4. Les 23 - THERMIEKVLIEGEN

  • Denk altijd vooruit en kijk goed uit;
  • Draairichting aannemen van degene die voor je in de bel zit;
  • Boven of onder iemand vliegen alleen met grote verticale afstand;
  • Recht tegenover iemand invoegen en tegenover hem blijven vliegen;
  • Niet binnendoor inhalen;
  • Rekening houden met weggezet worden door de wind.
Het is heerlijk om in een thermiekbel te vliegen. Wanneer je nog niet aan de beurt bent om te vliegen kijk dan waar andere zweefvliegers, als ze een lierstart of een sleepstart gemaakt hebben, heen vliegen om de thermiek te pakken. Je leert dan sneller waar je de thermiek kunt vinden.
Thermiekvliegen is een leerproces en het doel is dat je op een veilige en verantwoorde manier jouw eigen beslissingen leert te nemen. Het vereist een hoge mate van concentratie. Het 'centreren' in een bel is een continu proces. De meeste thermiekbellen zijn niet rond en de kern kan voortdurend verschuiven. Ondertussen moet je op de andere zweefvliegtuigen in de bel of bij je in de buurt letten en je moet je bewust blijven van je positie en hoogte ten opzichte van het vliegveld.
 
 
De techniek van goed gecentreerd thermiekvliegen is een kwestie van leren en veel ervaring opdoen. Het is een belangrijk onderdeel bij de VVO (voortgezette vliegopleiding) en het wordt je bij dat deel van de zweefvliegopleiding verder geleerd.
Hier wordt alleen de informatie gegeven die betrekking heeft op de veiligheid bij het thermiekvliegen. Het is je na een paar thermische vluchten vast al duidelijk dat een zweefvliegtuig in een goede thermiekbel als een magneet op andere zweefvliegtuigen werkt. Vaak vliegen meerdere vliegtuigen in dezelfde thermiekbel. Daarvoor gelden 5 belangrijke veiligheidsregels:
 
1. DEZELFDE DRAAIRICHTING
Degene die als eerste in de bel draait, bepaalt de draairichting. Alle anderen die daarna in de bel komen, nemen deze draairichting over. Soms zit je in een bel terwijl vlak naast jou op ongeveer dezelfde hoogte nog iemand in een andere bel aan het draaien is. Bij het klimmen blijkt dan vaak dat die bellen steeds dichter bij elkaar komen te liggen. 
  1. Denk altijd vooruit.
  2. Vermijd botsingsgevaar.
  3. Wijk uit ver voordat je in een gevaarlijke situatie komt. 
 
2. INVOEGEN EN UITKIJKEN
Als je bij een andere vlieger in een bel komt, voeg je zo in dat hij geen hinder van jou ondervindt en dat je recht tegenover hem, aan de andere kant van de draaicirkel komt. Zo kun je elkaar goed zien. Steek je hand op; als hij dat ook doet weet je dat hij je gezien heeft. Probeer niet naar de instrumenten te staren maar blijf het grootste deel van de tijd naar buiten kijken. Elektronische variometers geven door hoge of lage pieptonen aan of je klimt of daalt. Het is niet nodig om naar de naalden van de variometers te blijven kijken, let gewoon op de piepjes. Vooral bij thermiekvliegen geldt de gouden regel: kijk zoveel mogelijk naar buiten!
 
3. BOVEN OF ONDER EEN ANDER VLIEGEN
Zowel bij gewoon vliegen als bij thermiekvliegen geldt de regel dat je een flinke verticale afstand moet nemen voor je boven of onder iemand gaat vliegen. Dat moet meer dan 50 m zijn, want wie boven vliegt, ziet degene onder hem niet. Als de onderste sneller stijgt dan de bovenste, krijg je een gevaarlijke situatie. Ga zó in de bel vliegen dat je de andere vliegtuigen goed in de gaten kunt houden. In de buurt van de wolkenbasis wordt het zicht snel slechter. Verlaat de bel voordat je in de mistflarden komt. Dat doe je door duidelijk de koers naar buiten te verleggen en eerst een stuk rechtdoor te vliegen, zodat andere vliegers duidelijk zien dat je weggaat.
 
