2. LUCHTWAARDIGHEID VAN LUCHTVAARTUIGEN

2. AIRWORTHINESS OF AIRCRAFT (ICAO Annex 8)

Volgens de Europese Verordeningen, de Wet Luchtvaart (WLV) en het Besluit Luchtvaartuigen 2008 (BL-2008) mag een luchtvaartuig alleen worden gebruikt als het beschikt over:

  1. Een bewijs van luchtwaardigheid;
  2. Een geluidscertificaat of een geluidsverklaring indien het luchtvaartuig is voorzien van een aandrijving;.
  3. Een nationaliteits- en inschrijvingskenmerk;
  4. Een bewijs van inschrijving.

Dit hoofdstuk behandelt de luchtwaardigheids- en milieu-eisen van luchtvaartuigen in het algemeen en zweefvliegtuigen in het bijzonder, In hoofdstuk 1.3 komt de inschrijving van luchtvaartuigen in het luchtvaartregister aan bod. Dit hoofdstuk 1.2 is onderverdeeld in de volgende paragrafen:

  • 1.2.1 De EASA-Luchtwaardigheidseisen
  • 1.2.2 Bewijzen Van Luchtwaardigheid
  • 1.2.3 Onderhoud volgens EASA-richtlijnen
  • 1.2.4 De CAMO
  • 1.2.5 De zweefvliegtechnicus
  • 1.2.6 Boorddocumenten
  • 1.2.7 Melden van defecten, gebreken en wijzigingen
  • 1.2.8 Regeling onderhoud luchtvaartuigen
  • Samenvatting luchtwaardigheid

1.2.1 DE EASA-LUCHTWAARDIGHEIDSEISEN

De luchtwaardigheid van een luchtvaartuig wordt beoordeeld op twee aspecten:

  1. de initiële luchtwaardigheid (Initial Airworthiness);
  2. de blijvende luchtwaardigheid (Continuous Airworthiness) 

DE INITIËLE LUCHTWAARDIGHEID

Een nieuw type zweefvliegtuig is in Europa pas luchtwaardig als het voldoet aan de EASA luchtwaardigheidseisen Die eisen staan beschreven in de Verordening (EU) Nr. 748/2012 (Initial airworthiness) 

In Annex II, bekend onder de naam Part 21, staan de uitvoeringsvoorschriften voor de luchtwaardigheid van luchtvaartuigen. De meeste luchtwaardigheidseisen voor kleine luchtvaartuigen staan beschreven in CS-22. CS staat voor Certification Specifications. Zie CS-22. De ontwerper van bijvoorbeeld een zweefvliegtuig moet aantonen dat het zweefvliegtuig aan de luchtwaardigheidseisen en geluidsnormen voldoet. Als het ontwerp van een zweefvliegtuig daaraan voldoet, wordt een typecertificaat afgegeven. Vervolgens is de eigenaar verantwoordelijk voor het in standhouden van de luchtwaardigheid en voor het onderhoud volgens de EASA-richtlijnen. 

DE BLIJVENDE LUCHTWAARDIGHEID 

De eigenaar is verantwoordelijk voor de blijvende luchtwaardigheid  van een luchtvaartuig en dient ervoor te zorgen dat er geen vlucht plaatsvindt, tenzij:

  1. het luchtvaartuig in luchtwaardige conditie wordt onderhouden, en;
  2. elke operationele uitrusting en nooduitrusting correct zijn geïnstalleerd en klaar zijn voor gebruik, ofwel duidelijk aangeduid zijn als zijnde onbruikbaar, en;
  3. de ARC geldig blijft, en;
  4. het onderhoud van het luchtvaartuig wordt uitgevoerd conform het door de eigenaar goedgekeurde onderhoudsprogramma

Taken met betrekking tot de blijvende luchtwaardigheid.

