FRONTEN VERTRAGEN, VERVAGEN EN VERSAGEN

De eerste meteowet van Hans Groeneveld

7.45 uur

Zondagmorgen 14 juni. De avond na Nederland - België. De wekker verstoort de stilte. Ik sta op en verwacht de regen van het front dat de avond daarvoor onze jongens in Parijs zo lekker over de grasmat liet glijden, tegen het raam te horen. Maar het is doodstil. Aan de lichtsterkte die door het gordijn komt schat ik dat het niet helder blauw is, maar wel vliegbaar. Ik open het gordijn en inderdaad het is vliegbaar. Dit was niet voorspeld.

Het front vertraagt

Teletekst meldt dat het occlusiefront dat om 6 uur UTC boven Zeeland lag om 12 uur in het noorden zal zijn. Voor het front regen en na het front buien met onweer. Het front is vertraagd, zo dringt tot me door. Is er nog tijd om te vliegen voor het front komt of wordt het een kwestie van opstellen, nat regenen en de boel weer binnen zetten. Ik twijfel en besluit de meteo van de vliegbasis te bellen. De meteoman is duidelijk. Het front komt eraan. In Amsterdam en De Kooy regent het en met twee of drie uren regent het in Leeuwarden. Mogelijk regent het nu al in Zuid Friesland. Twee of drie uren dat betekent plus minus half elf als de eerste starts gemaakt kunnen worden. Dan heeft opstellen geen zin. Na een kwartiertje stoeien met het antwoordapparaat van de club meld ik de geachte Faccers dat het zweefvliegen helaas niet doorgaat en kruip, me nog van niets bewust, weer heerlijk in bed.

Elf uur

We maken een wandeling. De lucht vertikt het gewoon om nattigheid naar beneden te gooien. Hier en daar zijn zelfs symptomen van thermiek te zien. Ik heb de pest aan regen maar om bij de club wel een beetje serieus genomen te worden zou ik er toch wel een regendans voor over hebben als het van nu tot vanmiddag zes uur geregeld zou regenen.

Half één

Roelof roept van beneden: "Wol heit ek bûten ite, it is moai waar seit mem!". Onder het eten doet Henk er nog een schepje bovenop: Sjoch it is termisch! Se sille wol bliid mei heit wêze yn Ljouwert".

Het front vervaagt

Twee uur 's middags. We gaan op visite. Even spettert het op de ramen van de escort. Ik zet met plezier de ruitenwissers aan maar het duurt veel te kort en het weer blijft goed vliegbaar. Ik denk aan de eerste meteowet van Hans Groeneveld, instructeur van Terlet met zo'n 45.000 starts ervaring.

Het front versaagt

's Avonds zeven uur. Twee Faccers hebben gebeld en zijn nieuwsgierig naar mijn beslissing om een complete zweefvliegdag ongevlogen voorbij te laten gaan. Pieter vraagt of ik dinsdagavond DDI wil zijn. "Kinst eigenlijk nei hjoed net wegerje" voegt hij er aan toe. Ik kan zijn woordkeus wel waarderen en besluit te komen, nou ja als ik vind dat het vliegbaar is.

Tot slot neem ik op internet de meteopagina's door totdat ik bij de KNMI lees:De KNMI kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade opgelopen tengevolge van een weersverwachting. Mijn laatste hoop is de grond in geslagen en ik neem me voor om de eerst volgende vliegdag met een paraplu het clubhuis binnen te komen, want ik zie de bui al hangen....

(14 juni 1998)