Wolkenkrabbers

"Indrukwekkend hè', zegt Hiltsje en ze wijst op de wolkenkrabbers langs de sky-line van Detroit; maar ik kijk, zoals wel vaker, iets hoger naar de schitterende cumuluswolken die hoog boven Detroit staan te wenken. Dit is al weer zo'n dag met uitzonderlijk mooi zweefvliegweer, maar zweefvliegen staat voorlopig niet op het programma. "Een mooi gezicht", antwoord ik en ondertussen schat ik de hoogte van de wolkenbasis. De wolken steken strak af tegen de blauwe lucht. Het zicht is fantastisch. De hoge flats van Detroit lijken recht uit het blauwe water van Lake Erie omhoog te schieten, maar wolkenkrabben, nee echt wolkenkrabben doen ze lang niet. Ik scan de onderkant van de wolken op zoek naar een zweefvliegtuig, Detroit heeft twee zweefvliegclubs. Zweefvliegen dat is pas echt wolkenkrabben zo schiet mij te binnen. Enthousiast roep ik: "Ik weet een synoniem voor zweefvliegen,""Kom", zegt Hiltsje, "denk eens aan wat anders. We zijn hier met vakantie!"

U.S. Air Force Museum in Dayton Ohio

Amerika het land van de onbegrensde (vlieg)mogelijkheden. Het land van de eerste luchtsprongetje van Orville en Wilbur Wright. Het land van de eerste stappen op de maan van Neil Armstrong. Op advies van Amerika-kenner Klaas de Vries hebben we Dayton in Ohio in het reisprogramma opgenomen. In de geboorteplaats van de gebroeders Wright bevindt zich het U.S. Air Force Museum. Zeg maar Soesterberg in het kwadraat. Een schitterend museum waar je, zelfs op een thermische dag, niet uitgekeken raakt. Kom je daar ooit in de buurt trek er dan een hele dag voor uit, want de geschiedenis van de luchtvaart is er heel erg knap uitgebeeld.

Flying for fun

Op Manitoulin Island, een eiland in Lake Huron, ontmoeten we een aardige kampingbeheerder. Met een motorvliegtuig onderhoudt hij het contact met de vaste wal. Al spoedig blijkt uit het gesprek dat de man vroeger aan zweefvliegen gedaan heeft. Ik vraag hem waarom hij overgestapt is op het motorvliegen. Hij gaf toen een goede definitie van het zweefvliegen. Hij zei:'Je hebt twee manieren van vliegen; flying for transport and flying for fun'. Flying for fun, een schitterende synoniem voor zweefvliegen.

Montreal Soaring Council

Voor de vakantie heb ik van internet een paar zweefvliegvelden geplukt, want je weet maar nooit. Één daarvan was de Montreal Soaring Council, gelegen op: N45°37 en W74°39. Onderweg van Ottawa naar Montreal zegt de GPS, die ook in de auto een onmisbaar navigatiehulpmiddel is, dat we 'toevallig' dicht in de buurt van het zweefvliegveld komen. Het is nauwelijks omrijden. Enfin, follow the needle en we rijden zo het veld op. Er heerst helaas doodse stilte. Het zicht is matig en er is geen enkele zweefvliegactiviteit te bekennen. Ik aarzel even tussen verder rijden of proberen om contact te maken. Ik kies voor het laatste en ontdek dat Canadese zweefvliegers ontzettend aardige vogels zijn. Bij het clubhuis ontmoet ik een zweefvlieger en hij brengt ons bij hun 'Dutch guy' een zweefvlieger die in 1957 geëmigreerd is. Na een paar borrels borrelen bij hem de Nederlandse woorden steeds vlotter naar boven. Hij blijkt een Limburger te zijn, daar kan hij niets aan doen, maar hij heeft in de jaren 50 bij het 322 squadron op de vliegbasis Leeuwarden gewerkt en dat geeft een vonk van herkenning. Het squadron van de papegaai Polly. We zijn bijna familie.