De blijvende luchtwaardigheid van het luchtvaartuig en de bruikbare staat van zowel de operationele uitrusting als de nooduitrusting dienen te worden verzekerd door:

  1. het uitvoeren van direct aan de vlucht voorafgaande inspecties;
  2. het herstellen van elk defect of van elke schade die het veilig gebruik aantasten,
  3. het uitgevoerd zijn van luchtwaardigheidsaanwijzingen (AD's) en operationele aanwijzingen,
  4. het onderhoud volgens AMP en vrijgave door een zweefvliegtechnicus.

1.2.2 BEWIJZEN VAN LUCHTWAARDIGHEID

Een luchtvaartuig moet zijn voorzien van een Bewijs van Luchtwaardigheid (BvL)/Certificate of Airworthiness (CofA), In Nederland worden de bewijzen van luchtwaardigheid verstrekt door de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT). ILT verstrekt vijf soorten BvL’s: 

  1. EASA-standaard-BvL;
  2. EASA-beperkt-BvL;
  3. ICAO-standaard-BvL;
  4. Speciaal BvL;
  5. Export BvL.

EASA-standaard-BvL:

  • Bewijs van luchtwaardigheid voor een EASA-luchtvaartuig dat zowel aan de eisen betreffende luchtwaardigheid volgens het ICAO-verdrag, als aan de eisen van EASA voldoet.
  • Het EASA-standaard-BvL is onbeperkt geldig en wordt maar één keer uitgereikt.
  • Bijna alle Nederlandse zweefvliegtuigen hebben een EASA standaard BvL.
  • Een EASA-standaard-BvL luchtvaartuig moet worden onderhouden volgens de Verordening (EU) nr. 1321-2014, Part M, Het bijbehorende Bewijs van herbeoordeling van de luchtwaardigheid/Airworthiness Review Certificate (ARC) moet jaarlijks worden vernieuwd.
  • Als het luchtvaartuig van eigenaar verandert, maar  ingeschreven blijft in hetzelfde register (zie 1.3), dan blijft het BvL geldig en wordt het BvL samen met het luchtvaartuig aan de nieuwe eigenaar overgedragen. Bij registratie in een andere lidstaat, wordt het BvL opnieuw afgegeven na overlegging van het oude BvL en het geldige ARC.

EASA-beperkt-BvL:

  • Bewijs van luchtwaardigheid voor een EASA-luchtvaartuig dat wel aan de eisen betreffende luchtwaardigheid volgens het ICAO-verdrag voldoet, maar niet aan de essentiële eisen inzake luchtwaardigheid zoals opgenomen in bijlage II bij verordening (EG) nr. 2018/1138.
  • Een EASA-beperkt-BvL is bedoeld voor historische of bijzondere luchtvaartuigen uit EASA landen voor vluchten binnen de Europese Unie.
  • Het BvL is geldig voor een jaar en kan desgewenst worden verlengd.
  • Voor het onderhoud en voor de overdracht van een EASA-beperkt-BvL gelden dezelfde eisen en regels als voor het onderhoud en de overdracht van een EASA-standaard-BvL.

ICAO-standaard-BvL:

  • Bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in het ICAO-verdrag. Het ICAO-standaard-BvL betreft luchtvaartuigen uit niet-EASA landen voor internationaal vluchtverkeer.
  • Voor een ICAO-standaard-BvL is een geldig type-certificaat vereist. Het BvL is geldig voor een jaar en kan desgewenst worden verlengd.
  • Een luchtvaartuig met een ICAO-standaard-BvL moet worden onderhouden volgens de Verordening (EU) nr. 1321/2014, Part M (zie 1.2.3).
  • Een ICAO-standaard-BvL is overdraagbaar.

