een zweefvliegtuig dient op zo’n manier te geschieden dat bij de uitvoering ervan geen personen of zaken, in de lucht of op de grond, onnodig in gevaar worden gebracht. Mede door de aandacht voor veilig zweefvliegen in Nederland en het ontbreken van bergen, heeft Nederland verhoudingsgewijs een laag aantal zweefvliegongelukken. De zweefvliegopleidingen moeten ook gericht zijn op het vergroten van kennis van de menselijke prestaties en beperkingen middels human factors onderricht. Alle clubs hebben een veiligheidsmanager en een veiligheidscommissie en de CIV organiseert bijeenkomsten van alle veiligheidsmanagers. De afdeling zweefvliegen moedigt tevens aan dat er aandacht wordt besteed aan 'leeftijdsgerelateerde aspecten' die het veilig vliegen negatief kunnen beïnvloeden.

De veiligheid in het vliegtuig staat beschreven in de opleidingsboeken van de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen:

  • EVO (Zweefvliegen Elementaire Vliegopleiding) vijfde druk 2018
  • VVO-1 (Voortgezette Vliegopleiding -1) zie: www.zweefvliegopleiding.nl
  • VVO-2 (Voortgezette Vliegopleiding-2) zie: www.zweefvliegopleiding.nl
  • De kenniseisen voor het SPL zie: www.civ.zweefportaal.nl/
  • De kenniseisen voor instructeurs zie: www.civ.zweefportaal.nl/
  • Kennis van menselijke prestaties en beperkingen. zie: https://www.zweefvliegopleiding.nl/index.php/2-menselijke-prestaties
  • Aandacht voor leeftijdsbegeleiding, zie http://www.civ.zweefportaal.nl

7.3 VEILIGHEID BUITEN HET VLIEGTUIG

De veiligheid buiten het vliegtuig staat beschreven in de opleidingsboeken van de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen:

7.4. VEILIGHEID OP HET ZWEEFVLIEGTERREIN

De veiligheid op het zweefvliegterrein staat beschreven in de opleidingsboeken van de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen:

7.5 VEILIGHEID IN DE LUCHT

De veiligheid in de lucht staat beschreven in de opleidingsboeken van de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen:

7.6 VLIEGDISCIPLINE

De vliegdiscipline staat beschreven in de opleidingsboeken van de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen:

7.7        GEDRAGSCODE

 “Verantwoord Vliegen” Gedragscode voor de Recreatieve luchtvaart opgesteld door de KNVvL en AOPA 

Inleiding

Het doel van de gedragscode is om vliegtuigbestuurders in de (ongemotoriseerde en gemotoriseerde) recreatieve luchtvaart een houvast te bieden bij het bepalen van normen bij het vliegen in de nabijheid van natuurbeschermingsgebieden, aaneengesloten bebouwing, verzamelingen van mensen en evenementen. Het hanteren van deze code en het daarbij vereiste vliegerschap is een belangrijke voorwaarde voor het draagvlak van de luchtvaart bij de Nederlandse bevolking en het voorkomt mogelijk nadere regelgeving door de overheid.

Vliegtuigbestuurders zijn op de naleving van gedragscodes aanspreekbaar; wanneer zij zich er niet aan houden, kan dat binnen de organisatie waar zij deel van uitmaken sancties tot gevolg hebben. Uitgangspunt blijft echter de eigen verantwoordelijkheid van de vliegtuigbestuurder.

Deze gedragscode is voor alle vliegtuigbestuurders in de recreatieve luchtvaart en mag aangemerkt worden als een aanvulling op alle wettelijke plichten en op de reglementen die voor de luchtvaart zijn vastgesteld. Het gaat er om te bewerkstelligen dat men bij het uitoefenen van de hobby of sport steeds vanuit de juiste houding handelt. Dat men meer en eerder bij zichzelf te rade zal gaan of men kan verantwoorden dat men iets doet of nalaat. Vliegtuigbestuurders dienen zich te realiseren dat ze op hun gedrag kunnen worden aangesproken.

Van elke vliegtuigbestuurder wordt verwacht dat hij of zij deze gedragscode onderschrijft.

De code bestaat uit twee onderdelen.

  • Deel I beschrijft een aantal kernbegrippen van verantwoord vliegerschap en bieden algemene uitgangspunten voor de gedragscode.
  • Deel II bevat de feitelijke gedragsregels.

Deel I. Kernbegrippen van verantwoord vliegen

Vliegtuigbestuurders stellen het op verantwoorde wijze uitvoeren van de vlucht centraal. Het zo min mogelijk verstoren van het leefklimaat is daarvan een onlosmakelijk onderdeel.

Verantwoord vliegerschap houdt in dat vliegtuigbestuurders bij hun handelen een veilige vluchtuitvoering centraal stellen en de bereidheid tonen om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan het bestuur en eventueel de algemene vergadering van de organisatie waar men lid van is, maar ook extern aan organisaties en overheden die aangesproken kunnen worden op het handhaven van het leefklimaat voor de gemeenschap. Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst de integriteit in een breder perspectief:

2  Professionaliteit

Het handelen van een vliegtuigbestuurder is altijd en volledig gericht op een verantwoorde operatie in het belang van de externe veiligheid en het voorkomen van overlast.

Functionaliteit

Het handelen van een vliegtuigbestuurder stemt overeen met de door hem vooraf geplande vluchtuitvoering.

Onafhankelijkheid

Het handelen van een vliegtuigbestuurder wordt gekenmerkt door zelfstandigheid. Hij of zij zal zich niet laten afleiden van correcte uitvoering van de vlucht anders dan door operationele overwegingen.

Openheid

Het handelen van een vliegtuigbestuurder is transparant. Indien vereist of gewenst zal volledig inzicht kunnen worden gegeven in alle fasen van de vlucht.

Betrouwbaarheid

Op een vliegtuigbestuurder moet men kunnen rekenen. Die houdt zich (afgezien van externe operationele omstandigheden) aan zijn vliegplan en voornemens, behoudens operationele noodzakelijkheden.

Zorgvuldigheid

Een vliegtuigbestuurder bereidt zijn vlucht nauwkeurig voor, zorgt voor een accurate, elk risicomijdende, vluchtuitvoering en gedraagt zich “als een heer in het luchtverkeer”.

Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de volgende gedragsafspraken.

Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden.

 

Deel II. Gedragscode voor bestuurders van luchtvaartuigen

1 Algemene bepalingen

1.1 Deze gedragscode geldt voor alle bestuurders van luchtvaartuigen in de ongemotoriseerde en de gemotoriseerde recreatieve luchtvaart.

1.2 De code is openbaar en door derden te raadplegen.

1.3 Organisaties in de recreatieve luchtvaart stellen deze code bekend bij alle bestuurders van luchtvaartuigen die zich onder hen hebben verenigd, of van de aangeboden diensten gebruik maken.

1.4 Organisaties kunnen wegens schending van de gedragscode besluiten tot maatregelen.

1.5 Jaarlijks vindt binnen de recreatieve luchtvaart een evaluatie plaats over de wijze waarop de gedragscode is nageleefd en de eventuele maatregelen die zijn genomen.