Canadese gastvrijheid

Misschien droom je ook wel eens van de perfecte zweefvliegclub. Een club met aardige zweefvliegers en een vloot zoals bij de FAC. Een eigen veld en een camping zoals bij Salland. Een zweefvliegterrein met een terras en zwembad voor de niet vliegende gezinsleden. Zo'n club is de Montreal Soaring Council. Natuurlijk hoeven we niet een camping in de buurt te zoeken, maar moeten we op het zweefvliegveld kamperen. We krijgen de toegangscode van de deur van het clubhuis. Ze wijzen ons de koelkast en de kassa. Bier e.d. kunnen jullie zelf wel afrekenen. De doucheruimte, het zwembad en de keuken zijn geheel ter beschikking. Die avond eten we met een Canadese zweefvlieger Pierre-Andre Langlois en z'n dochter. Tijdens onze eerste nacht op het veld regent het ouderwets Hollands en onze tent vertoont lekkage. De oud Limburger en ook Pierre-Andre bieden ons voor de volgende nachten een caravan aan. We zijn drie dagen op dit veld te gast en mogen er niets voor betalen. Het enige wat we aan hen kwijt kunnen is $90,-- voor 2 sleepvluchten tot 1000 meter.

Canadese zweefvlieggewoonten

De derde dag is het weer zweefvliegweer. Belletjes van 1 m/s. Voor Canadese begrippen is dat heel matig en de animo om te vliegen is maar gering. Als ik wil mag ik op hun topkist de DG-300 vliegen. Verder vliegen ze met een Schweitzer, een Blanik, een Astir CS en een LS-1c. Voor Hollandse begrippen geen topprestatiekisten, maar de vaak uitstekende thermiek compenseert alles. Een start in een tweezitter op dit vreemde veld lijkt me leerzaam en gezelliger. De club beschikt over maar liefst 3 sleepvliegtuigen. Tijdens de vlucht leer ik de Canadese zweefvlieggewoonten, de Twin Astir CS en de omgeving kennen. Het teken voor straktrekken geven ze door met de hand voor het lichaam heen en weer te zwaaien zoals een olifant met z'n slurf doet. Het teken 'strak' wordt gegeven door met de arm helemaal rond te draaien en de beweging van de propeller na te doen. Het lijkt komisch om een volwassene deze beweging te zien maken, maar ik ben de enige die erom moet lachen. Het vliegtuig steekt goed maar thermiekt zwaar. De omgeving is prachtig. De grote Ottawa rivier kronkelt vlak langs het veld en in de verte is iets van Montreal te zien. Pierre Andre geeft me Canadese zweegvliegtips. Als je ooit per ongeluk in een wolk terecht komt, trek dan de remkleppen volledig open, zet de trim iets naar voren en laat de besturing volledig los. Het toestel vliegt dan zichzelf en zal zelfs na een verstoring door de thermiek snel weer stabiliseren. Doe je drinkwater voor een overland in de vriezer en neem het in bevroren toestand mee. Tijdens de vlucht is dat lekker fris. Na deze vlucht gaat Pierre Andre eerst een uurtje in het zwembad van de club zwemmen, maar ik ben aan de luxe van een zweefvliegclub met een zwembad nog niet gewend en mijn plichtsgevoel zegt me dat ik op de strip aanwezig moet zijn om de handen uit de mouwen te steken. 's Middags maak ik nog een tweezitterstart in een Krosno KR-03, een splinternieuwe aluminium kist. Dit toestel wordt voor de DBO-opleiding gebruikt. De cockpit lijkt sprekend op de Puchaz van Salland en de vliegeigenschappen zijn ongeveer als de K13. Het toestel steekt slecht maar stuurt heel licht.

Learn to fly gliders

Ik weet niet of het aan mijn manier van vliegen lag of aan iets anders, maar bij het afscheid krijg ik een exemplaar van het Canadese opleidingsboek, 'Soar and learn to fly gliders' Verder trekken ze hun hele PR-kast open: foto's, stickers, vlaggetjes, affiches en een historisch overzicht van de club. Het affiche moet je ophangen in jouw clubgebouw.

Montreal Soaring Council als ik nu naar jullie affiche kijk, dan lijkt het een droom, maar ik weet dat je bestaat. Gewoon de GPS intoetsen en follow the needle of surfen naar: http://www.flymsc.org/

17 december 1997