 
4. NIET BINNENDOOR INHALEN
Niet overal in de bel is het stijgen even groot. Als je alleen in de bel aan het vliegen bent, kun je met jouw vliegtuig zo gaan vliegen zoals jij denkt dat je het snelst stijgt. Wanneer je met anderen in de bel draait, heb je die vrijheid niet. Pas je draaicirkel aan en onthoud dat je nooit binnendoor mag draaien ook al vermoed je dat het stijgen daar beter is. Vliegers die voldoende ervaring hebben en zich aan de thermiekregels houden kunnen best met een aantal zweefvliegtuigen in één bel vliegen. Heb je die ervaring nog niet, of constateer je dat niet iedereen in de bel voldoende afstand houdt, wees dan verstandig en verlaat de bel. 
Als je een thermiekbel tegenkomt waar al een zweefvliegtuig in rondcirkelt, passeer dan aan de buitenkant van de cirkel en nooit in het midden. Trek ook niet hard op om hoogte te winnen onder andere zweefvliegtuigen tijdens het kruisen van een thermiekbel.
 
 
5. WEGGEZET DOOR DE WIND - BLIJF BINNEN BEREIK VAN HET VELD
Houd bij het vliegen je positie en je hoogtemeter in de gaten. Zoek bovenwinds naar thermiek en let op in welke richting de wind je wegzet. Je mag natuurlijk niet boven de lier of in de buurt van de lierbaan thermieken. Houd ruime marges aan en verlaat eventueel de bel tijdig. Door wind kun je snel van je veld weggezet worden en dan heb je heel wat extra hoogte nodig om tegen de wind in terug naar je veld te vliegen. Jouw vlucht deel je zo in dat je altijd veilig op je vliegveld aankomt.
Hoe hoog je hiervoor moet zijn hangt af van: 
  1. het type vliegtuig (prestatievliegtuigen verbruiken, voor dezelfde afstand, veel minder hoogte dan overgangstrainers);
  2. de windrichting en windsterkte (tegen de wind in is je grondsnelheid veel lager dan met de wind in de rug);
  3. eventuele daalgebieden;
  4. jouw ervaring. 

TERUGVLIEGEN NAAR JE VELD  
Als je terug vliegt naar het vliegveld kom je door gebieden waar je dalen hebt en gebieden waar je stijgen ondervindt. Wanneer je de daalwindgebieden met verhoogde snelheid oversteekt, en de gebieden met stijgen met normale vliegsnelheid, verbruik je minder hoogte. De verdraaibare MacCreadyring op jouw variometer helpt je hierbij..
 
 Situatie 1                                                               Situatie 2
 
 
Situatie 1: Weinig hoogteverlies bij windstilweer
Op deze verdraaibare ring die om de variometer zit, zie je een driehoekje. Dat moet voor dit doel in het midden (op 0 m/s) staan. Voor elk daalgebied en stijgwindgebied wijst de naald van de variometer de beste vliegsnelheid aan. Deze snelheden volg je globaal. Als de variometer bijvoorbeeld 120 km/h aangeeft moet je niet 90 km/h gaan vliegen. Op deze manier kom je op een grotere hoogte bij het vliegveld terug. Je gebruikt de MacCreadyring ook om hoger bij de volgende bel aan te komen. 
 
Situatie 2: Weinig hoogteverlies bij tegenwind
Wanneer je tegen krachtige wind in zo hoog mogelijk bij je veld of bij het aanknopingspunt wilt aankomen, dan verdraai je de ring zo, dat het driehoekje op een halve meter stijgen (plus 0,5 m/s) komt te staan. Je vliegt nu met iets meer snelheid tegen de wind in en komt hoger aan.
 
De MacCreadyring gebruik je vooral bij overland vliegen. Meer daarover leer je bij de VVO (voortgezette vliegopleiding).