Speciaal-BvL:

  • De minister geeft op aanvraag van de houder van een luchtvaartuig een speciaal-BvL af indien het luchtvaartuig in staat is om op veilige wijze vluchten uit te voeren en voldoet aan bij ministeriële regeling daartoe te stellen eisen.
  • Veel oudere zweefvliegtuigen (oldtimers) vallen hieronder. Het worden Annex 1 vliegtuigen genoemd. Dat zijn luchtvaartuigen waarop de EASA,-regels, volgens Annex I van de Europese verordening (EC) 2042/2003 artikel 4, niet van toepassing zijn. Hiervoor geeft ILT een speciaal (nationaal) BVL af.
  • Een speciaal-BvL is alleen geldig voor het uitvoeren van vluchten binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam of boven de Nederlandse Antillen.
  • Het speciaal-BvL is een jaar geldig en kan worden verlengd.
  • Een speciaal-BvL is overdraagbaar. 

Export-BvL:

  • Bewijs van luchtwaardigheid voor een luchtvaartuig dat naar een ander land wordt uitgevoerd.
  • In de BvL is aangegeven dat de luchtwaardigheid voldoet aan de eisen van het importerende land.
  • Een export-BvL wordt eenmalig afgegeven.

ILT kan tevens een vliegvergunning verstrekken. Een vliegvergunning wordt afgegeven voor luchtvaartuigen die niet voldoen aan of waarvan niet is aangetoond dat zij voldoen aan de luchtwaardigheidseisen, maar die wel veilig kunnen vliegen in bepaalde, nader omschreven omstandigheden (vluchtvoorwaarden). Een vliegvergunning wordt bijvoorbeeld uitgereikt voor de ontwikkeling van een luchtvaartuig en voor testvluchten, luchtshows en recordpogingen. Een vliegvergunning wordt afgegeven voor een jaar, kan worden verlengd, maar is niet overdraagbaar. Voor het onderhoud gelden specifieke regels die in de vluchtvoorwaarden moeten worden vastgelegd.

1.2.3 ONDERHOUD VOLGENS EASA-RICHTLIJNEN

De houder van een luchtvaartuig voorzien van een EASA-standaard-BvL, een EASA-beperkt-BvL of een vliegvergunning laat dat luchtvaartuig onderhouden conform Verordening (EU) Nr. 1321/2014Sinds maart 2020 is voor het zweefvliegen Part ML (L=Light Aircraft) van toepassing. Je vindt die in deConsolidated regulation (EU) Nr.1321/2014 versie 2020 en dan bijAnnex Vb (Part ML) vanaf blz. 294.

  • De eigenaar (of zweefvliegclub) is verantwoordelijk voor het onderhoud van het zweefvliegtuig en moet zorgen voor een geldige ARC.
  • Het onderhoud moet uitgevoerd worden volgens een geldige AMP (onderhoudsprogramma) De eigenaaar is verantwoordelijk voor het opstellen en actueel houden van het AMP en moet dit ondertekenen. Bij de ARC inspectie moet door de ARI gecontroleerd worden of het AMP voldoet aan de luchtwaardigheidseisen van het zweefvliegtuig. 
  • Elke persoon of organisatie die onderhoudstaken verricht aan een vliegtuig is verantwoordelijk voor die werkzaamheden die hij/zij verricht heeft.
  • De gezagvoerder, of een bevoegd persoon (iemand met een SPL) moet voor de vlucht een preflight inspection (dagelijkse-inspectie) uitvoeren. 
  • Technische voorvallen (bijvoorbeeld het breken van een remklephendel) moeten binnen 72 uur worden gemeld bij de nationale autoriteit ( ILT en bij Duitse kisten tevens bij de LBA) en bij de fabrikant.
  • Onderhoud moet verricht worden in een schone en opgeruimde omgeving (werkplaats).

In EASA-Part ML (Maintance = onderhoud) is de luchtwaardigheid en het onderhoud van o.a. zweefvliegtuigen geregeld. De overheid geeft een BvI (Bewijs van Inschrijving) en een BvL (Bewijs van Luchtwaardigheid) af.

