8.7 MONTAGE VAN ZWEEFVLIEGTUIGEN EN AANSLUITEN VAN ROEREN

 

In tegenstelling tot motorvliegtuigen, zijn zweefvliegtuigen ontworpen om snel en makkelijk te kunnen worden ge(de)monteerd teneinde in een aanhanger (trailer) over de weg vervoerd te kunnen worden. In eerdere hoofdstukken is al aandacht besteed aan de bevestiging van draagvlakken aan de romp én aan de aansluiting van roeren. Hieronder volgen dan nog enkele praktische tips.

Toegevoegd aan dit hoofdstuk is een algemene beschrijving van een dagelijkse inspectie.

8.7.1 Montage en aansluiten roeren
Los van de aanwijzingen uit het vlieghandboek, zijn bij het monteren van een zweefvliegtuig de volgende algemene regels van belang:

  • Zorg voor voldoende mensen of maak gebruik van een zogenaamde ‘tilhulp’ en/of vleugelsteunen.
  • Het kost maar weinig moeite bouten, pennen en boutgaten vóór de montage schoon te maken en van een weinig vet te voorzien. Men ziet dan meteen of deze vitale delen nog schoon, gaaf en spelingvrij zijn.
  • Na montage van vleugels en stabilo verdient het aanbeveling om meteen de roeren aan te sluiten. Hoewel bij moderne zweefvliegtuigtypen de vleugels, staartvlakken en roeren steeds vaker ‘automatisch’ dan wel met behulp van snelsluitingen worden aangesloten, wordt toch nog hier en daar gebruik gemaakt van losse bouten met moeren en splitpennen en/of Fokkerspelden. In die gevallen geldt de volgende “gouden regel” uit de luchtvaart: bouten altijd van boven af of van voren insteken, zodat de boutknop (of handgreep) zich aan de bovenzijde respectievelijk voorzijde bevindt. Als in een enkel geval om constructieve redenen van deze regel moet worden afgeweken, behoort dit duidelijk in het montagevoorschrift te zijn vermeld.
  • Gebruik bij voorkeur steeds nieuwe afplakband op een schoon oppervlak bij het afdichten van de naden tussen romp en vleugels/stabilo.
  • In de aanhanger rust de romp meestal op een karretje welke via rails naar buiten getrokken kan worden. Het rompkarretje biedt stabiliteit tijdens wegtransport maar ook tijdens (de)montage. Tijdens wegtransport is het intrekbare hoofdwiel ingeklapt maar voordat de romp weer van het karretje wordt gehaald dient het wiel te worden uitgeklapt en vergrendeld.

8.7.2 Dagelijkse Inspectie
De dagelijkse inspectie van een zweefvliegtuig staat beschreven in het vlieghandboek. Bij deze inspectie dient men aan een aantal voorgeschreven punten aandacht geven. Men kan dit het beste doen door bij de cockpit te beginnen en vervolgens een inspectieronde om het vliegtuig te lopen. Als voorbeeld wordt de dagelijkse inspectie van een ASK-21 – summier – beschreven. Gebruik voor de dagelijkse inspectie altijd het door de fabrikant voorgeschreven inspectieschema uit het vlieghandboek, zie volgende hoofdstuk (8.8).

Opmerking
Het wordt ten zeerste aangeraden de inspectieronde niet te onderbreken. Ook wordt aangeraden de dagelijkse inspectie te laten uitvoeren door iemand die niet betrokken is geweest bij montage van het vliegtuig.


Romp voor

  • Uiterlijk op beschadigingen.
  • Neuswiel niet beschadigd, op spanning en vrije loop. o Pitotbuis vrij van obstructies.
  • Neushaak juiste werking.

Cockpit

  • Kappen: schoon, sluitmechanisme, beschadigingen, raammechanisme en “draadje”.
  • Vreemde, losse voorwerpen verwijderd. Kijk ook onder de kussens.
  • Riemen aanwezig, juiste werking, schoon en niet beschadigd.
  • Stuurorganen: volledige uitslag van de roeren controleren. Zowel de roeren als de
    remkleppen laten vasthouden en controleren op juist functioneren onder belasting.
    Controleer tevens de plastic hulzen in de s-vormige buizen van de voetpedalen.
  • Instrumenten: Controle drukmeetinstrumenten zoals snelheidsmeter, hoogtemeter en variometer. Controle kompas en slipmeter. Batterijen installeren en aansluiten. Hoofdschakelaar aan en test van elektrische gebruikers zoals variometer, radio (denk aan radiocheck), navigatie, FLARM en Transponder (juiste code en ‘standby’ modus).

Romp midden

  • Hoofdbouten op bevestiging en borging controleren.
  • Aansluitingen en borging van de rolroeren en de remkleppen in de romp controleren.
  • Achterste vleugelbouten op juiste montage en borging controleren.
  • Hoofdwiel niet beschadigd, op spanning en vrije loop.
  • Wielrem controleren. Bij het trekken aan de remklephandel dient op het laatste gedeelte
    een elastische weerstand voelbaar te zijn.
  • Zwaartepunthaak inclusief steunring dienen soepel open en dicht te gaan, inclusief
    daadwerkelijke controle door voorloopstuk aan te haken.

Linker vleugel

  • Linker vleugeloppervlak zowel boven als onder controleren op beschadigingen of vervormingen.
  • Linker rolroer controleren op uiterlijk, vrije loop en speling.
  • Stootstangaansluiting controleren.
  • Remkleppen controleren op uiterlijk, functioneren en vergrendeling.

Romp achter inclusief staat

  • Controleren op beschadigingen of vervormingen, vooral aan de onderkant.
  • Stabilo met hoogteroer controleren op uiterlijk, speling, juiste montage en borging. o Aansluitingen hoogteroer en richtingsroer controleren op vrije loop en speling.
  • Staartslof controleren op bevestiging en aanwezigheid slijtplaatje.
  • TE buis controleren op (juiste) bevestiging.
  • Statische poorten controleren op verstopping.

Rechter vleugel

  • Zie linker vleugel.