Een zweefvliegtuig met een EASA-BVL heeft twee documenten m.b.t. de luchtwaardigheid, het eigenlijke luchtwaardigheidsbewijs Certificate of Airworthiness, dat maar één keer wordt uitgereikt (en dus niet verlengd hoeft te worden) en een ARC. Een ARC is 12 maanden geldig en moet door een ARI (Airworthiness Review Inspector) worden verlengd. 

1.2.4 DE CAMO

In 2009 werd de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen voor het onderhoud van zweefvliegtuigen een CAMO, een volgens EASA-regels erkende management organisatie voor blijvende luchtwaardigheid.

Een zweefvliegtuig wordt onderhouden volgens een onderhoudsprogramma. Het onderhoudsprogramma moet worden opgesteld en goedgekeurd goedgekeurd door de eigenaar. Bij de ARC-inspectie controleert de ARI of het onderhoudsprogramma voldoet aan de luchtwaardigheids eisen. 

Bij het vliegtuig hoort de technische administratie, die bestaat uit het goedgekeurde onderhoudsprogramma, de inspecties en alle documenten die aantonen dat het vliegtuig en alle onderdelen zoals riemen, snelheidsmeter, hoogtemeter en dergelijke voldoen aan de luchtwaardigheidseisen.

Een ARI die een ARC-verlengingskeuring gedaan heeft, geeft een nieuw ARC-certificaat en een certificaat van vrijgave voor gebruik af. Hij verklaart daarmee dat het onderhoud volgens de EASA-voorschriften is verricht. In het journaal van het vliegtuig (blauwe boekje) wordt een onderhoudsverklaring geplaatst. Bij bijvoorbeeld de jaar-inspectie of ARC-inspectie wordt aangegeven wanneer de volgende onderhoudsbeurt moet worden uitgevoerd.

Voor het onderhoudmanagement van vliegtuigen geeft ILT erkenningen af. Die erkenningen moeten voldoen aan de EASA-regelgeving volgens Part ML. Een ARI is een zweefvliegtechnicus die door de CAO ( Combined Airworthiness Organisation) benoemd is om een ARC-inspectie uit te voeren en een nieuwe ARC af te geven.

1.2.5 DE ZWEEFVLIEGTECHNICUS

Een zweefvliegtechnicus is iemand met een AML (Aircraft Maintance Licence = een bewijs van bevoegdheid voor onderhoudstechnicus) die werkzaamheden aan een zweefvliegtuig mag verrichten. De technicus moet kunnen aantonen dat hij over de kennis en de vaardigheid voor die werkzaamheden beschikt. ILT geeft een AML af voor:

  1. Onderhoud aan zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen;
  2. Onderhoud aan voortstuwingsinstallaties van motorzweefvliegtuigen;
  3. Onderhoud aan elektrische en elektronische installaties in zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen.

Een AML houder mag als hij daartoe bekwaam is, de juiste materialen gebruikt en een geschikte omgeving en apparatuur heeft alle handelingen uitvoeren en vrijgeven die beschreven staan inEASA PART M Appendix VII — Complex Maintenance Tasks(Blz. 162). Bij het uitvoeren van de werkzaamheden dient de technicus zich te houden aan de instructies van de fabrikant.

Deze bevoegdheden worden momenteel omgezet naar een Part 66 bevoegdheid in de categorie L2 (powered sailplanes and ELA1 aeroplanes,). Op de L2 bevoegdheid wordt beschreven welke werkzaamheden je mag uitvoeren. Elektrische systemen worden voor AML A en AML B niet uitgesloten. De conversie van AML naar L2 moet aangevraagd worden voor 1oktober 2020. Voor de uitgifte van de L2 bevoegdheden en de verlenging ervan (om de 5 jaar) zorgt KIWA.

1.2.6 BOORDDOCUMENTEN

Aan boord van een zweefvliegtuig moeten de volgende documenten aanwezig zijn:

  1. BvI = Bewijs Van Inschrijving in het luchtvaartregister (Zie 1.3 Vliegtuig nationaliteit en registratie kenmerken)
  2. BvL = Bewijs Van Luchtwaardigheid met een geldige ARC. Een ARC geldt niet voor de Annex-II vliegtuigen, want Annex-II kent geen ARC, alleen een geldig BvL.
  3. Radiostation Licence = Op grond van het Internationaal Verdrag voor de Burgerluchtvaart (ICAO verdrag) moeten luchtvaartuigen die zijn uitgerust met vast ingebouwde radioapparatuur een zogenaamde radiostation licence aan boord hebben. Dit in verband met het gebruik van frequentieruimte aan boord van het luchtvaartuig.
  4. Vliegtuighandboek en actueel weegrapport. Het vliegtuighandboek bevat een lijst met limieten (gewicht, snelheid, G-krachten) waarbinnen een vliegtuig gebruikt moet worden. Bij overschrijding van de limieten is het luchtvaartuig niet meer luchtwaardig.
  5. Bijgewerkt journaal (vliegtuiglogboek) met daarin de vermelding wanneer de volgende inspectie moet plaatsvinden en dat de eventuele defecten door of onder toezicht van een technicus zijn verholpen.
  6. WA-verzekeringsbewijs = een bewijs dat het vliegtuig WA-verzekerd is.
  7. Geluidscertificaat als het een motorzwever of zelfstarter betreft. Zweefvliegtuigen met een thuisbrengmotor zijn vrijgesteld van een geluidscertificaat. 

1.2.7 MELDEN VAN DEFECTEN, GEBREKEN EN WIJZIGINGEN

Melding van defecten en gebreken (Art 12 besluit luchtvaartuigen)
De houder van een luchtvaartuig dient de bekende en vermoede gebreken van het luchtvaartuig alsmede defecten en beschadigingen, die zijn opgetreden of ontdekt in installaties of onderdelen van het luchtvaartuig en de luchtwaardigheid nadelig beïnvloeden, schriftelijk en zo snel mogelijk maar tenminste binnen 72 uur na de waarneming aan de minister te melden.

Wijzigingen van luchtvaartuigen (Art 14 besluit luchtvaartuigen)

  1. Wijzigingen van luchtvaartuigen behoeven de instemming van de minister.

Het journaal (Vliegtuiglogboek, Aircraft logbook)

De gezagvoerder van een vliegtuig zorgt ervoor dat na afloop van de vlucht het journaal (het blauwe boekje) wordt bij gehouden.

Hij vermeldt daarin:

  1. de datum, de plaats en het tijdstip van aanvang en einde van de vlucht;
  2. de duur van de vlucht;
  3. de aard van de vlucht;
  4. de naam en taak van elk lid van het boordpersoneel;
  5. eventuele klachten of defecten en technische storingen, opgelopen schade en verrichte herstellingen die tijdens de vlucht zijn voorgekomen, respectievelijk zijn uitgevoerd;
  6. ongevallen, bijzondere voorvallen en overschrijding van de gestelde gebruiksgrenzen die zich hebben
    voorgedaan

Opmerking: Een vliegtuig moet in een luchtwaardige staat gehouden worden. Een vliegtuig is niet meer luchtwaardig als het beschadigd is of z'n gebruiksgrenzen (die in het vliegtuighandboek staan) heeft overschreden. In het logboek vermeld je een klacht bij een gebrek welke de luchtwaardigheid niet beïnvloedt. Wanneer er in het logboek een defect vermeld wordt, dan is dat een gebrek welke de luchtwaardigheid wél beïnvloedt. Bij een defect is het vliegtuig niet meer inzetbaar. Een defect moet voor de eerstvolgende vlucht worden hersteld. 

1.2.8 REGELING ONDERHOUD LUCHTVAARTUIGEN  

Paragraaf 2. Onderhoudsprogramma
Artikel 2

  1. De houder van een luchtvaartuig is er voor verantwoordelijk dat een bij dat luchtvaartuig behorend onderhoudsprogramma wordt opgesteld, door de eigenaar wordt goedgekeurd, jaarlijks wordt bijgehouden en bij de uitvoering van het onderhoud wordt gebruikt.
  2. Een onderhoudsprogramma omvat ten minste de volgende aspecten: inspectieperiodes, inspectiestaten, bedrijfsgegevens, de van toepassing zijnde aanwijzingen van de minister en aanvullende onderhoudsinformatie.
  3. Onderhoudsprogramma's worden opgesteld en bijgehouden volgens de meest recente aanbevelingen van de houder van het goedgekeurde ontwerp van het luchtvaartuig.

Voor aanwijzingen over de technische administratie, melden van defecten, wijzigingen aan luchtvaartuigen enzovoort zie verder de Regeling onderhoud luchtvaartuigen. 

Samenvatting luchtwaardigheid:

De eigenaar is verantwoordelijk voor:

  • de luchtwaardigheid van het zweefvliegtuig (je mag alleen vliegen met een luchtwaardig zweefvliegtuig).
  • het geldig houden van het bewijs van luchtwaardigheid (jaarlijks moet een nieuwe ARC-keuring door een ARI worden verricht)
  • het onderhoud van het zweefvliegtuig, uitgevoerd volgens een door een AMPI goedgekeurd onderhoudsprogramma.

Om te controleren of een zweefvliegtuig luchtwaardig is moet voor een vlucht:

  • Een A-inspectie worden uitgevoerd
  • Moeten schades of defecten voor een vlucht worden hersteld.

Het BVL (Bewijs Van Luchtwaardigheid). Bijna alle zweefvliegtuigen hebben een EASA-standaard BVL. Een EASA-BVL bestaat uit twee documenten:

  • Het Certificate of Airworthiness. Dit is het luchtwaardigheidsbewijs dat maar één keer wordt uitgereikt.
  • Het Airworthiness Review Certificate (ARC) dat 12 maanden geldig is. Een ARI (Airworthiness Review Inspector) kan na een ARC-keuring een nieuwe ARC verstrekken.

Het onderhoud van zweefvliegtuigen is geregeld in EASA-Part M (Maintance). Het onderhoud vindt plaats onder toezicht van een CAMO (Continuing Airworthiness Management Organisation).

In het onderhoudsprogramma van het zweefvliegtuig staat omschreven welke taken een eigenaar/houder mag uitvoeren en welke door een technicus verricht moeten worden.

Een technicus beschikt over een AML (Aircraft Maintance Licence). Op een AML staat aangegeven of de technicus bevoegd is voor:

  • Onderhoud aan zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen;
  • Onderhoud aan voortstuwingsinstallaties van motorzweefvliegtuigen;
  • Onderhoud aan elektrische en elektronische installaties in zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen.

Deze bevoegdheden worden momenteel omgezet naar een Part 66 bevoegdheid in de categorie L2 (powered sailplanes and ELA1 aeroplanes,). Dat is een L2 bevoegdheid met beperkingen. 

In het zweefvliegtuig moeten aanwezig zijn:

  • BvI = Bewijs Van Inschrijving in het luchtvaartregister
  • BvL = Bewijs Van Luchtwaardigheid met een geldige ARC (Airworthiness Review Certificate)
  • Radiostation Licence
  • Vliegtuighandboek en actueel weegrapport
  • Bijgewerkt journaal (vliegtuiglogboek) met daarin de vermelding wanneer de volgende inspectie moet plaatsvinden en dat de eventuele defecten door of onder toezicht van een technicus zijn verholpen.
  • WA-verzekeringsbewijs = een bewijs dat het vliegtuig WA-verzekerd is.
  • Geluidscertificaat als het een motorzwever of zelfstarter betreft. Zweefvliegtuigen met een thuisbrengmotor zijn vrijgesteld van een geluidscertificaat.